Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR5694

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-08-2011
Datum publicatie
24-08-2011
Zaaknummer
201011594/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 juli 2009 heeft het college aan Stichting Wocom reguliere bouwvergunning tweede fase verleend voor het oprichten van een dorpshuis op het perceel Schoolstraat 48-50 te Heeze.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201011594/1/H1.

Datum uitspraak: 24 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Klankbordgroep omwonenden Schoolstraat/Ds. Kremerstraat, gevestigd te Heeze, gemeente Heeze-Leende, (hierna: de Klankbordgroep)

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) van 29 september 2010 in de zaken nrs. 09/5601, 09/5724, 09/5725 en 09/5727 in het geding tussen:

de Klankbordgroep

en

het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende (hierna: het college).

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 juli 2009 heeft het college aan Stichting Wocom reguliere bouwvergunning tweede fase verleend voor het oprichten van een dorpshuis op het perceel Schoolstraat 48-50 te Heeze.

Bij besluit van 27 oktober 2009 heeft het het door de Klankbordgroep daartegen gemaakte bezwaar, onder het alsnog verlenen van ontheffing krachtens artikel 2.5.30, vierde lid, van de gemeentelijke Bouwverordening, ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 september 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het daartegen door de Klankbordgroep ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de Klankbordgroep bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 24 december 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 juni 2011, waar de Klankbordgroep, vertegenwoordigd door W.A.J.A. Haans, J.L.M. Haans-Peeters en A. van Oort, bijgestaan door C.M.M.A. Roosen, en het college, vertegenwoordigd door mr. R.S. Klaver en drs. R.J.J. Lavrijsen, beiden werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar vergunninghoudster, vertegenwoordigd door ing. R. Fassaert, bijgestaan door mr. P.W.M. Dorn, advocaat te Geldrop, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het college heeft voor het dorpshuis, dat een grand café/restaurant, een jongerencafé, een grote zaal, een bibliotheek, een kantoor, multifunctionele ruimten, les-/vaklokalen en een slagwerk-/poplokaal omvat, bij besluit van 23 oktober 2008 onder vrijstelling van het bestemmingsplan reguliere bouwvergunning eerste fase verleend.

2.2. De Klankbordgroep betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college aan de verleende bouwvergunning ten onrechte geen constructieve voorschriften heeft verbonden met betrekking tot veiligheidsrisico's bij calamiteiten op de spoorbaan, die zich op een afstand van slechts veertien meter van het bouwplan bevindt. In dat verband stelt zij dat de komende jaren een aanzienlijke toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen via het spoor te verwachten valt.

2.3. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het voorschrift dat het college ten aanzien van de constructie van het dorpshuis aan de bouwvergunning tweede fase heeft verbonden strookt met artikel 4, tweede lid, van het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (hierna: Biab), gelezen in verbinding met paragraaf 1.5, aanhef en onder 1, aanhef en onder a, van de bijlage, behorend bij het Biab.

De rapporten "Onderzoek Externe Veiligheid Dorpshuis Heeze-Leende (risico's nieuwbouw in relatie tot spoorlijn Eindhoven-Weert)" van 7 september 2007 en 8 februari 2010, die SRE Milieudienst in opdracht van de gemeente Heeze-Leende heeft opgesteld, noopten het college niet tot het nemen van nadere veiligheidsmaatregelen, nu het risico dat als gevolg van realisering van het bouwplan een ongeluk zal plaatsvinden, dan wel een ongeluk met veel slachtoffers, volgens de rapporten onder de zogeheten oriëntatiewaarde blijft. Vergunninghoudster heeft overigens, in overleg met het college, onverplicht maatregelen genomen om de veiligheid te bevorderen, zoals het aanbrengen van veiligheidsglas en het plaatsen van de hoofdingang van het gebouw in een gevel die niet naar het spoor is gericht.

De rechtbank heeft in hetgeen de Klankbordgroep ter zake heeft aangevoerd terecht geen aanleiding gezien om het besluit van 27 oktober 2009 deswege te vernietigen. Het rapport van SRE Milieudienst van 12 januari 2010, waarnaar de Klankbordgroep verwijst, maakt dit niet anders, nu dat geen betrekking heeft op het dorpshuis.

Het betoog faalt.

2.4. De Klankbordgroep betoogt verder dat de rechtbank heeft miskend dat het college bij het besluit van 27 oktober 2009 ten onrechte ontheffing van de Bouwverordening heeft verleend, omdat het aantal parkeerplaatsen dat het college nodig acht ten gevolge van de realisering van het dorpshuis te gering is en het rapport van 2 juli 2007 van adviesbureau Goudappel Coffeng, dat het college aan zijn oordeel ten grondslag heeft gelegd, niet volledig. Tevens heeft zij miskend dat het college de ontheffing ten onrechte niet al bij het besluit van 7 juli 2009 heeft verleend, aldus de Klankbordgroep.

2.4.1. De rechtbank heeft in hetgeen de Klankbordgroep in dit verband heeft aangevoerd terecht evenmin aanleiding gezien om het besluit van 27 oktober 2009 te vernietigen. In de uitspraak van heden in zaak nr. 201011592/1/H1 heeft de Afdeling overwogen dat het college er van uit mag gaan dat het berekende aantal van 58 parkeerplaatsen voldoende is. Voorts kan het betoog van de Klankbordgroep dat het college ten onrechte niet reeds bij het besluit van 7 juli 2009 ontheffing van de Bouwverordening heeft verleend evenmin leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Artikel 7:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht verplicht het bestuursorgaan tot een volledige heroverweging van het primaire besluit in bezwaar en verzet zich er niet tegen dat alsnog ontheffing wordt verleend.

Het betoog faalt.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. N.S.J. Koeman, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Pieters

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2011

313-473-619.