Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR5693

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-08-2011
Datum publicatie
24-08-2011
Zaaknummer
201011592/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 oktober 2008 heeft het college aan de Stichting WoCom (hierna: vergunninghoudster) onder vrijstelling van het bestemmingsplan reguliere bouwvergunning eerste fase verleend voor het oprichten van een dorpshuis op het perceel Schoolstraat 48-50 te Heeze.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201011592/1/H1.

Datum uitspraak: 24 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Klankbordgroep omwonenden Schoolstraat/Ds. Kremerstraat, gevestigd te Heeze, gemeente Heeze-Leende, (hierna: de Klankbordgroep)

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) van 29 september 2010 in de zaken nrs. 08/3938, 08/4191 en 08/4192 in het geding tussen:

de Klankbordgroep

en

het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende (hierna: het college).

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 oktober 2008 heeft het college aan de Stichting WoCom (hierna: vergunninghoudster) onder vrijstelling van het bestemmingsplan reguliere bouwvergunning eerste fase verleend voor het oprichten van een dorpshuis op het perceel Schoolstraat 48-50 te Heeze.

Bij uitspraak van 29 september 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door de Klankbordgroep daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de Klankbordgroep bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 24 december 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 juni 2011, waar de Klankbordgroep, vertegenwoordigd door W.A.J.A. Haans, J.L.M. Haans-Peeters en A. van Oort, bijgestaan door C.M.M.A. Roosen, en het college, vertegenwoordigd door mr. R.S. Klaver en drs. R.J.J. Lavrijsen, beiden werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar vergunninghoudster, vertegenwoordigd door ing. R. Fassaert, bijgestaan door mr. P.W.M. Dorn, advocaat te Geldrop, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het op te richten dorpshuis omvat een grand café/restaurant, een jongerencafé, een grote zaal, een bibliotheek, een kantoor, multifunctionele ruimten, les-/vaklokalen en een slagwerk-/poplokaal. Niet in geschil is dat het bouwplan in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "De Kaarsvelden".

2.2. Het betoog van de Klankbordgroep dat de rechtbank heeft miskend dat de ten behoeve van de verleende vrijstelling door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant afgegeven verklaring van geen bezwaar niet zorgvuldig tot stand is gekomen, is een herhaling van hetgeen zij in beroep heeft betoogd. De rechtbank heeft in het aangevoerde terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat gedeputeerde staten, niet, omdat het project binnen de provinciale doelstellingen van zuinig ruimtegebruik binnen de bestaande bebouwde gebieden past en geen provinciale belangen worden gefrustreerd, tot het afgeven ervan mochten besluiten.

Het betoog faalt.

2.3. De Klankbordgroep betoogt verder dat de rechtbank heeft miskend dat de raad van de gemeente Heeze en Leende het voorbereidingsbesluit dat hij op 22 september 2008 heeft genomen, niet had mogen nemen. Omdat gedeputeerde staten de verklaring van geen bezwaar niet binnen de termijn van acht weken, gesteld bij artikel 19a, achtste lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening (hierna: WRO), hebben bekendgemaakt, had ingevolge de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening een nieuwe procedure, bijvoorbeeld tot het nemen van een projectbesluit, dienen te worden opgestart, aldus de Klankbordgroep.

2.3.1. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de omstandigheid dat gedeputeerde staten de verklaring van geen bezwaar, als gesteld, niet binnen acht weken hebben bekendgemaakt, niet tot het door de Klankbordgroep met die stelling beoogde doel dat het college een nieuwe procedure moest starten kan leiden, nu artikel 19, eerste lid, van de WRO, noch artikel 19a, van die wet, dat gevolg daaraan verbindt. Het betoog van de Klankbordgroep heeft de rechtbank derhalve terecht niet geleid tot de conclusie dat het college het voorbereidingsbesluit en de verklaring van geen bezwaar niet aan de verleende vrijstelling ten grondslag mocht leggen.

Het betoog faalt.

2.4. De Klankbordgroep betoogt verder dat de rechtbank, door te overwegen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de ruimtelijke onderbouwing "Ruimtelijke onderbouwing Dorpshuis, Schoolstraat, Heeze, procedure ex artikel 19.1 juncto artikel 19.4" van 4 oktober 2007 die ten behoeve van de vrijstelling is opgesteld, aan de daaraan te stellen eisen voldoet, heeft miskend dat de ruimtelijke onderbouwing tekortschiet wat betreft de beschrijving van de oorsprong van het gebied en de overgangen tussen de zachte en de harde elementen van het gebied en de woonomgeving. Bovendien is het open karakter van het gebied daarin ten onrechte niet opgenomen, aldus de Klankbordgroep.

2.4.1. In de ruimtelijke onderbouwing wordt aandacht besteed aan, zowel de directe, als de wijdere omgeving van het bouwplan. De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat het college zich op het standpunt mocht stellen dat de ruimtelijke onderbouwing in zoverre toereikend is.

Het betoog faalt.

2.5. Het betoog van de Klankbordgroep dat de rechtbank heeft miskend dat de directe woonomgeving van het bouwplan niet is opgenomen in een in 1999 vastgesteld beeldkwaliteitsplan, treft, wat daar verder van zij, geen doel, reeds omdat dit laatste plan niet aan de besluitvorming van het college ten grondslag heeft gelegen.

2.6. Het betoog van de Klankbordgroep dat de rechtbank heeft miskend dat het college er ten onrechte van uitgaat dat door realisering van het bouwplan geen zodanige geluidsoverlast door aan- en afrijdend verkeer van en naar het dorpshuis zal ontstaan, dat het in verband daarmee vrijstelling had behoren te weigeren, treft evenmin doel. Dat volgens het rapport "Onderzoek Wegverkeerslawaai Dorpshuis te Heeze" van 22 december 2006 dat SRE Milieudienst in opdracht van de gemeente Heeze-Leende heeft opgesteld en een rapport van 11 december 2007 van adviesbureau DGMR een toename van het aantal motorvoertuigen per etmaal plaatsvindt, neemt niet weg dat het verkeerslawaai volgens het rapport van SRE Milieudienst als gevolg van realisering van het bouwplan met minder dan 1 dB(A) toeneemt en die toename in het bestaande verkeerslawaai opgaat. De rechtbank heeft terecht in het aangevoerde geen grond gevonden voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het woon- en leefklimaat wat betreft het verkeerslawaai, ook na verwezenlijking van het bouwplan aanvaardbaar is.

Het betoog van de Klankbordgroep dat met de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet tevens onderdelen van de Wet geluidhinder zijn aangepast, leidt niet tot een andere conclusie, reeds omdat deze aanpassingen dateren van na het besluit van 23 oktober 2008.

2.7. Het betoog van de Klankbordgroep ten aanzien van de door haar gestelde toename van geluidoverlast als gevolg van de activiteiten in het dorpshuis slaagt evenmin, nu zij in hoger beroep niet heeft uiteengezet waarom de desbetreffende overwegingen van de rechtbank onjuist, dan wel onvolledig zijn. Haar betoog dat bij de beoordeling van dit aspect ten onrechte de handreiking "Bedrijven en Milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2007 niet is betrokken, faalt ook, omdat, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, de beoordeling van 13 maart 2008 door SRE Milieudienst op de VNG-brochure is gebaseerd.

2.8. De Klankbordgroep betoogt voorts dat de rechtbank heeft miskend dat het college er ten onrechte van uitgaat dat het ten behoeve van het dorpshuis benodigde aantal parkeerplaatsen van 58, dat is berekend door adviesbureau Goudappel Coffeng in rapporten van 2 juli 2007 en 1 oktober 2009, toereikend is. Volgens haar bedraagt het benodigde aantal parkeerplaatsen 118.

2.8.1. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college met de rapporten van Goudappel Coffeng zijn oordeel dat 58 parkeerplaatsen voldoende zijn, toereikend heeft toegelicht. In die rapporten is uiteengezet dat de bruto parkeervraag neerkomt op 72 plaatsen, maar als gevolg van de omstandigheid dat de functies in het gebouw niet alle gelijktijdig aanwezig zullen zijn en de avonduren van een werkdag maatgevend zijn voor de aanwezigheid van functies, na toepassing van zogeheten aanwezigheidspercentages, 58 plaatsen voldoende zijn. De Klankbordgroep heeft de aanwezigheidspercentages niet in haar berekening betrokken. Voorts is zij ten dele uitgegaan van andere categorieën in de Aanbevelingen verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom, opgesteld door het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, dan die waarop de rapporten zijn gebaseerd. In dit verband heeft vergunninghoudster onweersproken gesteld dat de grote zaal in het dorpshuis niet als theater kan worden aangemerkt, omdat de ruimte geen vaste stoelen bevat en uit drie delen bestaat die veelal elk voor verschillende doeleinden worden gebruikt.

Het betoog faalt.

2.9. De Klankbordgroep heeft haar betoog dat de rechtbank ten onrechte door het college aannemelijk gemaakt heeft geacht dat de spoorwissels ’41 A’ en ’41 B’ die zich op 106 m afstand van bouwplan bevinden, sporadisch gebruikt worden en om die reden niet in de bedoelde rapporten zijn verwerkt, niet nader toegelicht. Het aangevoerde geeft geen grond voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat het college de rapporten "Onderzoek Externe Veiligheid Dorpshuis Heeze-Leende (risico's nieuwbouw in relatie tot de spoorlijn Eindhoven-Weert)" van SRE Milieudienst van 7 september 2007 en 8 februari 2010, ten grondslag mocht leggen aan zijn oordeel dat de externe veiligheid als gevolg van realisering van het bouwplan geen aanleiding geeft om geen vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen. Daarin is vermeld dat het risico dat een ongeluk plaatsvindt, dan wel een ongeluk met veel slachtoffers, onder de zogeheten oriëntatiewaarde blijft.

Hetgeen de Klankbordgroep aanvoert ten aanzien van het in de nabijheid van het dorpshuis te realiseren Nicasiushuis en de aldaar te realiseren zorgappartementen, leidt niet tot een ander oordeel, nu bij de rechtbank slechts de vrijstelling ten behoeve van het dorpshuis ter beoordeling voorlag.

Het betoog faalt.

2.10. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. N.S.J. Koeman, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Pieters

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2011

313-473-619.