Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR5683

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-08-2011
Datum publicatie
24-08-2011
Zaaknummer
201012387/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 september 2010, kenmerk 39, heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan [locatie]" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201012387/1/R2.

Datum uitspraak: 24 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant sub 1] en [appellant sub 2] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te [woonplaats], gemeente Nunspeet,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Nunspeet,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 september 2010, kenmerk 39, heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan [locatie]" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 december 2010, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 17 januari 2011.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 juni 2011, waar [appellant sub 2], bijgestaan door mr. S. Oord, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door A.M. Kleine Staarman, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord [partij], vertegenwoordigd door mr. F.J.M. Kobossen, advocaat te Apeldoorn.

2. Overwegingen

Ten aanzien van de ontvankelijkheid

2.1. De raad heeft de belanghebbendheid als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van [appellant] betwist en betoogt dat hij daarom niet in zijn beroep kan worden ontvangen.

2.1.1. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) kan door een belanghebbende bij de Afdeling beroep worden ingesteld tegen een besluit als het aan de orde zijnde.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.1.2. [appellant] woont op ongeveer 150 meter van de grens van het plangebied. Ter zitting is gebleken dat hij vanuit zijn woning zicht heeft op de te bouwen schuur en dat zijn perceel grenst aan het plangebied. Gelet hierop, kan een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang worden aangenomen. Voor zover de raad ter zitting heeft verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 11 augustus 2010, zaak nr. 200909690/1/H1 wordt overwogen dat deze situatie, gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen, verschilt van de aan de orde zijnde situatie.

Gelet op het voorgaande, kan [appellant] worden aangemerkt als belanghebbende bij het bestreden besluit.

Ten aanzien van het beroep voor het overige

2.2. Het plan voorziet in de omvorming van 5 hectare landbouwgrond naar natuur, alsmede de vergroting van het hoofdgebouw en de realisering van een nieuw bijgebouw op het perceel aan de [locatie].

2.3. [appellant] betoogt dat de in het plan voorziene bebouwing in strijd is met het provinciale beleid zoals dat is neergelegd in het Streekplan Gelderland 2005 (hierna: het streekplan), de streekplanuitwerking "Kernkwaliteiten waardevolle landschappen" (hierna: de streekplanuitwerking) en het Reconstructieplan Veluwe.

Voorts stelt hij dat het plan in strijd is met het "Uitvoeringsprogramma Hierdense poort" (hierna: uitvoeringsprogramma), dat zowel provinciaal als gemeentelijk beleid betreft en met het gemeentelijk beleid, zoals dat is neergelegd in de gemeentelijke beleidsnotitie "Nieuwe landgoederen gemeente Nunspeet" (hierna: de gemeentelijke beleidsnotitie). [appellant] betoogt in dit kader dat er wel degelijk sprake is van een nieuw landgoed zodat de gemeentelijke beleidsnotitie van toepassing is.

Voorts betoogt [appellant] dat de omvang van de toegestane bebouwingsmogelijkheden onvoldoende is gemotiveerd.

2.3.1. De raad stelt dat het plan in overeenstemming is met het provinciaal beleid en dat geen gebruik is gemaakt van de landgoederenregeling zoals opgenomen in de gemeentelijke beleidsnotitie. Voorts betoogt de raad dat een zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de bebouwingsmogelijkheden en dat deze stedenbouwkundig en ruimtelijk aanvaardbaar zijn.

2.4. Voor zover [appellant] aanvoert dat bij de vaststelling van het plan door de raad geen rekening is gehouden met het streekplan, de streekplanuitwerking en het Reconstructieplan Veluwe, overweegt de Afdeling dat de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan niet aan voornoemd beleid is gebonden. Wel dient de raad daarmee rekening te houden, hetgeen betekent dat dit beleid in de belangenafweging dient te worden betrokken. In de plantoelichting en de reactie op de zienswijze is expliciet aandacht besteed aan voornoemd provinciaal beleid en is ingegaan op de verhouding van dit beleid tot het gemeentelijke beleid ter zake. Gelet hierop is aannemelijk dat de raad dit beleid in de belangenafweging heeft betrokken.

2.4.1. Met betrekking tot de gemeentelijke beleidsnotitie, overweegt de Afdeling als volgt.

Ter zitting heeft de raad toegelicht dat hij de gemeentelijke beleidsnotitie niet van toepassing acht, nu het perceel in het bestemmingsplan "Buitengebied" niet als "Landgoed" is bestemd. Een dergelijke bestemming krijgen landgoederen binnen de gemeente uitsluitend, zo is door de raad ter zitting naar voren gebracht, wanneer het een landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928 (hierna: NSW) betreft. Evenwel is het plangebied blijkens de stukken bij besluit van 15 april 2010 aangemerkt als landgoed in de zin van de NSW. Gezien het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat de raad bij de vaststelling van het plan onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij, ondanks het feit dat het plangebied een landgoed betreft in de zin van de NSW, geen toepassing heeft gegeven aan de gemeentelijke beleidsnotitie.

2.5. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geeft aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb te worden vernietigd.

Gelet op het vorenstaande behoeven de overige bezwaren geen bespreking meer.

2.6. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Nunspeet van

30 september 2010, kenmerk 39, waarbij het bestemmingsplan "[locatie]" is vastgesteld;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Nunspeet tot vergoeding van bij [appellant sub 1] en [appellant sub 2] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Nunspeet aan [appellant sub 1] en [appellant sub 2] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge:honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Ouwehand

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2011

425-704.