Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR5667

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-08-2011
Datum publicatie
24-08-2011
Zaaknummer
201106147/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 april 2011, kenmerk 2011-04175, heeft de raad het bestemmingsplan "De Boskamp" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201106147/2/R2.

Datum uitspraak: 18 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker] en anderen, allen wonend te Epe,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Epe,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 april 2011, kenmerk 2011-04175, heeft de raad het bestemmingsplan "De Boskamp" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 juni 2011, beroep ingesteld. Bij deze brief hebben [verzoeker] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[verzoeker] en anderen hebben een nader stuk ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 augustus 2011, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door [verzoeker], en de raad vertegenwoordigd door ir. H. van Bolderen en H. Naijen, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord Stichting Habion, vertegenwoordigd door mr. P.A. Kok, advocaat te Woerden.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in een juridisch-planologische regeling voor de nieuwbouw van het woon-zorgcomplex De Boskamp en de daarvoor noodzakelijke verlegging van de Albert Schweitzerlaan.

2.3. [verzoeker] en anderen betogen dat de raad het plan ten onrechte heeft vastgesteld. Zij vrezen dat ten behoeve van de verlegging van de Albert Schweitzerlaan onomkeerbare voorbereidende werkzaamheden zullen worden uitgevoerd. Volgens hen is de raad voornemens om meerdere bomen langs de Albert Schweitzerlaan te kappen.

2.4. De raad heeft in het verweerschrift uiteengezet dat zes bomen die langs de Albert Schweitzerlaan stonden inmiddels zijn verplaatst en dat een aantal bomen niet vitaal genoeg is om te worden verplaatst. Deze bomen zullen in het najaar worden gekapt. Dit gebeurt volgens de raad overeenkomstig de daarvoor geldende bepaling uit de Algemene plaatselijke verordening Epe 2008 (hierna: de APV) en de verleende omgevingsvergunningen voor kappen. De raad stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een spoedeisend belang dat noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening, omdat de kap van bomen niet in het plan is geregeld, maar in de APV.

2.5. De voorzitter stelt vast dat ten behoeve van de verlegging van de Albert Schweitzerlaan bomen gekapt zullen gaan worden. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het kappen van bepaalde bomen die ter plaatse staan op grond van de APV vergunningsvrij is en dat voor de bomen die niet zonder vergunning gekapt mogen worden reeds onherroepelijke omgevingsvergunningen voor kappen zijn verleend. Met een schorsing van het bestreden besluit kan derhalve niet worden voorkomen dat onomkeerbare gevolgen intreden voordat de Afdeling uitspraak in de bodemzaak heeft gedaan. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat met het verzoek in zoverre geen spoedeisend belang is gemoeid. Ook anderszins is de voorzitter niet gebleken van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Daarbij wordt van belang geacht dat [verzoeker] en anderen blijkens hun beroepschrift tegen de verlegging van de Albert Schweitzerlaan als zodanig, behoudens het verlies van bestaand groen, geen bezwaar hebben. Voorts neemt de voorzitter in aanmerking dat uit het verhandelde ter zitting naar voren is gekomen dat pas na de verlegging van de Albert Schweitzerlaan kan worden gestart met de bouw van het eerste deel van het woon-zorgcomplex, zodat niet op korte termijn een aanvang zal worden gemaakt met de bouwwerkzaamheden.

2.6. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren w.g. Ouwehand

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2011

224-586.