Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR5658

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-08-2011
Datum publicatie
24-08-2011
Zaaknummer
201009232/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 juni 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Centrum Krimpen aan de Lek" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201009232/1/R1.

Datum uitspraak: 24 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Krimpen aan de Lek, gemeente Nederlek,

en

de raad van de gemeente Nederlek,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 juni 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Centrum Krimpen aan de Lek" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 oktober 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 juli 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. S. Essakkili, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door mr. A.D. Bouwman-van Blarkom, R.P.A. van de Haterd, T. van Düren-Kerkhof en ing. P.J.R. de Jong, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting de woningcorporatie QuaWonen, vertegenwoordigd door J.G. van Hattem, daarbij werkzaam, bijgestaan door mr. P.A. Kok, advocaat te Woerden, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet, voor zover van belang, ter plaatse van de voormalige brandweerkazerne in het zuiden van het plangebied in de mogelijkheid om een woongebouw met zestien wooneenheden te realiseren.

2.2. [appellant] richt zich tegen de situering van de zestien te realiseren wooneenheden. Volgens [appellant] is het gelet op de reeds bestaande bebouwing feitelijk niet mogelijk om deze wooneenheden zoveel mogelijk op te schuiven in noordoostelijke richting, zoals door de raad is toegezegd naar aanleiding van zijn zienswijze, en is het bestreden besluit in zoverre onvoldoende zorgvuldig voorbereid.

2.2.1. Aan de gronden waarop de zestien wooneenheden zijn voorzien, is de bestemming "Wonen" toegekend.

Ingevolge artikel 7, lid 7.1.1, van de planregels, voor zover hier van belang, zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor een woongebouw dat uitsluitend op het bouwvlak mag zijn geplaatst.

2.2.2. In de Notitie beantwoording zienswijzen is in reactie op de zienswijze van [appellant] gesteld dat het gebouw zo ver als mogelijk zal worden opgeschoven richting het noordoosten en dat in dit verband de positie van het bouwvlak op de verbeelding wordt gewijzigd. Ten opzichte van het ontwerp is bij de vaststelling van het plan de positie van het bouwvlak zodanig gewijzigd dat het woongebouw op een zo groot mogelijke afstand van de woning van [appellant] zal zijn gelegen. Niet is gebleken dat een dergelijke situering feitelijk onmogelijk is. Aldus kan niet worden staande gehouden dat aan hetgeen bij de beantwoording van de zienswijze is gesteld geen gevolg is gegeven en het bestreden besluit in zoverre onzorgvuldig is voorbereid.

2.3. [appellant] betoogt dat zijn privacy en woongenot door de realisatie van de zestien wooneenheden onevenredig worden aangetast.

2.3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de privacy en het woongenot van [appellant] niet onevenredig worden aangetast. Daarbij voert de raad aan dat de hoogte van het woongebouw maximaal 12 m bedraagt. Volgens de raad is voorts de afstand van de achtergevel van de woning van [appellant] tot de zestien wooneenheden voldoende nu de bouwlocatie in het centrumgebied van Krimpen aan de Lek is gelegen.

2.3.2. De afstand tussen de perceelsgrens van [appellant] en het bouwvlak waarop de zestien wooneenheden zijn voorzien, bedraagt ongeveer 10 m. Voorts is dit bouwvlak op ongeveer 25 m afstand van de woning van [appellant] gelegen. Daartussen zijn een openpaar pad en een groenstrook gelegen. Blijkens de verbeelding is ter plaatse van de zestien wooneenheden een maximale bouwhoogte van 12 m toegestaan. Niet valt uit te sluiten dat de privacy en het woongenot van [appellant] ten gevolge van het plan enigszins zullen verminderen. In dit verband merkt de Afdeling echter op dat geen recht op vrij uitzicht bestaat. Gelet op het voorgaande en nu de raad ter zitting onweersproken heeft gesteld dat de woning van [appellant] op een dijk staat en deze woning hierdoor 5 m hoger is gelegen dan de voorziene wooneenheden en voorts de wooneenheden in een centrumgebied zijn voorzien, heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de voorziene zestien wooneenheden niet zullen leiden tot een onevenredige aantasting van het woongenot en de privacy.

2.4. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. G.N. Roes, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van staat.

w.g. Roes w.g. Zwemstra

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2011

91-675.