Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR5644

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-08-2011
Datum publicatie
24-08-2011
Zaaknummer
201105047/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "I Welschap A (Eindhoven Airport terminal en hotel)".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201105047/2/R3.

Datum uitspraak: 16 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], gevestigd te Almelo,

en

de raad van de gemeente Eindhoven,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "I Welschap A (Eindhoven Airport terminal en hotel)".

Tegen dit besluit heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 mei 2011, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 juni 2011, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoekster] heeft nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 augustus 2011, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door R. Holtkamp, werkzaam bij [verzoekster], bijgestaan door mr. M.H. Blokvoort, advocaat te Enschede, en de raad, vertegenwoordigd door R. Martens, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord Eindhoven Airport N.V., vertegenwoordigd door M.P.J. van den Boogaard, R.J. le Pair en M.C. van Waasdijk, allen werkzaam bij Eindhoven Airport, en door B. Oostveen, werkzaam bij Plan B Advies, bijgestaan door mr. J.A.M. van der Velden, advocaat te Breda.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in de mogelijkheid tot uitbreiding van de terminal bij Eindhoven Airport en maakt het daarnaast mogelijk een hotel te realiseren boven de voorziene uitbreiding van de terminal.

2.3. [verzoekster] voert als formeel bezwaar aan dat een aantal stukken ten onrechte niet met het ontwerpplan en het vastgestelde plan ter inzage heeft gelegen. Volgens [verzoekster] betreft het een onderzoeksrapport van Horwath HTL uit maart 2008 over de behoefte aan hotelkamers en een in de plantoelichting aangehaalde 'businesscase' ter onderbouwing van de financiële haalbaarheid van het hotel. Verder heeft de ruimtelijke onderbouwing "realisatie nieuwe proefdraaifaciliteit op Vliegbasis Eindhoven" uit augustus 2008 volgens [verzoekster] ten onrechte niet ter inzage gelegen, alsmede een in de toelichting aangehaald verkeersmodel van de gemeente Eindhoven met het prognosejaar 2020.

2.3.1. In de aangevoerde formele bezwaren ziet de voorzitter, bij afweging van de betrokken belangen, geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening aangezien voorshands niet de indruk bestaat dat het plan uiteindelijk geen doorgang zal kunnen vinden vanwege eventuele gebreken bij de terinzagelegging van de door [verzoekster] bedoelde stukken.

2.4. [verzoekster] beschikt over een in 2009 verleende vergunning voor de bouw van een hotel op het in de directe nabijheid van Eindhoven Airport gelegen bedrijventerrein 'Flight Forum' en betoogt dat de raad in het verleden aan [verzoekster] heeft toegezegd dat hij gedurende een aantal jaren geen medewerking zou verlenen aan vestiging van een hotel op Eindhoven Airport. Voorts voert [verzoekster] aan dat zij in haar belangen wordt geschaad door de beoogde realisering van het hotel.

2.4.1. Ten aanzien van het betoog van [verzoekster] dat zij door het plan wordt geschaad in haar belangen stelt de voorzitter voorop dat het voorkomen of beperken van concurrentie niet ruimtelijk relevant is. Slechts in geval zich een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal voordoen, zodanig dat sprake is van een in planologisch opzicht onaanvaardbare situatie, is plaats om in het kader van een goede ruimtelijke ordening ter zake regulerend op te treden. Zoals ook door [verzoekster] ter zitting is erkend, is van een dergelijke duurzame ontwrichting als gevolg van de voorziene realisering van het hotel bij de luchthaven geen sprake.

De raad ontkent voorts aan [verzoekster] te hebben toegezegd dat hij gedurende een bepaalde periode geen hotel op Eindhoven Airport mogelijk zou maken. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat het gemeentebestuur een dergelijke toezegging nimmer zou kunnen of mogen doen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzitter heeft [verzoekster] niet aannemelijk gemaakt dat niettemin toezeggingen zijn gedaan waaraan zij het gerechtvaardigd vertrouwen heeft mogen ontlenen dat de raad gedurende een bepaalde termijn niet zou voorzien in de mogelijkheid tot bouw van een hotel op Eindhoven Airport.

2.5. [verzoekster] voert voorts aan dat geen behoefte bestaat aan een hotel op de luchthaven, althans niet naast het door haar te ontwikkelen hotel op Flight Forum. Het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan dateert van voor de financieel-economische crisis en is dus verouderd, zo voert verder [verzoekster] aan.

2.5.1. Ter onderbouwing van het standpunt dat de economische uitvoerbaarheid van het plan is gewaarborgd, heeft de raad er op gewezen dat volgens een onderzoeksrapport van Horwath HTL van juli 2008 tot 2015 nog behoefte is aan 476 extra hotelkamers in Eindhoven. De raad wijst er voorts op dat in dit onderzoeksrapport ervan is uitgegaan dat er plannen waren voor realisatie van 1.100 hotelkamers, terwijl van de helft daarvan volstrekt onduidelijk was of ze gerealiseerd zouden worden. Ook werd in het rapport nog rekening gehouden met een hotel op de luchthaven met 225 kamers, terwijl er thans 144 zijn voorzien. Daarnaast is in het rapport uitgegaan van een tijdelijke stagnatie van het aantal passagiers op Eindhoven Airport die feitelijk nooit is opgetreden, aldus de raad.

2.5.2. Onderdeel van de bijlagen bij het vastgestelde plan vormt het rapport "Hotelmarkt Eindhoven" (Horwath HTL, juli 2008). Volgens dit rapport vertaalt de verwachte groei in de hotelvraag in Eindhoven zich naar een behoefte van 476 nieuwe hotelkamers in de gemeente Eindhoven in 2015. Met de enkele stelling dat geen rekening is gehouden met de gevolgen van de financieel-economische crisis voor de behoefte aan hotelkamers heeft [verzoekster] naar het oordeel van de voorzitter niet aannemelijk gemaakt dat de behoefte aan een hotel op de luchthaven onvoldoende is aangetoond, nu het plan zich uitstrekt over een periode van tien jaar. Bovendien is op een aantal punten uitgegaan van een negatievere marktsituatie voor een hotel op het vliegveld dan waarvan in de praktijk is gebleken.

Het aangevoerde geeft de voorzitter voorshands dan ook geen aanleiding voor de verwachting dat de Afdeling tot het oordeel zal komen dat de raad bij de vaststelling van het plan op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat een gebrek aan behoefte aan hotelkamers in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van de in het plan voorziene mogelijkheid voor de bouw van een hotel.

2.6. [verzoekster] betoogt verder dat in verband met de voorziene bouw van een hotel op het vliegveld een bestemmingsplan in procedure is gebracht om de toegestane milieucategorieën op het naastgelegen bedrijventerrein Eindhoeven Airport te beperken, maar dat bij het hotel geen goed verblijfklimaat kan worden gewaarborgd, nu dit in procedure gebrachte bestemmingsplan nog niet is vastgesteld.

2.6.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de indicatieve afstanden uit de VNG-brochure niet zien op een situatie als deze. Omdat een hotel volgens de raad geen ongevoelige functie is, heeft de raad evenwel beoordeeld of het de bouw van een hotel op Eindhoven Airport uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar kan worden geacht.

2.6.2. In de plantoelichting is ingegaan op het aspect geluidhinder. Volgens de plantoelichting is bij de beoordeling van de geluidbelasting ter plaatse van belang dat het hotel een functie betreft die gelieerd is aan de luchthaven en daarmee behoort tot een specifiek segment hotels, gelegen nabij belangrijke verkeersaders, zoals autosnelwegen, spoorwegen/stations en luchthavens. Op veel luchthavens in Nederland en het buitenland is een hotel op het luchthaventerrein of in de directe omgeving gelegen en geluidsbelasting bij deze hotels zal logischerwijs hoger zijn dan in reguliere toeristengebieden, zo staat in de plantoelichting. Voorts staat in die toelichting dat de gasten van het hotel voornamelijk 's avonds en 's nachts aanwezig zullen zijn in het hotel, terwijl de luchthaven 's nachts gesloten is voor vliegverkeer en dat een deel van de gasten het hotel slechts voor overnachting voor of na een vlucht zal benutten, zodat voor deze gasten sprake van een kortstondig verblijf. Verder staat in de plantoelichting dat voor zover noodzakelijk bouwkundige maatregelen worden getroffen om ervoor te zorgen dat de binnenwaarde op de hotelkamers aanvaardbaar is.

2.6.3. De voorzitter is van oordeel dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in dezen de indicatieve afstanden uit de VNG-brochure reeds hierom toepassing missen, omdat de daarin opgenomen richtafstanden niet zijn toegesneden op een situatie als thans aan de orde. Gezien de in de plantoelichting genoemde specifieke omstandigheden die in dit geval een rol spelen bij de beoordeling van het verblijfklimaat in het hotel is de voorzitter voorshands van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake is van een aanvaardbaar verblijfklimaat, ongeacht of het voor het bedrijventerrein Eindhoven Airport in procedure gebrachte bestemmingsplan uiteindelijk wordt vastgesteld en onherroepelijk wordt.

2.7. Ten aanzien van het betoog van [verzoekster] dat onvoldoende onderzoek is verricht naar de effecten van het plan op de natuur wijst de raad er op dat het plangebied al is verhard en omringd is door allerlei andere functies. Voorts liggen de meest nabijgelegen gronden die behoren tot de ecologische hoofdstructuur op een afstand van 230 m tot het plangebied en de meest nabijgelegen gronden die behoren tot de ecologische verbindingszone op 300 m van het plangebied. In de plantoelichting is verder uitvoerig onderbouwd waarom de Flora- en faunawet niet aan het plan in de weg staat.

Onder deze omstandigheden geeft het aangevoerde naar het voorlopig oordeel van de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat de raad nader onderzoek had moeten doen naar de effecten van het plan op natuurwaarden.

2.8. [verzoekster] betoogt dat ten onrechte niet is onderzocht in hoeverre het aantal bezoekers van de luchthaven stijgt, doordat de luchthaven door uitbreiding van de terminal en de bouw van het hotel aantrekkelijker wordt. Zij wijst in dit verband op de ontsluiting van de luchthaven en de luchtkwaliteit.

2.8.1. De voorzitter gaat er op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting voorshands van uit dat de effecten van een eventuele toename van passagiers omdat de luchthaven beschikt over een grotere terminal dan voorheen en een hotel in verhouding tot de effecten van de luchthaven als geheel zodanig gering zijn dat ze niet in de weg stonden aan de vaststelling van het plan. Het aantal mogelijke passagiers van de luchthaven wordt immers niet primair bepaald door de in het plan voorziene ontwikkelingen.

2.9. [verzoekster] betoogt dat onvoldoende is komen vast te staan dat voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Ter onderbouwing van dit betoog wijst zij er op dat volgens de plantoelichting het aantal benodigde parkeerplaatsen 4.200 bedraagt, uitgaande van 2.100.000 reizigers in het jaar 2010 vermenigvuldigd met de bewezen parkeernorm van 0,002 parkeerplaats per passagier, terwijl het aantal verwachte passagiers in 2011 uitkomt op 2.700.000, zodat dit jaar reeds 5.400 parkeerplaatsen zijn benodigd.

2.9.1. Ten aanzien van de beschikbare parkeerruimte heeft Eindhoven Airport verklaard dat er op dit moment reeds 4.500 parkeerplaatsen bij de luchthaven aanwezig zijn en dat daar nog 1.400 plaatsen bij zullen komen zodra de reeds geplande parkeergarage P4 gereed is.

In het licht van deze verklaring en gezien de omstandigheid dat het plan binnen het gehele plangebied voorziet in de mogelijkheid om gronden te gebruiken voor parkeervoorzieningen ziet de voorzitter in de vrees van [verzoekster] voor onvoldoende parkeergelegenheid geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.10. De door [verzoekster] aangevoerde strijd met de provinciale Verordening Ruimte vanwege de gedeeltelijke ligging van het plangebied in een boringsvrije zone en de gestelde strijd met het gemeentelijke hoogbouwbeleid geven de voorzitter voorshands geen aanleiding voor de verwachting dat de Afdeling daarin aanleiding zal zien voor vernietiging van het bestreden besluit. Dit geldt eveneens voor het betoog dat het bedrijventerrein Flight Forum zal leeglopen indien het door [verzoekster] te ontwikkelen hotel niet kan worden gerealiseerd, het niet nader onderbouwde betoog dat mogelijk sprake is van ongeoorloofde staatssteun en de verwijzing door [verzoekster] naar in eerdere instantie naar voren gebrachte argumenten.

2.11. Gelet op het voorgaande dient het verzoek te worden afgewezen.

2.12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Van Steenbergen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 augustus 2011

528.