Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR5642

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-08-2011
Datum publicatie
24-08-2011
Zaaknummer
201104506/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 december 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "De Overlaet" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201104506/2/R3.

Datum uitspraak: 16 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker] en anderen, allen wonend te [woonplaats], gemeente 's-Hertogenbosch,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "De Overlaet" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 april 2011, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoeker] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 augustus 2011, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. J.C. Blonk en R. Leutscher-Abdulkader, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Overwegingen

Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

[verzoeker] en anderen richten zich tegen de in het plan voorziene mogelijkheid om een vrijstaande woning te realiseren aan de [locatie 1] te [plaats]. Zij voeren een aantal formele bezwaren aan en betogen in dat verband onder meer dat in strijd met het vermelde in een raadsvoorstel van 5 juli 2005 geen concept voor een ruimtelijk plan is voorgelegd aan de bewoners van de [locatie 2].

Ter zitting heeft de raad met betrekking tot de bezwaren tegen de gevolgde procedure verklaard dat de aanname van [verzoeker] en anderen dat in het raadsvoorstel van 5 juli 2005 staat dat een concept voor een ruimtelijk plan zal worden voorgelegd aan de bewoners van de [locatie 2], berust op een onjuiste lezing van dat raadsvoorstel.

Volgens de raad is eerst een concept voor een ruimtelijk plan voor de dorpsrand Bruggen opgesteld waarbij alle bewoners in en om het plangebied konden reageren. Deze reacties zijn volgens de raad meegenomen in de Nota van uitgangspunten voor de dorpsrand Bruggen in Rosmalen, waarna de nota is vastgesteld en overleg heeft plaatsgevonden met diverse initiatiefnemers voor woningbouw. In het voorontwerp voor het plan is vervolgens de juridische vertaling van de nota gemaakt, aldus de raad ter zitting. De raad heeft er daarbij op gewezen dat de correcte procedure is beschreven in deze nota. Daarbij heeft de raad er op gewezen dat in het raadsvoorstel staat dat overleg zal worden gevoerd met alle betrokken initiatiefnemers. Nu initiatiefnemers degenen zijn die hebben verzocht om een nieuwe woning te mogen bouwen in de dorpsrand, horen verzoekers niet tot die groep, aldus de raad.

Gelet op de door de raad op dit punt gegeven toelichting verwacht de voorzitter dat de aangevoerde formele bezwaren de Afdeling geen aanleiding zullen geven voor vernietiging van het bestreden besluit, voor zover het betreft het door [verzoeker] en anderen bestreden plandeel.

[verzoeker] en anderen voeren aan dat in het verleden op grond van stedenbouwkundige en landschappelijke argumenten geen bebouwing was toegestaan aan de [locatie 1], terwijl dat nu wel mogelijk wordt gemaakt.

Ter zitting heeft de raad toegelicht dat [verzoeker] en anderen refereren aan een concept voor de 'Nota van uitgangspunten voor de dorpsrand Bruggen in Rosmalen' ter onderbouwing van hun standpunt dat geen bebouwing aan de [locatie 1] mogelijk werd geacht. Volgens de raad sluit de uiteindelijk vastgestelde versie van die nota bebouwing ter plaatse niet uit, maar is bebouwing langs de [locatie 1] uitsluitend toegestaan indien dit niet ten koste gaat van het karakter van de zuidoostelijke entree van de Overlaet en het prominente zicht op de historische bedijking langs Bruggen. Uit het stedenbouwkundige onderzoek dat is beschreven in paragraaf 4.1.3.7 van de plantoelichting is volgens de raad gebleken dat het mogelijk is om één woning in te passen aan de [locatie 1]. Ter zitting heeft de raad aan de hand van de verbeelding geadstrueerd dat dit naar zijn mening niet leidt tot een wezenlijke aantasting van de stedenbouwkundige structuur ter plaatse.

Gelet op de toelichting van de raad verwacht de voorzitter dat de inhoudelijke bezwaren de Afdeling geen aanleiding zullen geven voor vernietiging van het bestreden besluit, voor zover het betreft het door [verzoeker] en anderen bestreden plandeel.

Gelet op het voorgaande dient het verzoek te worden afgewezen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Van Steenbergen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 augustus 2011

528.