Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR4622

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-08-2011
Datum publicatie
10-08-2011
Zaaknummer
201105113/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 februari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Station Hoevelaken" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201105113/2/R2.

Datum uitspraak: 5 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster], wonend te Amersfoort,

verzoekster,

en

de raad van de gemeente Amersfoort,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 februari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Station Hoevelaken" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 mei 2011, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 mei 2011, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 juli 2011, waar de raad, vertegenwoordigd door S.H.B. de Graaff en E. Willighagen, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts zijn ter zitting gehoord Prorail B.V., vertegenwoordigd door T. Vos en W. Kats, en de raad van de gemeente Nijkerk, vertegenwoordigd door drs. M.J. Loos en H. Kasteel.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in de mogelijkheid voor de bouw van het station Hoevelaken op de grens tussen de gemeenten Amersfoort en Nijkerk.

2.3. Ter zitting heeft de raad betwist dat [verzoekster] belanghebbende is, vanwege de afstand tussen haar woning aan de [locatie] en het plangebied.

2.3.1. De voorzitter ziet geen reden om af te wijken van hetgeen hieromtrent is overwogen in de mondelinge uitspraak van 9 maart 2011, nr. 201100691/2/R2, inzake de vaststelling van het bestemmingsplan "Station Hoevelaken" van de raad van de gemeente Nijkerk. In deze uitspraak heeft de voorzitter overwogen dat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat de directe leefomgeving van [verzoekster] door de bouw van het station wordt beïnvloed door een toename van het verkeer op de Stoutenburgerlaan, in de directe nabijheid waarvan zij woonachtig is.

2.4. [verzoekster] vreest dat het plan leidt tot een onaanvaardbare verslechtering van de verkeersveiligheid op de Stoutenburgerlaan, met name vanwege een toename van het aantal verkeersbewegingen. De door de raad voorziene maatregelen ten behoeve van de verkeersveiligheid zijn volgens [verzoekster] onvoldoende, aangezien de reeds bestaande maatregelen niet worden nageleefd. Verder betoogt [verzoekster] dat niet duidelijk is hoe het station zal worden ingericht en waar de fietsinrit komt te liggen, zodat de veiligheid hiervan niet kan worden beoordeeld. Voorts stelt zij dat met de uitvoering van het station moet worden gewacht op de uitbreiding van de A28 en A1, omdat hiertoe ook het viaduct in de Stoutenburgerlaan aangepast zal moeten worden.

2.4.1. De raad heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen van de aanleg van het station voor het verkeersaanbod op de Stoutenburgerlaan. Voor de toename van autoverkeer is berekend dat het station ongeveer 326 extra motorvoertuigbewegingen met zich brengt, waarvan 85% over de Stoutenburgerlaan zal rijden. In totaal zullen hierdoor na verwezenlijking van het station ongeveer 2.550 motorvoertuigbewegingen per etmaal plaatsvinden over de Stoutenburgerlaan. De Stoutenburgerlaan kan voorts worden gekwalificeerd als een erftoegangsweg type 1, waarbij als richtwaarde voor een aanvaardbare verkeersintensiteit 5.000 tot 6.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal geldt. [verzoekster] heeft deze uitgangspunten niet bestreden. Gelet op de verwachte toename van autoverkeer als gevolg van het station in samenhang met de capaciteit van de Stoutenburgerlaan, bestaat geen grond voor het oordeel dat het toenemende verkeersaanbod zal leiden tot een verslechtering van de verkeersveiligheid op de Stoutenburgerlaan.

Voor zover [verzoekster] er op wijst dat de maatregelen ten behoeve van de verkeersveiligheid in de huidige situatie niet worden nageleefd, overweegt de voorzitter dat dit ziet op handhaving van verkeersmaatregelen. Deze handhavingsaspecten zijn in de bestemmingsplanprocedure niet aan de orde, aangezien uitsluitend de toetsing van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan voorligt.

De exacte inrichting van het plangebied en de ligging daarbinnen van de fietsinrit van het station is voorts een kwestie van uitvoering van het bestemmingsplan. [verzoekster] heeft niet aannemelijk gemaakt dat binnen de bestemming "Verkeer-Railverkeer" geen, met het oog op de verkeersveiligheid ter plaatse, aanvaardbare uitvoering van de fietsinrit mogelijk is.

Voorts is niet aannemelijk geworden dat het noodzakelijk is dat de raad wacht met uitvoering van het plan op de mogelijke maatregelen die worden genomen in het kader van een eventuele wijziging van het viaduct als gevolg van de voorgenomen verbreding van de A28 en A1.

2.5. Het verzoek om voorlopige voorziening dient te worden afgewezen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld-Mak, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Langeveld-Mak

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2011

317-677.