Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR4591

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-08-2011
Datum publicatie
10-08-2011
Zaaknummer
201100407/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 mei 2009 heeft het dagelijks bestuur geweigerd aan [appellant] krachtens de Monumentenwet 1988 vergunning te verlenen voor het veranderen van het gebouw [locatie] te Amsterdam (hierna: het pand).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201100407/1/H2.

Datum uitspraak: 10 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Amsterdam,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 1 december 2010 in zaak nr. 09/2892 in het geding tussen:

[appellant] en [wederpartij]

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum (hierna: het dagelijks bestuur).

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 mei 2009 heeft het dagelijks bestuur geweigerd aan [appellant] krachtens de Monumentenwet 1988 vergunning te verlenen voor het veranderen van het gebouw [locatie] te Amsterdam (hierna: het pand).

Bij uitspraak van 1 december 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 januari 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 8 februari 2011.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 juli 2011, waar het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. C.L. Brinks, werkzaam in dienst van het stadsdeel, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 11, tweede lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die luidde ten tijde van belang, is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning:

a. een beschermd monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;

b. een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Ingevolge artikel 12 wordt een aanvraag om vergunning, als bedoeld in artikel 11, ingediend bij het college van burgemeester en wethouders.

Ingevolge artikel 14, eerste lid, voor zover thans van belang, beslist het college van burgemeester en wethouders omtrent die aanvraag.

Ingevolge artikel 26, tweede lid, van de Verordening op de stadsdelen heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bevoegdheden om op een aanvraag, als hier aan de orde, te besluiten, overgedragen aan het dagelijks bestuur van de stadsdelen.

2.2. Het pand is een rijksmonument. [appellant] heeft hierin bouwwerkzaamheden laten verrichten, zonder dat hiervoor krachtens de Monumentenwet 1988 vergunning was verleend. Deze werkzaamheden betreffen onder meer de vervanging van balklagen op de tweede en derde verdieping, alsmede een in stalen balken uitgevoerde trapraveling. Ter legalisering hiervan heeft hij de afgewezen aanvraag ingediend. De afwijzing is gebaseerd op een advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten (hierna: de monumentencommissie) van 18 maart 2009 dat een trapraveling met stalen balken en dwars geplaatste houten balken wezensvreemd is aan het pand en in plaats daarvan een traditionele raveling aangebracht dient te worden.

2.3. [appellant] betoogt tevergeefs dat de rechtbank heeft miskend dat de intrekking van het besluit van 19 mei 2009 door het dagelijks bestuur bij besluit van 23 december 2009 meebrengt dat de weigering niet terecht was. Bij dat laatste besluit is vergunning verleend naar aanleiding van een gewijzigd bouwplan.

2.4. [appellant] betoogt evenzeer tevergeefs dat de rechtbank heeft miskend dat het dagelijks bestuur het advies van de monumentencommissie niet aan de afwijzing ten grondslag heeft mogen leggen. Anders dan [appellant] stelt, heeft de monumentencommissie in dit advies niet zozeer het gebruik van enige stalen constructie in het pand afgekeurd, doch zich gekeerd tegen de in de aanvraag voorziene toepassing daarvan. De rechtbank heeft in het in beroep aangevoerde, waaronder dat het gebruik van staal niet wezensvreemd is aan het pand, gelet op de Rietveldpui en andere aanwezige stalen elementen, terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het advies van de monumentencommissie naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont, dat het dagelijks bestuur het niet aan het besluit van 19 mei 2009 ten grondslag heeft mogen leggen.

2.5. Het betoog dat de rechtbank heeft miskend dat het dagelijks bestuur met de weigering het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden, faalt ook. Wat betreft de door [appellant] vermelde gevallen, Keizersgracht 735 en 754, gaat het niet om gelijke of gelijk te stellen gevallen, waarin het dagelijks bestuur vergunning heeft verleend bij toepassing van een stalen constructie.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient, voor zover aangevallen, te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Dallinga

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2011

18-710.