Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR4006

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-07-2011
Datum publicatie
03-08-2011
Zaaknummer
201104629/2/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 juli 2009 heeft het college aan Novio vrijstelling en reguliere bouwvergunning verleend voor de bouw van een appartementengebouw met 122 woningen, stallinggarage, winkelruimte en kantoorruimte op het perceel Marialaan/Kievitstraat te Nijmegen (hierna: het project).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201104629/2/H1.

Datum uitspraak: 29 juli 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken van [verzoeker A], en [verzoeker B], beiden wonend te Nijmegen, om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Novio Sector Vastgoed B.V." (hierna: Novio), gevestigd te Zevenaar,

2. het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (hierna: het college)

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 7 april 2011 in zaken nrs. 10/1468 en 10/1469 in het geding tussen:

[verzoeker A],

[verzoeker B]

en

het college.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 juli 2009 heeft het college aan Novio vrijstelling en reguliere bouwvergunning verleend voor de bouw van een appartementengebouw met 122 woningen, stallinggarage, winkelruimte en kantoorruimte op het perceel Marialaan/Kievitstraat te Nijmegen (hierna: het project).

Bij afzonderlijke besluiten, verzonden op 9 maart 2010, heeft het college de door [verzoeker A] en [verzoeker B] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 april 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank de door [verzoeker B] en [verzoeker A] daartegen ingestelde beroepen gegrond verklaard en die besluiten vernietigd.

Tegen deze uitspraak hebben Novio bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 april 2011, en het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 mei 2011, hoger beroep ingesteld. Novio heeft haar hoger beroep aangevuld bij brief van 19 mei 2011. Het college heeft zijn hoger beroep aangevuld bij brief van 6 juni 2011.

Bij afzonderlijke besluiten, verzonden op 11 juli 2011, heeft het college de door [verzoeker A] en [verzoeker B] tegen het besluit van 2 juli 2009 gemaakte bezwaren opnieuw ongegrond verklaard.

Bij afzonderlijke brieven, beide bij de Raad van State ingekomen op 29 juni 2011, hebben [verzoeker A] en [verzoeker B] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Novio heeft nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 14 juli 2011, waar [verzoeker A], bijgestaan door M.H.M. Baltussen, en het college, vertegenwoordigd door mr. S.G. Blasweiler, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is Novio, vertegenwoordigd door haar [directeur], bijgestaan door mr. J.P. Hoegee, advocaat te Nijmegen, ter zitting gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Bij besluit verzonden op 11 juli 2011 heeft het college, gevolg gevend aan de aangevallen uitspraak, opnieuw beslist op de door [verzoeker A] en [verzoeker B] gemaakte bezwaren. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in samenhang met de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van die wet, geacht eveneens onderwerp te zijn van dit geding.

2.3. De verzoeken om voorlopige voorziening hebben uitsluitend betrekking op dit besluit.

2.4. In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht, is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat dit besluit in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de vrijstelling en de bouwvergunning niet mochten worden verleend.

Daarbij wordt in aanmerking genomen dat niet wordt bestreden dat het college bevoegd is de gevraagde vrijstelling te verlenen en dat het college in de ruimtelijke onderbouwing van het project, die is neergelegd in het voorontwerp van het bestemmingsplan "Nijmegen Oud West - 10 (MKK-terrein - Novio sector)" deugdelijk heeft gemotiveerd, althans dat vanwege de afwezigheid van [verzoeker B] ter zitting onvoldoende is weersproken, dat ten gevolge van de realisering van het project nabij een ampullenfabriek, aan de in artikel 5, eerste lid, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen gestelde vereisten wordt voldaan en dat de realisering van het project geen onacceptabele gevolgen heeft voor de verkeersdoorstroming en de daarmee samenhangende geluidbelasting en luchtkwaliteit.

Voorts wordt daarbij in aanmerking genomen dat het college ter zitting aannemelijk heeft gemaakt dat de inbreuk op [verzoeker A] privacy vergeleken met de situatie dat het project zou voldoen aan de ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Nijmegen Oud West" maximaal toegestane bouwhoogte, niet onevenredig toeneemt en het project voor slechts enkele maanden in het jaar ten hoogste een uur langer schaduw werpt op het perceel van [verzoeker A]. De schaduwwerking en inbreuk op de privacy wordt daarom niet zodanig geacht dat het college de gevraagde vrijstelling in redelijkheid niet heeft kunnen verlenen.

Tenslotte is ter zitting gebleken dat de verzoeken om voorlopige voorziening eerst zijn gedaan nadat de bouw van het project in een vergevorderd stadium verkeerde en de bouwactiviteiten al bijna een jaar bezig waren, zodat ook een afweging van de in geding zijnde belangen niet noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening, als is verzocht.

2.5. Gelet op het vorenstaande worden de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.W. van Leeuwen, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Van Leeuwen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2011

543.