Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR3996

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-08-2011
Datum publicatie
03-08-2011
Zaaknummer
201012522/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 mei 2009 heeft het college [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast het gebouw op het perceel [locatie] te Nieuwendijk (hierna: het perceel) te voorzien van een door de brandweer goedgekeurd geografisch paneel.

Wetsverwijzingen
Woningwet
Woningwet 40
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/780
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201012522/1/H1.

Datum uitspraak: 3 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te Nieuwendijk, gemeente Werkendam, waarvan de vennoten zijn [vennoot A] en [vennoot B] (hierna: [appellante]),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 3 november 2010 in zaak

nr. 10/1406 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Werkendam.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 mei 2009 heeft het college [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast het gebouw op het perceel [locatie] te Nieuwendijk (hierna: het perceel) te voorzien van een door de brandweer goedgekeurd geografisch paneel.

Bij besluit van 25 februari 2010 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar, onder aanpassing van de grondslag van het besluit, ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 3 november 2010, verzonden op 11 november 2010, heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 december 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 20 januari 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] en het college hebben nadere stukken ingediend.

Bij besluit van 15 juni 2011 heeft het college het besluit van 14 mei 2009 ingetrokken.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 juli 2011, waar [appellante], vertegenwoordigd door haar vennoten [vennoot A] en [vennoot B], bijgestaan door mr. C.M.L. Willems-Dekkers, werkzaam bij DAS rechtsbijstand te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door A.J. van Eijk, Bouwman en J. Pot, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 15 juni 2011 heeft het college het dwangsombesluit ingetrokken, omdat [appellante] heeft voldaan aan de last. [appellante] stelt terecht nog procesbelang te hebben bij een uitspraak op haar hoger beroep, nu zij wenst te vernemen of zij terecht aan de last heeft voldaan. In verband daarmee zal zij bepalen of zij een verzoek om schadevergoeding zal indienen bij het college.

2.2. Bij besluit van 21 mei 2008 heeft het college aan [appellante] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van twaalf zorgappartementen en een woning op het perceel. Op 7 januari 2009 is door het college geconstateerd dat niet voldaan is aan de verleende bouwvergunning. Volgens het college is in afwijking van de aan de bouwvergunning verbonden voorwaarden geen geografisch paneel als bedoeld in het opgestelde Programma van Eisen (hierna: PvE) in het pand aanwezig.

2.3. Ingevolge artikel 40 van de Woningwet, is het verboden te bouwen zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders.

2.4. De bouwvergunning is, voor zover hier van belang, verleend onder de voorwaarde dat tenminste drie weken voor de aanvang van de desbetreffende werkzaamheden de brandmeldingsinstallatie, opgenomen in een PvE, ter goedkeuring aan bouw- en woningtoezicht wordt voorgelegd en dat het gebouw van die brandmeldingsinstallatie moet worden voorzien.

Het PvE is in opdracht van [appellante] opgemaakt door Van Dijnsen brandpreventie. Het eerste concept is door de brandweer, namens het college afgewezen. Als wijziging is door de brandweer als eis voor het brandmeldingssysteem onder punt '6.5 Uitvoering brandpaneel' de keuzemogelijkheid 'Geografisch paneel' aangekruist. Van Dijnsen heeft dit voor akkoord getekend.

2.5. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden. Daartoe voert zij aan dat de uit het goedgekeurde PvE voortvloeiende eisen niet in het kader van artikel 40 van de Woningwet kunnen worden gehandhaafd. Zij stelt in dit verband dat zij niet gedwongen kan worden een niet-bouwvergunningplichtige voorziening aan te brengen.

2.5.1. Dit betoog faalt. De bouwvergunning is verleend onder voorwaarden, waaronder een ter goedkeuring voor te leggen brandmeldinstallatie in een PvE. In het PvE is opgenomen op welke wijze in deze installatie dient te worden voorzien. De rechtbank heeft gelet daarop terecht overwogen dat het PvE, als voorwaarde verbonden aan de bouwvergunning, daarvan onderdeel is gaan uitmaken. Nu [appellante] geen geografisch paneel als opgenomen in het PvE, maar een ander brandweerpaneel heeft aangebracht, heeft zij in afwijking van de bouwvergunning gebouwd. Derhalve was het college bevoegd handhavend op te treden.

2.6. Voor zover [appellante] heeft verwezen naar het Gebruiksbesluit en in dat verband heeft betoogd dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op het door haar in beroep aangevoerde betoog, dat geen sprake is van strijd met dat besluit, geldt dat, zoals de rechtbank ook heeft overwogen, het college in het besluit van 25 februari 2010 heeft gesteld dat het aan het besluit van 14 mei 2009 ten onrechte het Gebruiksbesluit ten grondslag heeft gelegd en dat het besluit tot handhavend optreden uitsluitend is gebaseerd op artikel 40 van de Woningwet. De rechtbank heeft naar aanleiding daarvan terecht de gronden van [appellante] ten aanzien van het Gebruiksbesluit buiten beschouwing gelaten. De Afdeling zal gronden gericht ten aanzien van dat besluit eveneens buiten beschouwing laten.

2.7. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.8. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat handhavend optreden in dit geval zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat het college daarvan had behoren af te zien. Zij betwijfelt de noodzaak van een geografisch paneel, gelet op de gelijkwaardigheid van het in eerste instantie aangebrachte brandweerpaneel, en verwijst in dat kader naar de door haar in het geding gebrachte contra expertise van BOS consultancy B.V. van 14 augustus 2009.

2.8.1. Het betoog faalt. De rechtbank heeft in de door [appellante] geponeerde stelling dat het door haar in eerste instantie aangebrachte brandweerpaneel gelijkwaardig is aan het in het PvE voorgeschreven geografisch paneel terecht geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat handhavend optreden in dit geval zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat het college daarvan had behoren af te zien. Daartoe is van belang dat de brandweer Midden- en West-Brabant in het handboek Pro-actie & Preventie heeft opgenomen dat het gebruik van geografische panelen in gebouwen waarin mensen slapen (logiesgebouwen, bejaardentehuizen e.d.), ongeacht de vormgeving, gezien de ervaringen, dringend aan te bevelen is. Van een dergelijk gebouw is in dit geval sprake. Voorts heeft de brandweer te kennen gegeven dat een geografisch paneel wenselijk wordt geacht, aangezien het een gebouw betreft met drie woonlagen, één vluchtroute en niet-zelfredzame personen. Het college heeft daarnaast aan R2B Inspecties B.V. advies gevraagd. Zij heeft te kennen gegeven dat in het regionaal brandweerbeleid het gebruik van een geografisch paneel sterk wordt aanbevolen, met name in de gevallen als onderhavige, waarbij de bevelhebber 's nachts in verband met slapende bewoners en minimale bezetting van personeel snel overzicht moet verkrijgen teneinde adequaat te kunnen optreden. Voorts heeft R2B Inspecties gesteld dat dit beleid in de praktijk standaard wordt doorgevoerd, tenzij het woongebouw slechts uit één bouwlaag bestaat. Dat is hier niet het geval.

Het door [appellante] in beroep overgelegde rapport van BOS consultancy heeft de rechtbank terecht niet tot het oordeel geleid dat het college, gelet op het vorenoverwogene, niet in redelijkheid gebruik heeft mogen maken van haar bevoegdheid tot handhavend optreden. Weliswaar is in dat rapport overwogen dat conform NEN 2535:1996 in dit pand feitelijk kan worden volstaan met een tekstpaneel bij de brandweeringang, zoals door [appellante] aangebracht, dit neemt echter niet weg dat het college zich heeft mogen baseren op het advies van de brandweer, nu de brandweer ter zake deskundig moet worden geacht. Daarbij wordt waarde toegekend aan de omstandigheid dat, zoals de brandweer ter zitting heeft uiteengezet, de wenselijkheid voor een geografisch paneel met name is ingegeven door het feit dat de brandweer hecht aan uniformiteit in de in het gebied Midden- en West-Brabant gehanteerde brandweerpanelen, zodat het brandweerpersoneel zoveel mogelijk op de aanwezigheid van dat paneel kan worden getraind en zo snel mogelijk de benodigde hulp kan worden geboden.

2.9. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. Heijninck, ambtenaar van staat.

w.g. Wortmann w.g. Heijninck

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2011

552.