Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR3989

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-08-2011
Datum publicatie
03-08-2011
Zaaknummer
201009223/1/T2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 juni 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Haagakkers II" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 1.1
Besluit ruimtelijke ordening
Besluit ruimtelijke ordening 1.2.3
Besluit ruimtelijke ordening 8.1.1
Wet op de Raad van State
Wet op de Raad van State 46
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/692
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201009223/1/T2/R3.

Datum uitspraak: 3 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State in het geding tussen:

[appellant], wonend te Oost- West- en Middelbeers, gemeente Oirschot,

en

de raad van de gemeente Oirschot,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 juni 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Haagakkers II" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 september 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 februari 2011, waar de raad, vertegenwoordigd door ing. S. van Kollenburg en mr. S. Rotman, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Bij tussenuitspraak van 16 maart 2011, nr. 201009223/1/T1/R3, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 28 juni 2010 te herstellen.

Bij besluit van 31 mei 2011, nr. 2011/40, bij de Raad van State ingekomen op 16 juni 2011, heeft de raad het besluit van 28 juni 2010 gewijzigd.

Bij brief van 21 juni 2011 is [appellant] in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over het besluit van 31 mei 2011 naar voren te brengen.

Door [appellant] is bij brief van 28 juni 2011 een zienswijze naar voren gebracht.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

2.2. Bij tussenuitspraak van 16 maart 2011, nr. 201009223/1/T1/R3, heeft de Afdeling de raad, voor zover hier van belang, opgedragen om binnen twaalf weken het besluit van 28 juni 2010, voor zover het betreft het in de noordwestelijke punt van het plangebied gesitueerde plandeel met de bestemming "Wonen" en de bouwaanduiding "vrij", alsnog deugdelijk te motiveren dan wel dat besluit te wijzigen door vaststelling van een andere planregeling voor bedoeld plandeel, en in het laatste geval het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.

2.3. Bij het besluit van 31 mei 2011 heeft de raad het bestemmingsplan Haagakkers II gewijzigd vastgesteld.

2.4. Het besluit van 31 mei 2011 waarbij de raad het besluit van 28 juni 2010 heeft gewijzigd, is ingevolge de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht mede onderwerp van het geding.

2.5. In zijn zienswijze van 28 juni 2011 heeft [appellant] naar voren gebracht dat de raad in het besluit van 31 mei 2011 gronden tot "zijtuin" heeft bestemd terwijl die bestemming niet voorkomt in de bij het besluit van 28 juni 2010 vastgestelde planregels en deze bestemming evenmin voorkomt op de kaart waarnaar in het besluit van 31 mei 2011 wordt verwezen.

2.5.1. Bij het besluit van 31 mei 2011 behoren het voorstel van burgemeester en wethouders aan de raad van 10 mei 2011 en de daarbij gevoegde bijlage "Notitie aanpassing Haagakkers II naar aanleiding van de tussenuitspraak ABRvS (26 april 2011, Grontmij)" (hierna: de notitie). Uit deze stukken blijkt dat het bestemmingsplan Haagakkers II door het besluit van 31 mei 2011 in die zin wordt gewijzigd dat het bouwvlak dat binnen de 50 meter contour van het bedrijf van [appellant] is gelegen over een afstand van 1,20 meter in zuidelijke richting wordt verplaatst. Om te voorkomen dat op de hierdoor vrijkomende ruimte aan de noordzijde van het bouwvlak woonfuncties worden gerealiseerd in bijgebouwen, wordt aan die strook grond - die is gelegen aan de zijkant van een ter plaatse van het plandeel met de bestemming "Wonen" en de aanduiding "vrij" te realiseren woning - de bestemming "Tuin" toegekend, zoals blijkt uit figuur 4 op pagina 5 van de notitie en de daarbij behorende tekst. Nu in artikel 5 van de planregels regels voor de voor "Tuin" aangewezen gronden zijn opgenomen, faalt het betoog dat het gewijzigd vastgestelde plan voorziet in een bestemming die niet voorkomt in de bij het besluit van 28 juni 2010 vastgestelde planregels.

2.6. In zijn zienswijze heeft [appellant] voorts naar voren gebracht dat niet duidelijk is of inderdaad een zone van 50 meter wordt gecreëerd tussen de woningbouw die het plan mogelijk maakt en zijn bedrijf omdat de bij het plan behorende verbeelding ontbreekt.

2.6.1. Ingevolge artikel 1.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder vaststellen van een bestemmingsplan: herzien van een bestemmingsplan.

Ingevolge artikel 1.2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro), voor zover hier van belang, stelt het college van burgemeester en wethouders, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de wet, bestemmingsplannen op zodanige wijze beschikbaar dat deze langs elektronische weg door een ieder kunnen worden verkregen.

Ingevolge het tweede lid, voor zover hier van belang, omvat de beschikbaarstelling in het eerste lid een volledige, toegankelijke en begrijpelijke verbeelding van het plan met de daarbij behorende toelichting of onderbouwing.

Ingevolge artikel 1.2.3, eerste lid, worden de in artikel 1.2.1, eerste lid, bedoelde visies, plannen, besluiten en verordeningen, in voorkomend geval met de daarbij behorende toelichting of onderbouwing, langs elektronische weg vastgelegd en in die vorm vastgesteld. Een volledige verbeelding daarvan op papier wordt gelijktijdig vastgesteld.

Ingevolge het tweede lid is, indien na vaststelling de inhoud van de langs elektronische weg vastgelegde visies, plannen, besluiten en verordeningen als bedoeld in het eerste lid, en die van de verbeelding daarvan op papier tot een verschillende uitleg aanleiding geeft, de eerstbedoelde inhoud beslissend.

2.6.2. Nu de raad het bestemmingsplan Haagakkers II bij het besluit van 31 mei 2011, nr. 2011/40, heeft herzien zijn op dat besluit ingevolge artikel 1.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wro de bepalingen over de vaststelling van een bestemmingsplan uit de Wro en de daarop berustende bepalingen van toepassing.

2.6.3. De Afdeling stelt vast dat uit het besluit van de raad van 31 mei 2011, nr. 2011/40, niet blijkt dat het herziene plan langs elektronische weg is vastgelegd en in die vorm is vastgesteld. Het ontbreken van het besluit en de bijbehorende stukken op www.ruimtelijkeplannen.nl duidt daar ook op. Dit brengt mee dat de door de raad blijkens de bewoordingen van het raadsbesluit wel vastgestelde op pagina 5 van de notitie afgebeelde figuur niet kan worden aangemerkt als een verbeelding op papier als bedoeld in artikel 1.2.3, eerste lid van het Bro. Gelet hierop treft het betoog van [appellant] dat een verbeelding van het plan ontbreekt, doel. Het besluit is genomen in strijd met artikel 1.2.3, eerste lid, van het Bro. Dat klemt temeer omdat, nu het ontwerp van het bij het besluit van 31 mei 2011 gewijzigd vastgestelde plan na 1 januari 2010 ter inzage is gelegd, ingevolge artikel 1.2.3, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel 8.1.1 van het Bro, ingevolge het tweede lid van dat artikel de inhoud van het langs elektronische weg vastgestelde plan beslissend is.

2.7. De Afdeling ziet in het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State op te dragen de gebreken in het besluit van 31 mei 2011 binnen de hierna te noemen termijn te herstellen. De raad dient daartoe de met dat besluit beoogde wijziging langs elektronische weg vast te leggen en op die wijze vast te stellen en een volledige verbeelding daarvan op papier vast te stellen, zoals bedoeld in artikel 1.2.3 van het Bro, met inachtneming van hetgeen in overweging 2.4.2 en 2.5.3 van de tussenuitspraak van de Afdeling van 16 maart 2011 is overwogen, zonder dat daarbij toepassing wordt gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb. Het nieuwe besluit dient op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt te worden.

2.8. In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

draagt de raad van de gemeente Oirschot op om binnen acht weken na de verzending van deze tussenuitspraak:

- met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen het besluit van 31 mei 2011, 2011/40, te herstellen door dat besluit opnieuw te nemen door de wijziging van de planverbeelding langs elektronische weg vast te leggen en vast te stellen, gelijktijdig een volledige verbeelding daarvan op papier vast te stellen en het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

- de Afdeling van het nieuwe besluit mededeling te doen.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Mathot, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren w.g. Mathot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2011

413.