Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR3979

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-07-2011
Datum publicatie
03-08-2011
Zaaknummer
201106137/2/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 januari 2010 heeft de minister geweigerd [verzoekster] een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te verlenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201106137/2/H3.

Datum uitspraak: 27 juli 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], wonend te Alkmaar,

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) van 28 april 2011 in zaak nr. 10/1043 in het geding tussen:

[verzoekster]

en

de minister (lees: de staatssecretaris) van Veiligheid en Justitie (hierna: de staatssecretaris), voorheen: de minister van Justitie (hierna: de minister).

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 januari 2010 heeft de minister geweigerd [verzoekster] een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te verlenen.

Bij besluit van 1 april 2010 heeft de minister het door [verzoekster] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 28 april 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [verzoekster] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 mei 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 23 juni 2011. Voorts heeft zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 13 juli 2011 heeft de staatssecretaris een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 juli 2011, waar [verzoekster], bijgestaan door mr. P.G. Wemmers, advocaat te Alkmaar, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. S.L. de Koning, werkzaam in dienst van het ministerie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek strekt ertoe dat de voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening bepaalt dat [verzoekster] hangende het hoger beroep wordt aangemerkt als beschikte zij over de door haar aangevraagde VOG.

2.2. Niet op voorhand is aannemelijk dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep niet in stand zal blijven, althans dat zal blijken dat de minister niet heeft mogen weigeren [verzoekster] de gevraagde VOG te verlenen. Daartoe wordt overwogen dat de minister naar voorlopig oordeel het gevoerde beleid niet onjuist heeft toegepast en [verzoekster] geen zodanig bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd, dat geoordeeld moet worden dat de minister in verband daarmee in redelijkheid niet onverkort aan het gevoerde beleid heeft kunnen vasthouden. Gelet hierop, bestaat aanleiding om het verzoek af te wijzen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. de Vries, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. De Vries

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2011

582.