Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR3976

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-07-2011
Datum publicatie
03-08-2011
Zaaknummer
201107498/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 juli 2011 heeft het college aan de besloten vennootschap Grand Prix of the Sea Netherlands (hierna: GPS) vergunning krachtens artikel 16 en artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor het houden van de wereldkampioenschappen Powerboatraces en overige activiteiten in het Marsdiep voor de kust van Den Helder en in de haven van Den Helder voor een periode van 5 jaar in de maand augustus, waaronder in 2011 op 5, 6 en 7 augustus.

Wetsverwijzingen
Natuurbeschermingswet 1998
Natuurbeschermingswet 1998 16
Natuurbeschermingswet 1998 19d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/593

Uitspraak

201107498/1/R2.

Datum uitspraak: 25 juli 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de stichting Stichting Landschap Noord-Holland, gevestigd te Heiloo, en andere (hierna: de stichting en anderen),

verzoeksters,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 juli 2011 heeft het college aan de besloten vennootschap Grand Prix of the Sea Netherlands (hierna: GPS) vergunning krachtens artikel 16 en artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor het houden van de wereldkampioenschappen Powerboatraces en overige activiteiten in het Marsdiep voor de kust van Den Helder en in de haven van Den Helder voor een periode van 5 jaar in de maand augustus, waaronder in 2011 op 5, 6 en 7 augustus.

Tegen dit besluit hebben de stichting en anderen bezwaar gemaakt.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 juli 2011, hebben de stichting en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 juli 2011, waar de stichting en anderen, vertegenwoordigd door mr. J. Veltman, advocaat te Amersfoort, drs. K.L. Krijgsveld en drs. E. Kuipers en het college, vertegenwoordigd door mr. E.C.M. Schippers, advocaat te Den Haag en mr. M. Blondelle, M.D. Breuker, drs. G.W. Doeglas en J. W. Stolwijk, allen werkzaam voor de provincie, zijn verschenen. Voorts is ter zitting GPS, vertegenwoordigd door mr. S.F. Kalff, advocaat te Amsterdam, en A. van Gils en dr.ir. M.J. Baptist, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. De voorzitter overweegt dat thans, gelet op het spoedeisend karakter van deze procedure, uitsluitend de vergunning aan de orde is voor zover die is verleend voor 5, 6 en 7 augustus 2011. Voorts is bij het hierna volgende in aanmerking genomen dat GPS ter zitting heeft verklaard dat wat betreft de vergunde activiteiten, naast de Powerboatraces, uitsluitend het landen van parachutisten en een eenmalig vuurwerk zullen plaatsvinden. De overige vergunde activiteiten zijn afgelast.

2.3. De stichting en andere betogen - kort samengevat - dat de vergunde activiteiten de kwaliteit van de natuurlijke habitats zal aantasten en een significant verstorend effect zal hebben op de soorten ten behoeve waarvan de Natura 2000-gebieden Waddenzee, Noordzeekustzone, Duinen en Lage Land van Texel en Duinen Den Helder-Callantsoog zijn aangewezen. De stichting en andere bestrijden dat in het kader van de passende beoordeling afdoende onderzoek heeft plaatsgevonden naar de effecten van de in geding zijnde activiteiten op onder meer diverse kwalificerende vogelsoorten, zeehonden en de bruinvis, alsmede afdoende onderzoek naar cumulatieve effecten.

2.4. Het college stelt zich op het standpunt dat op grond van de passende beoordeling, die in opdracht van GPS is uitgevoerd door IMARES Wageningen UR en is neergelegd in het rapport nr. C020/11 van 14 juni 2011, de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast door de in geding zijnde activiteiten.

2.5. Bij de beoordeling gaat de voorzitter uit van de volgende feiten en omstandigheden, die niet in geschil zijn dan wel ter zitting zijn vastgesteld. De Powerboatraces zullen worden gehouden in de zogenoemde Aquarena. Dit is het ten behoeve van de races tijdelijk afgebakende gebied dat gelegen is in het zuidelijk deel van het Marsdiep voor de kust van Den Helder. De Aquarena is gelegen in het reguliere snelvaargebied van het Marsdiep, waar 45.000 vaarbewegingen per jaar, exclusief recreatievaart, plaatsvinden. Het gebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Helderse Zeedijk. De tribune voor de toeschouwers van de vergunde activiteiten bevindt zich op de dijk buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden. De Aquarena is geheel gelegen in het Natura 2000-gebied Waddenzee. De races zullen worden gehouden tussen 10.00 uur en 18.00 uur. Tijdens de races is het overwegend hoogwater. De strook water waarin de powerboats varen heeft een totale lengte van 7,25 km. De kortste afstand tussen De Hors (gelegen op de zuidpunt van Texel) en de Aquarena bedraagt 1500 meter. Ongeveer 500 meter ten westen van de Aquarena begint het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone. Onderdeel van dat gebied is De Noorderhaaks, dat op minimaal 1580 meter van de Aquarena is gelegen. De gebieden Duinen en Lage Land van Texel en Duinen Den Helder-Callantsoog liggen op respectievelijk minimaal 2,5 km en minimaal 1,2 km van de Aquarena. Het landen van parachutisten zal uitsluitend plaatsvinden binnen de Aquarena. Het vuurwerk wordt bij hoogwater afgestoken vanaf een ponton in de zwaaikom van de marinehaven van Den Helder en zal maximaal een half uur duren.

2.6. In hoofdstuk 4.3 van de passende beoordeling is de exacte duur van de trainingen en races op 5, 6 en 7 augustus 2011 vermeld. De vaartuigen produceren stationair ongeveer 70 dB(A). Op volle snelheid kunnen de vaartuigen een geluidsemissie tot 95 dB(A) bereiken. Het effect van het geluid op de omgeving is in bijlage 3 van de passende beoordeling verbeeld op een kaart met geluidscontouren. Op De Noorderhaaks en De Hors kan een geluidsbelasting van 55 dB(A) optreden. In hoofdstuk 7.4. van de passende beoordeling is beschreven dat de best beschikbare kennis met betrekking tot effecten van bovenwatergeluid afkomstig is van studies bij schietoefeningen. Uit waarnemingen in de Waddenzee blijkt dat in gebieden waar al enige tijd of lange tijd schietoefeningen worden uitgevoerd relatief geringe effecten kunnen worden aangetoond. Schietproeven in het Lauwersmeergebied leverden geen significante veranderingen op in dichtheden, diversiteit, tijdsbesteding en voedselopname van vogels in de Waddenzee. Ook werden in de omgeving van het Lauwersmeer geen veranderingen op hoogwatervluchtplaatsen aangetoond. Het achtergrondniveau tijdens de waarnemingen bedroeg 35 tot 55 dB(A). Ter zitting heeft de opsteller van de passende beoordeling toegelicht dat onder natuurlijke omstandigheden het achtergrondniveau zelfs boven 55 dB(A) kan uitkomen. De voorzitter ziet geen grond voor het oordeel dat in de gegeven situatie de 55 dB(A)-contour niet als uitgangspunt mocht worden genomen bij de beoordeling van de effecten van de vergunde activiteiten op de in de Natura 2000-gebieden aangewezen beschermde vogelsoorten en zeezoogdieren in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen. De stichting en anderen hebben niet met objectieve gegevens gestaafd dat in dit geval een andere geluidscontour als uitgangspunt had moeten worden gehanteerd.

Blijkens de passende beoordeling is verder rekening gehouden met onderwatergeluid van de powerboats. Tevens is rekening gehouden met het geluid van helikopters en vuurwerk. Het gaat in totaal om 10 helicoptervliegbewegingen boven de Aquarena, terwijl jaarlijks onder meer in verband met het vervoer van personen vanaf Den Helder naar offshore oliewinlocaties en activiteiten van Defensie 22.000 helicopterbewegingen plaatsvinden boven het Marsdiep. Ter zitting is nader toegelicht dat het opstijgen en landen van helicopters ten behoeve van het vervoer van zogenoemde vips plaatsvindt via vliegveld De Kooy op ongeveer 7 kilometer afstand van de Aquarena. Deze personen worden verder met busjes vervoerd naar het evenemententerrein.

De in de passende beoordeling genoemde 1%-norm van het ORNIS-comité is uitsluitend gebruikt bij beantwoording van de vraag of dodelijke slachtoffers onder vogels zouden vallen als gevolg van geluidsemissie. In de passende beoordeling is weergegeven dat op grond van ter zake verricht onderzoek naar verwachting geen dodelijke slachtoffers onder de vogels zullen vallen. Ter zitting heeft de opsteller van de passende beoordeling toegelicht dat ook is onderzocht of de enkele verstoring van de aangewezen beschermde vogelsoorten als gevolg van de in geding zijnde activiteiten een negatief effect heeft op het broedsucces van deze soorten. Uit het onderzoek is van een dergelijk effect niet gebleken.

2.7. Ter zitting is mede aan de hand van kaarten van de zijde van het college nader toegelicht dat de aangewezen vogelsoorten diverse uitwijkmogelijkheden hebben in geval gedurende de in geding zijnde activiteiten verstoring optreedt door geluid of verstoring door silhouetwerking. Vogels maken bij hoogwater gebruik van hoogwatervluchtplaatsen, zoals De Hors, De Noorderhaaks en het Kooyhoekschor en het Van Ewijcksluisschor op het Balgzand. Blijkens de passende beoordeling maken rustende vogels vooral tijdens hoogwater en 's nachts gebruik van de zandplaten en stranden. Steltlopers en eenden die op wadplaten foerageren rusten tijdens hoogwater op permanent droog liggende zandplaten en stranden. Op open water foeragerende vogels, zoals sterns, worden door de in geding zijnde activiteiten niet beperkt in hun foerageermogelijkheden. De steenloper kan in geval van verstoring uitwijken naar strekdammen en naar de dijk bij het Balgzand. De voorzitter is van oordeel dat de passende beoordeling voldoende inzichtelijk maakt waar de voor foeragerende, rustende en broedende vogels van belang zijnde plaatsen zich bevinden.

In hoofdstuk 7 van de passende beoordeling is op uitvoerige wijze, met vermelding van actuele telgegevens, tabellen, kaartjes en wetenschappelijke bronnen, de effectbeoordeling beschreven voor trekvissen, vogels, de bruinvis, de gewone zeehond en de grijze zeehond. De in geding zijnde activiteiten vinden niet plaats in de trekperiode van vissen. De bruinvis zal in geval van verstoring uitwijken naar de Noordzee.

Overigens behoort de bruinvis niet tot de aangewezen soorten van het Natura 2000-gebied Waddenzee. Voor de grijze zeehond is er in geval van verstoring een migratiezone van 1500 m breed tussen de Aquarena en De Hors. De grijze zeehond kan in geval van verstoring uitwijken naar alternatieve locaties, zoals De Noorderhaaks en de kust voor Texel. In hoofdstuk 9 van de passende beoordeling is de cumulatie met andere activiteiten, waaronder bestaand gebruik, beoordeeld en is uiteengezet dat cumulatie van effecten die leiden tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelen niet optreedt. In hoofdstuk 10 van de passende beoordeling worden op de in de eerdere hoofdstukken vermelde bronnen en gegevens gebaseerde conclusies getrokken. Bij geen van de aangewezen habitats en soorten in de betrokken Natura 2000-gebieden bestaat een kans op significant negatieve gevolgen op de populatieomvang en de kwaliteit van het leefgebied in het licht van de instandhoudingsdoelen.

2.8. De voorzitter ziet in het betoog van de stichting en andere geen grond voor het oordeel dat de beschrijving van de in geding zijnde activiteiten, de beschrijving van de verschillende natuurwaarden en de effectenanalyses zodanig onvolledig of anderszins gebrekkig zijn dat de passende beoordeling niet aan het bestreden besluit ten grondslag mocht worden gelegd. Weliswaar hebben de stichting en andere - mede onder verwijzing naar een in hun opdracht opgestelde notitie van Bureau Waardenburg van 14 juli 2011 - aangevoerd dat de passende beoordeling op een aantal punten te kort schiet, maar zij hebben niet met concrete objectieve gegevens gestaafd dat de beschrijving van de activiteiten, de natuurwaarden en de effectenanalyses een onjuist beeld geeft van de te verwachten gevolgen van de in geding zijnde activiteiten. De voorzitter is derhalve van oordeel dat het college zich op grond van de passende beoordeling ervan heeft kunnen verzekeren dat de in geding zijnde activiteiten niet leiden tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden.

2.9. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek moet worden afgewezen.

2.10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Broekman

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2011

12.