Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR2321

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
20-07-2011
Zaaknummer
201012517/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 februari 2010 heeft het college geweigerd aan

Wilbu Holding B.V. vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het bouwen van een bedrijfsruimte met kantoor op het perceel Molenstraat 32 te Standdaarbuiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201012517/1/H1.

Datum uitspraak: 20 juli 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Wilbu Holding B.V., gevestigd te Oudenbosch,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 10 november 2010 in zaak nr. 10/1277 in het geding tussen:

Wilbu Holding B.V.

en

het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2010 heeft het college geweigerd aan

Wilbu Holding B.V. vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het bouwen van een bedrijfsruimte met kantoor op het perceel Molenstraat 32 te Standdaarbuiten.

Bij uitspraak van 10 november 2010, verzonden op 12 november 2010, heeft de rechtbank het door Wilbu Holding B.V. daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 18 februari 2010 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dit besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Wilbu Holding B.V. bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 december 2010, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juli 2011, waar

Wilbu Holding B.V., vertegenwoordigd door haar [directeur], bijgestaan door mr. R.C. van Wamel, advocaat te Dordrecht, en het college, vertegenwoordigd door M.C.E. Brouwer, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in het oprichten van een bedrijfsruimte met kantoor op het perceel. De grootte van de kavel bedraagt 9.000 m².

2.2. Ingevolge het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Standdaarbuiten" rust op het perceel de bestemming "Bedrijven".

Ingevolge artikel 9.3 van de planvoorschriften mag - voor zover hier van belang - de tot "Bedrijven" bestemde grond uitsluitend worden bebouwd met bouwwerken ten dienste van deze bestemming, met dien verstande dat:

2. het bebouwingspercentage ten hoogste 60% mag bedragen van het deel van het bouwperceel dat achter de bouwgrens is gelegen;

7. de hoogte van andere gebouwen ten hoogste 10 m mag bedragen.

Ingevolge artikel 9.6, aanhef en onder 3 en 4 van de planvoorschriften, is het college bevoegd vrijstelling te verlenen van het in 9.3 onder 2 genoemde bebouwingspercentage tot ten hoogste 75% en van de in 9.3 onder 7 genoemde hoogte tot een maximum van 15 m, mits de van 3 t/m 6 genoemde vrijstellingen noodzakelijk zijn met het oog op een doelmatig bedrijfsmatig gebruik van de gronden en opstallen en mits daardoor de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en opstallen niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

2.3. Wilbu Holding B.V. betoogt dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand heeft gelaten. Zij voert daartoe aan dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren vrijstelling te verlenen nu aan alle voorwaarden van artikel 9.6, aanhef en onder 3 en 4, van de planvoorschriften is voldaan. Door het vrijstellingsverzoek af te wijzen omdat de kavel waarop het bouwplan betrekking heeft groter is dan 5.000 m² is het college buiten het in het bestemmingsplan gegeven toetsingskader getreden, aldus Wilbu Holding B.V.

2.3.1. Het verlenen van een binnenplanse vrijstelling is een bevoegdheid van het college. Het discretionaire karakter van deze bevoegdheid brengt met zich dat het college alle betrokken belangen moet afwegen. De omstandigheid dat is voldaan aan de toepassingsvoorwaarden betekent niet dat voor het college geen ruimte meer was voor een afweging van belangen. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat het college het gevoerde ruimtelijk beleid bij zijn besluit mocht betrekken.

Blijkens het besluit van 18 februari 2010 heeft het college bij de belangenafweging betrokken dat het bouwplan niet in overeenstemming is met het op 21 januari 2010 door de gemeenteraad vastgestelde "Lokaal vestigingsbeleid" en het provinciaal beleid, vastgesteld op 20 juli 2004 in de "Handleiding voor ruimtelijke plannen voor bedrijventerreinen, kantoren, voorzieningen en detailhandel", nu de kavel op het perceel groter is dan 5000 m². De maximale kavelgrootte van 5000 m² is tevens opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan "Kern Standdaarbuiten". Verlening van vrijstelling voor het bouwplan van Wilbu Holding B.V. past niet binnen dit beleid.

In hetgeen Wilbu Holding B.V. heeft aangevoerd is geen bijzondere omstandigheid gelegen op grond waarvan het college aanleiding had moeten zien van zijn planologisch beleid af te wijken.

Het betoog faalt.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk w.g. Lodder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2011

17-713.