Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR2256

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-07-2011
Datum publicatie
20-07-2011
Zaaknummer
201105090/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 februari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Reparatieregeling I" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201105090/2/R1.

Datum uitspraak: 12 juli 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Delden, gemeente Hof van Twente,

en

de raad van de gemeente Hof van Twente,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 februari 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Reparatieregeling I" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 mei 2011, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 mei 2011, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 juni 2011. Partijen zijn met kennisgeving niet ter zitting verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan is een zogeheten parapluplan, waarbij ten aanzien van diverse bestemmingsplannen binnen de gemeente Hof van Twente wijzigingen en aanvullingen worden aangebracht. In artikel 3 van de planregels zijn wijzigingen en aanvullingen opgenomen van de begripsomschrijvingen 'erf' en 'bebouwingspercentage'. In de artikelen 4 en 5 zijn wijzigingen opgenomen van de maximale oppervlakte van bebouwing op het achtererf, respectievelijk de maximale bouw- en goothoogte van die bebouwing. De wijzigingen in deze drie voornoemde artikelen hebben betrekking op de bestemmingsplannen die in bijlage A van de planregels zijn genoemd. In artikel 6 is een wijziging opgenomen voor de bouwhoogte voor bouwwerken geen gebouwen zijnde op bedrijventerreinen. Deze wijzigingen zien op de plannen die in bijlage B van de planregels zijn weergegeven. De artikelen 7 en 8 geven achtereenvolgens een regeling voor de uitsluiting van wonen in vrijstaande gebouwen, niet zijnde woningen, en een regeling voor parkeren, laden en lossen. Deze regelingen hebben betrekking op plannen die voorkomen op bijlage C van de planregels.

2.3. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.3.1. Voor zover [verzoeker] zich richt tegen de wijzigingen die de artikelen 3 tot en met 6 van de planregels met zich brengen, overweegt de voorzitter dat het bestemmingplan "Herziening '77" dat geldt voor het grondgebied waarop de woning van [verzoeker] is gesitueerd en de directe omgeving daarvan, slechts voorkomt op bijlage C, en niet op de bijlagen A of B van de planregels. De wijzigingen die de artikelen 3 tot en met 6 behelzen, hebben derhalve geen gevolgen voor [verzoeker]. De voorzitter ziet daarom niet in dat [verzoeker] op dit punt een rechtstreeks betrokken belang heeft bij het bestreden besluit. De voorzitter gaat er daarom van uit dat de Afdeling het beroep op dit punt in de hoofdzaak in zoverre niet-ontvankelijk zal verklaren. Gelet hierop bestaat geen aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen.

2.3.2. Met betrekking tot de artikelen 7 en 8 van de planregels heeft [verzoeker] geen gronden aangevoerd. De voorzitter ziet reeds daarom geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.3.3. Ook in het overige dat door [verzoeker] is aangevoerd ziet de voorzitter geen grond om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen.

2.3.4. Voor een proceskostenveroordelng bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Van Helvoort

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2011

361.