Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR1396

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-07-2011
Datum publicatie
13-07-2011
Zaaknummer
201011999/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom 2008, herziening Kerklaan 5-7" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201011999/1/R2.

Datum uitspraak: 13 juli 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Hurwenen, gemeente Maasdriel, en anderen,

en

de raad van de gemeente Rozendaal (hierna: de raad),

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom 2008, herziening Kerklaan 5-7" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 december 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] en anderen en [belanghebbende] hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 juni 2011, waar [appellant] en anderen, in de persoon van [appellant] en bijgestaan door mr. I.H. van den Berg, advocaat te Amsterdam, en drs. K. Loeff (hierna: Loeff), en de raad, vertegenwoordigd door ing. R.H.M.M. Berendsen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], bijgestaan door mr. J.J. Molenaar, advocaat te Arnhem, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Met het onderhavige plan wordt beoogd de vergroting en de verbouwing van het pand op het perceel Kerklaan 5-7 planologisch mogelijk te maken.

Formele bezwaren

2.2. [appellant] en anderen kunnen zich niet vinden in de vaststelling van het plan. Zij voeren daartoe onder meer aan dat in de bestemmingsplanprocedure door de raad op geen enkele wijze rekening is gehouden met hun belangen. Zij betogen dat zij niet betrokken zijn bij de totstandkoming van het plan, dat bij de beantwoording van de zienswijze niet ingegaan is op het door hen overgelegde deskundigenadvies, opgesteld door Loeff van Monumentenadvies.nl, en dat niet gereageerd is op hun inspraakreactie bij de raad.

2.2.1. De procedure omtrent vaststelling van een bestemmingsplan vangt ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) aan met de terinzagelegging van een ontwerpplan. Het ontwerpplan is gepubliceerd in het gemeentelijk informatieblad "In de Roos" en in de Staatscourant en is op digitale wijze beschikbaar gesteld op www.ruimtelijkeplannen.nl. Hiermee is voldaan aan de wettelijke vereisten van kennisgeving van de terinzagelegging. De Afdeling overweegt dat uit de Wro, de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) noch enige andere wettelijke bepaling de verplichting voortvloeit om eigenaren binnen het plangebied individueel op de hoogte te stellen van de terinzagelegging van het ontwerpplan.

2.2.2. Gedurende de terinzagelegging van het ontwerpplan kunnen door een ieder zienswijzen omtrent het ontwerp bij de raad naar voren worden gebracht. [appellant] en anderen hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze zijn zij in de gelegenheid gesteld deze tijdens de vergadering van de Commissie van Advies, die de raad adviseert bij de voorbereiding van de besluitvorming, toe te lichten. Ook van deze mogelijkheid hebben [appellant] en anderen gebruik gemaakt. Na deze commissievergadering vond de raadsvergadering plaats. Ingevolge artikel 8, vierde lid, van het "Reglement van orde voor de vergaderingen van de Raad der Gemeente Rozendaal" (hierna: Reglement van orde) kan de raad bij de vaststelling van de agenda in de vergadering besluiten agendapunten aan de agenda toe te voegen of agendapunten af te voeren. Dit betreft een discretionaire bevoegdheid van de raad. De raad heeft kennis genomen van de zienswijze van [appellant] en anderen, waarvan het deskundigenadvies van Loeff deel uitmaakte, en hun inspraakreactie en meende dat geen dusdanig nieuwe feiten of omstandigheden door [appellant] en anderen zijn aangevoerd dat de behandeling van het onderwerp uitgesteld zou moeten worden. Dit acht de Afdeling niet in strijd met het Reglement van orde. De Afdeling ziet in zoverre geen aanleiding voor het oordeel dat de raad onzorgvuldig heeft gehandeld.

2.2.3. Artikel 3:46 van de Awb verzet zich er niet tegen dat de raad de zienswijzen samengevat weergeeft. Dat niet op ieder argument ter ondersteuning van een zienswijze, zoals het door [appellant] en anderen overgelegde deskundigenadvies, afzonderlijk is ingegaan, is op zichzelf geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet voldoende is gemotiveerd. Niet is gebleken dat de raad hetgeen over het monumentale karakter van het pand naar voren is gebracht, niet inhoudelijk heeft meegewogen.

2.2.4. De beroepsgronden van formele aard van [appellant] en anderen falen.

Inhoudelijke bezwaren

2.3. [appellant] en anderen betogen voorts dat het plan leidt tot een aantasting van de stedenbouwkundige en monumentale kwaliteit van het pand Kerklaan 5-7, dat het plan gezien de privaatrechtelijke verhoudingen niet uitvoerbaar is en dat het plan onvoldoende bescherming biedt aan de op het perceel aanwezige beuk.

2.3.1. De voorzitter heeft in zijn uitspraak van 11 maart 2011 op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (zaak nr. 201011999/2/R2) deze bezwaren inhoudelijk behandeld en is op grond van de in die uitspraak opgenomen overwegingen tot een voorlopig rechtmatigheidsoordeel gekomen. De Afdeling ziet in hetgeen in de stukken en het verhandelde ter zitting naar voren is gebracht geen grond om tot een ander oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit te komen dan de voorzitter in de uitspraak van 11 maart 2011. Deze beroepsgronden falen ook.

Conclusie

2.4. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2.5. Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Klein Nulent, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Klein Nulent

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2011

218-706.