Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR0814

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-07-2011
Datum publicatie
08-07-2011
Zaaknummer
201106895/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Geen aanleiding voor vovo. Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, waarvoor de ontheffing nodig is, kunnen geconcentreerd rechtsmiddelen worden aangewend. In het kader van die procedure kunnen de bezwaren tegen de verleende ontheffing ten volle aan de orde worden gesteld en zal kunnen worden beoordeeld of het college van gedeputeerde staten in redelijkheid de ontheffing heeft kunnen verlenen en of de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan gebruik heeft mogen maken van de verleende ontheffing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2011/1499
BA 2011/165
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201106895/1/R1.

Datum uitspraak: 6 juli 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 17 maart 2011 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan het college van burgemeester en wethouders van Langedijk ontheffing verleend op grond van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (hierna: PRVS) ten behoeve van het bestemmingsplan "Westerdel".

[verzoeker] heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Bij brief, bij de rechtbank Haarlem ingekomen op 17 juni 2011, heeft [verzoeker] verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft het verzoek op 23 juni 2011 doorgezonden aan de Raad van State.

2. Overwegingen

2.1. De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.

2.2. [verzoeker] verzoekt de ontheffing van de PRVS ten behoeve van het bestemmingsplan "Westerdel" te schorsen. Hij stelt dat de raad van de gemeente Langedijk binnenkort gaat beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan "Westerdel". Met de schorsing van de ontheffing beoogt hij de vaststelling van het bestemmingsplan, voordat de ontheffing onherroepelijk is, te voorkomen.

2.3. Het college van gedeputeerde staten heeft op grond van artikel 13, tweede lid en artikel 14, tweede lid, van de PRVS ontheffing verleend van het verbod dat een bestemmingsplan niet in nieuwe woningbouw en nieuwe verstedelijking of uitbreiding van bestaande verstedelijking in het landelijk gebied voorziet. De ontheffing is aangevraagd en verleend ten behoeve van het nog vast te stellen bestemmingsplan "Westerdel".

2.4. De voorzitter overweegt dat de beslissing tot verlening van de ontheffing in dit geval voorafgaat aan en uitsluitend strekt ten behoeve van het besluit omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, waarvoor de ontheffing nodig is, kunnen geconcentreerd rechtsmiddelen worden aangewend. In het kader van die procedure kunnen de bezwaren tegen de verleende ontheffing ten volle aan de orde worden gesteld en zal kunnen worden beoordeeld of het college van gedeputeerde staten in redelijkheid de ontheffing heeft kunnen verlenen en of de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan gebruik heeft mogen maken van de verleende ontheffing. Daartoe zal het college van gedeputeerde staten in die procedure worden betrokken.

2.5. Onder deze omstandigheden bestaat er geen aanleiding ten aanzien van de verleende ontheffing als zodanig een voorlopige voorziening te treffen.

2.6. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt om die reden afgewezen.

2.7. Nu in het bestreden besluit ten onrechte is vermeld dat daartegen bezwaar kan worden gemaakt, dient het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. wijst het verzoek af;

II. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Verbeek

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2011

388.