Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ9641

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-06-2011
Datum publicatie
29-06-2011
Zaaknummer
201103032/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 december 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Klaasvelderweg Lemiers" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201103032/2/R1.

Datum uitspraak: 23 juni 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker A] en [verzoeker B], wonend te Lemiers, gemeente Vaals (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]),

en

de raad van de gemeente Vaals,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 december 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Klaasvelderweg Lemiers" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 maart 2011, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 april 2011, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 juni 2011, waar [verzoeker] , bijgestaan door mr. J.T.F. van Berkel, en de raad, vertegenwoordigd door mr. E.J.J.P. Engels, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan maakt aan de Klaasvelderweg 11-21 te Lemiers een complex met 14 appartementen en een parkeerplaats mogelijk.

[verzoeker] woont aan de [locatie] te Lemiers, direct aansluitend aan het plangebied.

2.3. [verzoeker] voert met name gronden aan ten aanzien van de door hem gevreesde inbreuk op zijn woon- en leefklimaat ten gevolge van het plan vanwege vermindering van uitzicht en privacy, afname van zonlicht, overlast door het gebruik van de voorziene parkeerplaatsen en toename van verkeersbewegingen. De voorzitter ziet hierin evenwel geen aanleiding voor schorsing van het plan. Daarbij neemt de voorzitter in aanmerking de afstand van de woning van [verzoeker] tot het voorziene complex, namelijk ongeveer 27 meter tot de delen met een maximaal toegestane bouwhoogte van 7 meter en van ongeveer 35 meter tot de delen waar een hoogte van 13 meter is toegestaan. Tevens is daarbij van belang dat ter plaatse reeds zes woningen in een gebouw van drie bouwlagen met een kapconstructie aanwezig waren en bijgebouwen konden worden opgericht tot op de perceelsgrens. Gelet op de eerder ter plaatse toegestane bebouwing en de situering van de in het plan voorziene bebouwing ziet de voorzitter niet op voorhand aanleiding voor het oordeel dat het plan een ernstige inbreuk zal maken op het woon- en leefklimaat van [verzoeker], vanwege vermindering van uitzicht en privacy en afname van zonlicht. Voor zover [verzoeker] betoogt dat niet in voldoende parkeerplaatsen kan worden voorzien, heeft de raad gesteld dat er 18 plaatsen op het eigen terrein kunnen worden voorzien en voorts is ter zitting toegelicht dat het op grond van het bestemmingsplan toegestaan is om een ondergrondse parkeerkelder aan te leggen. Gelet hierop heeft de raad zich naar voorlopig oordeel van de voorzitter in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat kan worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Voor wat betreft de mogelijkheid om op de tussen het complex en de woning van [verzoeker] voorziene parkeerplaats lantaarnpalen aan te brengen, ziet de voorzitter in hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd op voorhand geen aanleiding om aan te nemen dat dit tot een ernstige inbreuk op zijn woon- en leefklimaat zal leiden vanwege lichthinder, mede gelet op de ligging van het perceel in de kern van Lemiers. In de toename met acht appartementen ziet de voorzitter voorshands geen aanleiding om, zoals [verzoeker] stelt, te oordelen dat de raad ten onrechte geen verkeersonderzoek heeft opgesteld. Naar voorlopig oordeel is voldoende aannemelijk geworden dat het aantal verkeersbewegingen door deze appartementen niet zodanig toeneemt dat het verkeer niet op aanvaardbare wijze kan worden afgewikkeld. Voorts acht de voorzitter, anders dan [verzoeker] stelt, de stedenbouwkundige inpasbaarheid door de raad naar voorlopig oordeel voldoende gemotiveerd, waarbij is betrokken dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bebouwing aansluit bij de bestaande bebouwing aan de Klaasvelderweg.

2.3.1. Ten aanzien van de stelling van [verzoeker] dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd dat behoefte aan de in het plan voorziene woningen bestaat, heeft de raad zich naar voorlopig oordeel van de voorzitter in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat deze behoefte gelet op de daartoe verrichte onderzoeken bestaat. De enkele verwijzing door [verzoeker] naar de economische crisis acht de voorzitter op voorhand onvoldoende om aan te nemen dat de raad niet langer van deze onderzoeken mocht uitgaan. Anders dan [verzoeker] betoogt is de raad naar het oordeel van de voorzitter voldoende ingegaan op de aanbeveling van het college van gedeputeerde staten van Limburg dat de raad moet bezien welke keuzes er moeten worden gemaakt in de woningbouwontwikkeling. Daarbij betrekt de voorzitter dat de raad heeft aangegeven dat de woningen geschikt zijn voor senioren, waardoor doorstroming voor andere doelgroepen wordt gefaciliteerd.

2.4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Wijers

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2011

444.