Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ9637

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-06-2011
Datum publicatie
29-06-2011
Zaaknummer
201011936/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 februari 2010 heeft het college geweigerd [appellant] een vergunning krachtens de Drank- en Horecawet (hierna: DHW) te verlenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201011936/1/H3.

Datum uitspraak: 29 juni 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Venlo,

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 28 oktober 2010 in zaak nr. 10/860 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Venlo.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 februari 2010 heeft het college geweigerd [appellant] een vergunning krachtens de Drank- en Horecawet (hierna: DHW) te verlenen.

Bij besluit van 25 mei 2010 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 28 oktober 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 december 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 10 januari 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 mei 2011, waar [appellant] vertegenwoordigd door mr. M.N. van Geenen, advocaat te Venlo, en het college vertegenwoordigd door J.M.G. Vincken, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 10 van de DHW dient de inrichting te voldoen aan bij algemene maatregel van bestuur in het belang van de sociale hygiëne te stellen eisen.

Ingevolge artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a, wordt een vergunning geweigerd indien niet wordt voldaan aan de ingevolge artikel 8 tot en met 10 geldende eisen.

Ingevolge artikel 2 van het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet voldoet, onverminderd het Bouwbesluit 2003, een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, aan de in artikelen 3 tot en met 7 van het onderhavige besluit vervatte bepalingen.

Ingevolge artikel 4 heeft een horecalokaliteit een hoogte van ten minste 2,40 m van de vloer af gemeten.

2.2. Vaststaat dat een deel van de horecalokaliteit waar vergunning voor is gevraagd een hoogte heeft van 2,27 m van de vloer af gemeten. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat het college gelet op artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a, van de DHW gehouden was de vergunning te weigeren. Hetgeen [appellant] in hoger beroep aanvoert biedt geen grond voor een ander oordeel gezien de dwingende formulering van deze bepaling.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D. Roemers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van staat.

w.g. Roemers w.g. Van Hardeveld

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2011

312.