Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ9627

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-06-2011
Datum publicatie
29-06-2011
Zaaknummer
201011994/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "De Engh - Singel/De Larix" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201011994/1/R1.

Datum uitspraak: 29 juni 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, wonend te Bussum,

en

de raad van de gemeente Bussum,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "De Engh - Singel/De Larix" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 december 2010, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 15 december 2010.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] en anderen hebben een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 mei 2011, waar [appellant] en anderen, in de persoon van [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door mr. C. Burgemeestre, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen.

Voorts is daar [belanghebbende], vertegenwoordigd door drs. M. Hoorn, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het beroep richt zich de plandelen met bestemmingen "Wonen - 2" en "Tuin - 2" voor de percelen gelegen aan de zuid- en oostzijde van de percelen [locatie 1] en [locatie 2] van [appellant] en anderen.

[appellant] en anderen stellen dat het plan het ten onrechte mogelijk maakt om op de desbetreffende percelen woningen op te richten met een omvang die geen ruimte laat voor de thans aldaar aanwezige groenvoorzieningen. Volgens [appellant] en anderen is dit in strijd met het gemeentelijke uitgangspunt dat het groene karakter van deze locatie zoveel mogelijk moet worden behouden.

2.1.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat hij streeft naar een zo hoog mogelijke uniformiteit van bebouwingsmogelijkheden en dat gelet op de omvang van de desbetreffende percelen en het karakter van het omliggende gebied een grondgebonden oppervlak van 150 m² ter plaatse voor de in het plan voorziene woningen acceptabel is. Het plan bevat volgens de raad voldoende waarborgen om te voorkomen dat het groene karakter van de desbetreffende percelen wordt aangetast en is derhalve niet in strijd met het in 2.1 genoemde uitgangspunt. Ten slotte voert de raad aan dat bij de positionering van de bestemmingsvlakken zoveel mogelijk rekening is gehouden met de op de desbetreffende percelen aanwezige waardevolle bomen.

2.1.2. Ingevolge artikel 4, lid 4.1, van de planregels, voor zover thans van belang, zijn de voor "Tuin - 2" aangewezen gronden bestemd voor tuinen.

Ingevolge lid 4.2, onder a, mogen op deze gronden aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, worden gebouwd.

Ingevolge lid 4.2, onder b, dienen aan- en uitbouwen aan het hoofdgebouw gebouwd te worden.

Ingevolge lid 4.2, onder c en d, voor zover thans van belang, zijn aan- en uitbouwen aan de voorgevel en aan de zijgevel van het hoofdgebouw toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 6 m².

Ingevolge artikel 6, lid 6.1, aanhef en onder a, zijn de voor "Wonen - 2" aangewezen gronden bestemd voor het wonen.

Ingevolge lid 6.2.1, onder g en h, voor zover thans van belang, bedraagt de oppervlakte van een hoofdgebouw, exclusief aan- en uitbouwen, ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' ten hoogste 150 m² en ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' ten hoogste 150 m² indien hoofdgebouwen vrijstaand worden gebouwd en ten hoogste 90 m² indien hoofdgebouwen twee-aaneen worden gebouwd.

Ingevolge lid 6.2.2, onder b, voor zover thans van belang, mag het gezamenlijk te bebouwen oppervlak aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 50 procent van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf van het bestemmingsvlak "Wonen - 2" bedragen, tot ten hoogste 50 m².

2.1.3. Het plan voorziet in de mogelijkheid om op de percelen gelegen aan de zuidzijde van de percelen [locatie 1] en [locatie 2] maximaal vier hoofdgebouwen op te richten met een maximale goot- en bouwhoogte van zes onderscheidenlijk tien meter. Op het perceel aan de oostzijde van de percelen [locatie 1] en [locatie 2] voorziet het plan in de mogelijkheid één hoofdgebouw op te richten met een maximale goot- en bouwhoogte van zeven onderscheidenlijk tien meter.

Volgens de groennota 2005 is Bussum een dorp waarin het particuliere groen een belangrijke rol speelt. Behoud van dit speciale groene karakter van Bussum is essentieel voor de kwaliteit van de leefomgeving en de uitstraling van het dorp. De uitgangspunten voor wat betreft de buurt waarin de desbetreffende percelen zijn gelegen, zijn het behoud en versterken van de betekenis en gebruiksmogelijkheden van de groenzones en de groene geledingzones. Hierbij kunnen ook andere functies een plek krijgen, aldus de groennota.

2.1.4. Anders dan [appellant] en anderen betogen, zijn de op de desbetreffende percelen toegestane maximale bouwmogelijkheden in overeenstemming met de maximale bouwmogelijkheden die volgens het plan gelden voor de in de omgeving gelegen percelen, waaronder de percelen van [appellant] en anderen. Voorts volgt uit de planregels dat de bestemmingsvlakken, waarbinnen de hoofdgebouwen dienen te worden gepositioneerd, niet volledig, maar slechts gedeeltelijk mogen worden bebouwd, hetgeen de raad ter zitting heeft bevestigd. Daarnaast is in het plan naast deze bestemmingsvlakken de bestemming "Tuin - 2" opgenomen, waar ingevolge artikel 4, lid 4.2, onder c en d, van de planregels slechts 12 m² aan aan- en uitbouwen is toegestaan. Anders dan [appellant] en anderen stellen, bestaat derhalve geen grond voor het oordeel dat de in het plan voorziene woningen geen ruimte laten voor de op de desbetreffende percelen aanwezige groenvoorzieningen. De raad heeft bij de positionering van de bouwvlakken op de desbetreffende percelen bovendien rekening gehouden met de door BTL Bomendienst B.V. uitgevoerde bomeneffectrapportage van 13 januari 2010, waarbij de op de percelen aanwezige waardevolle bomen in kaart zijn gebracht. Van strijd met het gemeentelijke uitgangspunt dat het groene karakter van de desbetreffende percelen zoveel mogelijk moet worden behouden, is gelet op het voorgaande geen sprake.

2.1.5. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de plandelen strekken ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Schaaf, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Schaaf

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2011

523.