Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ8869

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-06-2011
Datum publicatie
22-06-2011
Zaaknummer
201006113/1/M1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 november 2009 heeft het college maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 2.20, eerste lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) vastgesteld voor de inrichting van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Aldi Vastgoed B.V. (hierna: Aldi), gelegen aan de Akker 5 te Thorn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2011/151
Omgevingsvergunning in de praktijk 2012/6793
Omgevingsvergunning in de praktijk 2012/2904
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201006113/1/M1.

Datum uitspraak: 22 juni 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Thorn, gemeente Maasgouw,

en

het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 november 2009 heeft het college maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 2.20, eerste lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) vastgesteld voor de inrichting van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Aldi Vastgoed B.V. (hierna: Aldi), gelegen aan de Akker 5 te Thorn.

Bij besluit van 25 mei 2010, verzonden op 7 juni 2010, heeft het college het door [appellant] en anderen hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 juni 2010, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

Het college en Aldi hebben hun zienswijzen daarop naar voren gebracht.

[appellant] en anderen en het college hebben nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 april 2010, waar het college, vertegenwoordigd door mr. M.E.J.C. Grootjans en ir. R. Cornelis, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Voorts zijn ter zitting Aldi, vertegenwoordigd door mr. C.G.J.M. Termaat, advocaat te Rosmalen, en M.C.C.G. Lexis, en A.A.J. Adams, vertegenwoordigd door mr. C.J.G.M. Termaat, advocaat te Rosmalen, als partij gehoord.

2. Overwegingen

Formele gronden

2.1. [appellant] en anderen voeren aan dat het rapport 'Aldi vestiging te Thorn, akoestisch onderzoek in het kader van het Activiteitenbesluit' van Grontmij van 17 juni 2009 (hierna: het akoestisch onderzoek) niet tijdig door of namens het college aan hen is toegezonden. Zij betogen dat aan hen slechts rapporten zijn toegezonden door een derde die hiertoe niet was gemachtigd, en het college pas bij brief van 27 november 2009, derhalve na het nemen van het primaire besluit, heeft gereageerd op hun verzoeken om een machtiging en een langere termijn om de rapporten te kunnen bestuderen.

2.1.1. Het college voert aan dat belanghebbenden gedurende twee weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun zienswijze naar voren te brengen inzake het opleggen van de maatwerkvoorschriften. Ter zitting heeft het college verklaard dat met het oog daarop alle op de zaak betrekking hebbende stukken namens het college aan [appellant] en anderen zijn toegestuurd. Nu vaststaat dat [appellant] en anderen tijdig over de relevante stukken, waaronder het akoestisch onderzoek, beschikten om deze te kunnen gebruiken bij het naar voren brengen van zienswijzen, faalt de beroepsgrond reeds daarom.

2.2. [appellant] en anderen voeren aan dat zij ten onrechte niet in de gelegenheid zijn gesteld om in de bezwaarfase te worden gehoord. Daartoe voeren zij aan dat de uitnodiging voor de hoorzitting, hoewel hun gemachtigde een adreswijziging had ingezonden, was toegezonden aan diens oude kantooradres. Bij het bepalen van een nieuwe datum heeft de commissie bezwaarschriften ten onrechte geen rekening gehouden met de verhinderdata van deze gemachtigde, waardoor deze niet bij de hoorzitting aanwezig kon zijn.

2.2.1. Het college betoogt dat een hoorzitting was gepland op 22 februari 2010. Op verzoek van [appellant] en anderen is deze hoorzitting verplaatst. Volgens het college had het op de weg van [appellant] en anderen gelegen om, nu de gemachtigde verhinderd was, te zorgen voor een vervangende vertegenwoordiger. Daarbij wijst het college erop dat de gemachtigde van [appellant] en anderen slechts zeer beperkt beschikbaar was. Voorts voert het college aan dat bij het plannen van de hoorzitting ook rekening diende te worden gehouden met andere bezwaarmakers.

2.2.2. Blijkens het verhandelde ter zitting zijn [appellant] en anderen in de gelegenheid gesteld om in bezwaar te worden gehoord en zijn de bewoners van de woning Akker 1 ook op de hoorzitting verschenen. Voor zover [appellant] en anderen hebben betoogd dat hun gemachtigde geen reële gelegenheid is geboden de hoorzitting bij te wonen, overweegt de Afdeling dat [appellant] en anderen zorg hadden kunnen dragen voor een vervangende vertegenwoordiger.

De beroepsgrond faalt.

Melding

2.3. [appellant] en anderen betogen dat in strijd met artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit niet ten minste vier weken voor de oprichting van de inrichting een melding is gedaan.

2.3.1. De Afdeling begrijpt het beroep van [appellant] en anderen aldus dat het college niet bevoegd was om maatwerkvoorschriften vast te stellen, nu voor de inrichting niet tijdig een melding is gedaan.

De Afdeling overweegt dat het Activiteitenbesluit van rechtswege van toepassing is vanaf het moment dat de inrichting onder de reikwijdte hiervan valt. Ook indien de melding niet, of te laat, is gedaan brengt dit niet mee dat het college niet over de bevoegdheid beschikte om maatwerkvoorschriften voor de inrichting vast te stellen.

De beroepsgrond faalt.

Geluid

2.4. Ingevolge artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder a, van het Activiteitenbesluit bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, op de gevel van gevoelige gebouwen niet meer dan 50, 45 en 40 dB(A) voor onderscheidenlijk de dag-, avond- en nachtperiode. Het maximaal geluidniveau (LAmax) bedraagt niet meer dan 70, 65 en 60 dB(A) voor onderscheidenlijk de dag-, avond- en nachtperiode.

Ingevolge het eerste lid, aanhef en onder b, zijn de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidniveaus LAmax niet van toepassing op laad- en losactiviteiten.

Ingevolge artikel 2.20, eerste lid, van het Activiteitenbesluit, voor zover hier van belang, kan het bevoegd gezag, in afwijking van de waarden, bedoeld in artikel 2.17, bij maatwerkvoorschrift andere waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximaal geluidniveau vaststellen.

Ingevolge het tweede lid, voor zover hier van belang, kan het bevoegd gezag slechts hogere waarden vaststellen dan de waarden, bedoeld in artikel 2.17, indien binnen de geluidsgevoelige ruimten dan wel verblijfsruimten van gevoelige gebouwen, die zijn gelegen binnen de akoestische invloedssfeer van de inrichting, een etmaalwaarde van maximaal 35 dB(A) wordt gewaarborgd.

2.5. Ingevolge de onder punt 3.1 van het besluit van 20 november 2009 vastgestelde maatwerkvoorschriften geldt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting dat:

a. de niveaus op de in tabel 1a en 1b genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer mogen bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;

b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 1b opgenomen maximale geluidniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten.

1a. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) op de gevel van woningen.

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode

07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur

Akker 1 50 dB(A) 46 dB(A) 40 dB(A)

Akker 3 57 dB(A) 50 dB(A) 40 dB(A)

(achtergevel)

Akker 3 61 dB(A) 53 dB(A) 40 dB(A)

(zijgevel)

Akker 6 52 dB(A) 46 dB(A) 40 dB(A)

Akker 8 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A)

Casino 12 50 dB(A) 48 dB(A) 40 dB(A)

1b. Maximale geluidniveau (LAmax) op de gevel van woningen.

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode

07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur

Akker 1 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A)

Akker 3 70 dB(A) 70 dB(A) 60 dB(A)

(achtergevel)

Akker 3 70 dB(A) 70 dB(A) 60 dB(A)

(zijgevel)

Akker 6 70 dB(A) 66 dB(A) 60 dB(A)

Akker 8 70 dB(A) 66 dB(A) 60 dB(A)

Casino 12 70 dB(A) 70 dB(A) 60 dB(A)

Akker 1a 70 dB(A) N.v.t.* N.v.t.*

* opm. vanwege de meethoogte (4,5 m) niet relevant door afwezig zijn van geluidgevoelige ruimte

2.6. [appellant] en anderen betogen dat de gestelde maatwerkvoorschriften geen soelaas bieden. Volgens hen zijn de in het maatwerkvoorschrift opgenomen geluidwaarden te hoog. Zij voeren aan dat de norm voor het maximale geluidniveau met name in de avondperiode fors wordt overschreden. Voorts betogen zij dat het maximale geluidniveau in het akoestisch onderzoek onjuist is berekend, doordat de geluidproductie van ladende en lossende vrachtauto's en rammelende winkelwagentjes ten onrechte buiten beschouwing is gelaten. Verder betogen zij dat het geluid van dichtslaande autodeuren en rammelende winkelwagentjes in de rapportage ten onrechte is aangemerkt als piekgeluid, nu dit geluid feitelijk een basisgeluidniveau is dat de gehele dag optreedt. [appellant] en anderen betogen dat de maatwerkvoorschriften voor de woningen aan de Akker 1 en 6 niet kunnen worden doorgevoerd, nu deze woningen tegenover de uitrit liggen en het benodigde geluidscherm van 5 meter hoog daar niet kan worden geplaatst. Voorts betogen [appellant] en anderen dat er geen individuele bedrijfseconomische redenen zijn die hoge geluidnormen rechtvaardigen, in het bijzonder omdat het gaat om een bedrijf dat nog moet worden gevestigd.

2.6.1. Het college stelt zich op het standpunt dat het op goede gronden is gekomen tot het vaststellen van maatwerkvoorschriften. Het college voert aan dat het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 en dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van het akoestisch onderzoek. Het college betoogt dat de in het akoestisch rapport voorgestelde geluidreducerende maatregelen zijn getroffen, waaronder geluidschermen aan de zuid- en westkant, asfaltverharding van het parkeerterrein, stille winkelwagens en het laden en lossen in een laadkuil. Deze maatregelen komen volgens het college overeen met de toepassing van de beste beschikbare technieken. Voor de woningen waarbij ondanks het treffen van maatregelen niet aan de geluidnormen van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit kan worden voldaan, kunnen de overschrijdingen op grond van een bestuurlijke afweging toelaatbaar worden geacht en kunnen maatwerkvoorschriften worden vastgesteld, aldus het college.

In dit verband voert het college aan dat het plaatsen van een geluidscherm bij de woningen aan de Akker 6 en 8 niet mogelijk is, nu deze zijn gelegen tegenover een uitrit. Ter plaatse van de woning Casino 12 zou het geluidscherm dienen te worden verhoogd naar 4 meter, hetgeen volgens het college gelet op de omgeving niet wenselijk is. Daarnaast veroorzaakt een hoog geluidscherm schaduwhinder ter plaatse van de woning, wat stuit op bezwaren van de bewoners. Voorts betoogt het college dat alle overschrijdingen van de norm voor het maximale geluidniveau worden veroorzaakt door laad- en losactiviteiten. In de dagperiode zijn deze laad- en losactiviteiten volgens het college op grond van artikel 2.17, eerste lid, onder b, van het Activiteitenbesluit uitgezonderd van toetsing. In de avondperiode is de overschrijding van de norm voor het maximale geluidniveau volgens het college minimaal, nu deze slechts twee uur per week plaatsvindt, op donderdag en vrijdag van 19.00 uur tot 20.00 uur.

Voorts voert het college aan dat bij alle belaste woningen wordt voldaan aan het maximale toelaatbare binnenniveau van 35 dB(A). Hiertoe verwijst het college naar het gevelisolatie-onderzoek 'Aldi vestiging te Thorn, gevelisolatie-onderzoek in het kader van het verlenen van maatwerkvoorschriften conform het Activiteitenbesluit' van Grontmij van 20 augustus 2009 (hierna: het gevelisolatie-onderzoek).

2.6.2. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat de geluidproductie van ladende en lossende vrachtauto's en rammelende winkelwagentjes in het akoestisch onderzoek ten onrechte buiten beschouwing is gelaten bij het bepalen van het maximale geluidniveau, overweegt de Afdeling dat in het deskundigenbericht wordt geconcludeerd dat de piek die optreedt bij het ophalen en wegbrengen van winkelwagens in de berekeningen is meegenomen. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ligt geen aanleiding voor het oordeel dat het gestelde in het deskundigenbericht onjuist is.

2.6.3. Met betrekking tot het betoog van [appellant] en anderen dat het geluid van activiteiten zoals het rammelen van winkelwagens, het laden en lossen en de condensor ten onrechte is aangemerkt als piekgeluid, wordt in het deskundigenbericht geconcludeerd dat deze activiteiten mede bij het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau zijn betrokken. Volgens het deskundigenbericht is het dichtslaan van portieren uitsluitend betrokken bij het maximale geluidniveau. Indien hiermee tevens rekening wordt gehouden bij het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau leidt dit niet tot een overschrijding van de standaardgeluidnormen van artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit. Ook in zoverre geeft hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het gestelde in het deskundigenbericht onjuist is.

2.6.4. Bij het stellen van de maatwerkvoorschriften heeft het college aansluiting gezocht bij hoofdstuk 4 van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998 (hierna: de Handreiking). In het verlengde van hoofdstuk 4 van de Handreiking dienen in dit geval bij de eerste toetsing de geluidwaarden uit artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit te worden gehanteerd. Een overschrijding van deze geluidwaarden kan toelaatbaar zijn op grond van het referentieniveau van het omgevingsgeluid. Overschrijding van het referentieniveau van het omgevingsgeluid kan in sommige gevallen toelaatbaar worden geacht door middel van een bestuurlijk afwegingsproces.

2.6.5. Niet in geschil is dat na het treffen van de beoogde geluidreducerende maatregelen de geluidbelasting vanwege de inrichting de in artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder a, van het Activiteitenbesluit opgenomen geluidgrenswaarden overschrijdt. Evenmin is in geschil dat de geluidbelasting het referentieniveau van het omgevingsgeluid, dat ongeveer 40 dB(A) etmaalwaarde bedraagt, overschrijdt. Het college acht de overschrijding toelaatbaar op grond van een bestuurlijk afwegingsproces.

2.6.6. Ter plaatse van de woning Akker 1 bedraagt de bij de gestelde maatwerkvoorschriften toegestane overschrijding van de norm van het Activiteitenbesluit voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de avondperiode 1 dB. Ter plaatse van het pand Akker 3 bedraagt de toegestane overschrijding van de norm voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dagperiode 7 dB op de achtergevel en 11 dB op de zijgevel en in de avondperiode 5 dB op de achtergevel en 8 dB op de zijgevel. Ter plaatse van de woning Akker 6 bedraagt de toegestane overschrijding van de norm voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dagperiode 2 dB en in de avondperiode 1 dB. Op de woning Casino 12 is de toegestane overschrijding van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de avondperiode 3 dB.

Ter plaatse van de woning Akker 3 bedraagt de toegestane overschrijding van de norm voor het maximale geluidniveau in de avondperiode 5 dB op de achtergevel en 5 dB op de zijgevel. Ter plaatse van de woningen Akker 6, 8 en 12 bedraagt de toegestane overschrijding van de norm voor het maximale geluidniveau in de avondperiode onderscheidenlijk 1 dB, 1 dB en 5 dB.

2.6.7. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting is, anders dan waarvan in het akoestisch onderzoek is uitgegaan, aan de zuidkant en de westkant van de inrichting een muur aanwezig van 2,5 meter hoog. In het deskundigenbericht wordt geconcludeerd dat als gevolg hiervan geen overschrijding meer plaatsvindt van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de avondperiode ter plaatse van de woning Akker 1.

Ter zitting heeft het college verklaard dat, wanneer wordt uitgegaan van de genoemde feitelijke situatie, het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de avondperiode ter plaatse van de woning Akker 1 voldoet aan de standaardgeluidnorm uit artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit van 45 dB(A). Daarmee staat vast dat voor de woning Akker 1 in het maatwerkvoorschrift ten onrechte geluidwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau zijn vastgesteld.

Ter zitting heeft het college verder erkend dat, uitgaande van de feitelijke situatie ter plaatse, de werkelijke geluidbelasting voor het maximale geluidniveau in de avondperiode bij de woning Casino 12 niet 70 dB(A) bedraagt, maar 67 dB(A)

Voorts heeft het college ter zitting erkend dat ten onrechte in het maatwerkvoorschrift is opgenomen dat de overschrijding van de normen voor het maximale geluidniveau voor alle avonden van 19.00 uur tot 23.00 is toegestaan, hoewel dit slechts voor twee uur per week, te weten op donderdag en vrijdag van 19.00 uur tot 20.00 uur, nodig is.

Gelet hierop heeft het college het bestreden besluit in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. De Afdeling ziet aanleiding om op de hierna vermelde wijze zelf in de zaak te voorzien.

2.6.8. De Afdeling is van oordeel dat het college zich ten aanzien van overige hogere waarden voor het langtijdgemiddelde en maximale geluidniveau voor de woningen Akker 6, Akker 8 en Casino 12 op het standpunt heeft mogen stellen dat verdergaande afschermende maatregelen niet mogelijk dan wel vanuit een oogpunt van visuele hinder en schaduwhinder niet wenselijk zijn.

Verder heeft het college zich, gezien het bepaalde in artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder b, van het Activiteitenbesluit, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de in de maatwerkvoorschriften gemaakte uitzondering op de in tabel 1b opgenomen maximale geluidniveaus (LAmax) voor laad- en losactiviteiten in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur niet leidt tot een ontoereikend beschermingsniveau. Voorts kan blijkens het gevelisolatie-onderzoek binnen de geluidsgevoelige ruimten dan wel verblijfsruimten van gevoelige gebouwen, die zijn gelegen binnen de akoestische invloedssfeer van de inrichting, worden voldaan aan een etmaalwaarde van maximaal 35 dB(A).

2.6.9. Ten aanzien van het pand Akker 3 heeft het college verklaard dat dit ten tijde van het nemen van het bestreden besluit niet werd en in de huidige situatie niet wordt bewoond. Volgens het college was ten tijde van het nemen van het bestreden besluit onduidelijk of, en binnen welke termijn, het pand weer zou worden bewoond. In het licht van de definitie van het begrip gevoelige gebouwen in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit in samenhang met de definitie van het begrip woning in artikel 1 van de Wet geluidhinder heeft het college het pand, gelet op de woonbestemming ervan, niettemin als woning en daarmee als gevoelig gebouw aangemerkt. Derhalve zijn hiervoor in het maatwerkvoorschrift geluidgrenswaarden vastgesteld. Volgens het college is de mogelijkheid tot beperking van de geluidbelasting ter plaatse onderzocht, maar is het treffen van maatregelen niet goed mogelijk. Wel zal volgens het college in de keuken van het pand Akker 3 een dubbele kierafdichting worden toegepast, zodat in ieder geval in alle geluidgevoelige ruimten ervan aan de maximaal toelaatbare binnenwaarde van 35 dB(A) wordt voldaan.

2.6.10. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit onduidelijk was of het pand Akker 3 een woonbestemming zou houden. Gelet hierop, alsmede op de omvang van de ter plaatse van het pand Akker 3 toegestane overschrijdingen van de standaardgeluidnormen van het Activiteitenbesluit, heeft het college naar het oordeel van de Afdeling in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb niet deugdelijk gemotiveerd waarom ter plaatse van het pand Akker 3 overschrijdingen worden toegestaan.

De beroepsgrond slaagt.

Conclusie

2.7. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit van 25 mei 2010 dient wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

2.7.1. De Afdeling zal op na te melden wijze in de zaak voorzien.

Het primaire besluit van 20 november 2009 zal worden herroepen, voor zover het gaat om de onder punt 3.1 van dat besluit opgelegde maatwerkvoorschriften, voor zover het betreft:

a. de geluidgrenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor de woning Akker 1,

b. de geluidgrenswaarde voor het maximale geluidniveau in de avondperiode voor de woning Casino 12,

c. de overige geluidgrenswaarden voor het maximale geluidniveau in de avondperiode, voor zover deze niet zien op donderdag en vrijdag van 19.00 uur tot 20.00 uur.

De geluidgrenswaarde voor de woning Casino 12 voor het maximale geluidniveau in de avondperiode op donderdag en vrijdag van 19.00 uur tot 20.00 uur wordt gesteld op 67 dB(A).

De Afdeling zal bepalen dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

2.7.2. Het college dient op het bezwaar tegen de geluidgrenswaarden voor de woning Akker 3 een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. Daartoe zal de Afdeling een termijn stellen.

2.8. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw van 25 mei 2010, kenmerk UIT/20673;

III. herroept het besluit van 20 november 2009, kenmerk UIT/17174, ten aanzien van de onder 3.1 opgelegde maatwerkvoorschriften, voor zover het betreft:

a. de geluidgrenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor de woning Akker 1;

b. de geluidgrenswaarde voor het maximale geluidniveau in de avondperiode voor de woning Casino 12;

c. de overige geluidgrenswaarden voor het maximale geluidniveau in de avondperiode, voor zover deze niet zien op donderdag en vrijdag van 19.00 uur tot 20.00 uur;

IV. bepaalt dat de geluidgrenswaarde voor de woning Casino 12 voor het maximale geluidniveau in de avondperiode op donderdag en vrijdag van 19.00 uur tot 20.00 uur 67 dB(A) bedraagt;

V. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

VI. draagt het college op om binnen 13 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen voor de woning Akker 3 een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

VII. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw tot vergoeding van bij [appellant] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderd zevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

VIII. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Kuipers

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2011

271-651.