Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ8823

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-06-2011
Datum publicatie
22-06-2011
Zaaknummer
201103776/2/H4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 februari 2011 heeft het college aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een varkenshouderij met een co-vergistingsinstallatie en een warmtekrachtkoppelingsinstallatie op het perceel [locatie] te Bergentheim. Dit besluit is op 16 februari 2011 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201103776/2/H4.

Datum uitspraak: 17 juni 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker A] en [verzoekster B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Bergentheim, gemeente Hardenberg,

en

het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 februari 2011 heeft het college aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een varkenshouderij met een co-vergistingsinstallatie en een warmtekrachtkoppelingsinstallatie op het perceel [locatie] te Bergentheim. Dit besluit is op 16 februari 2011 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 maart 2011, beroep ingesteld. [verzoeker] heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 28 april 2011.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 maart 2011, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 juni 2011, waar [verzoeker], in persoon en bijgestaan door mr. E.F.J.A.M. de Wit, en het college, vertegenwoordigd door A.M. Zwiers, A. van der Zwan-Wenneker en A.J. Schuurman, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is [vergunninghouder], vertegenwoordigd door mr. M.J. Smaling, ter zitting als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoeker] vreest voor geluidhinder en geurhinder vanwege de inrichting. Volgens [verzoeker] treedt geluidhinder op door transportverkeer en doordat de laad- en losactiviteiten in de buitenlucht plaatsvinden. Voorts zal volgens hem geurhinder optreden, omdat niet is gewaarborgd dat de co-vergistingsprocedure in een volledig gesloten systeem plaatsvindt.

2.2.1. Ter zitting heeft [vergunninghouder] stellig en zonder voorbehoud verklaard dat geen uitvoering zal worden gegeven aan hetgeen bij het bestreden besluit is vergund, totdat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure. Reeds hierom is de voorzitter van oordeel dat geen spoedeisend belang bestaat bij het treffen van een voorlopige voorziening.

2.3. Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van staat.

w.g. Brink w.g. Sparreboom

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2011

195-651.