Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ8799

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-06-2011
Datum publicatie
22-06-2011
Zaaknummer
201010010/1/H3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2010:BN6422, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 maart 2007 heeft de minister het verzoek van Compaxo om de verstrekking van gegevens met betrekking tot de kwantitatieve baanbezetting door dierenartsen en keurmeesters bij vleesvarkensslachterijen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201010010/1/H3.

Datum uitspraak: 22 juni 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Compaxo Vlees Zevenaar B.V. (hierna: Compaxo), gevestigd te Zevenaar,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 9 september 2010 in zaak nr. 09/3883 in het geding tussen:

Compaxo

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (thans de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie).

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2007 heeft de minister het verzoek van Compaxo om de verstrekking van gegevens met betrekking tot de kwantitatieve baanbezetting door dierenartsen en keurmeesters bij vleesvarkensslachterijen afgewezen.

Bij besluit van 21 november 2008 heeft de minister opnieuw beslissend het door Compaxo daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de hem beschikbare gegevens over de periode van 22 september tot en met 8 november 2004 verstrekt.

Op 18 augustus 2009 heeft de minister dit besluit heroverwogen en aangevuld met de mededeling dat hij niet over meer gegevens beschikt.

Bij uitspraak van 9 september 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door Compaxo daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Compaxo bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 oktober 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 15 november 2010.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 mei 2011, waar Compaxo, vertegenwoordigd door mr. O.M. Bos-Steenbergen, advocaat te Gouda, en de minister, vertegenwoordigd door mr. drs. M.C.S. van Gestel, werkzaam bij het Ministerie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder besluit verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.

2.2. Compaxo heeft bij brief van 21 september 2004 verzocht om informatie over de baanbezetting van dierenartsen en keurmeesters bij andere vergelijkbare slachterijen in Epe, Nijmegen, Apeldoorn en Helmond.

2.3. Bij besluit van 21 november 2008 heeft de minister ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank van 21 mei 2008 het bezwaar van Compaxo gegrond verklaard en de hem beschikbare gegevens verstrekt. Tegen dit besluit is geen beroep bij de rechtbank ingesteld.

De minister heeft bij brief van 18 augustus 2009 de motivering van dit besluit aangevuld. Omdat deze brief uitsluitend een nadere toelichting op het besluit van 21 november 2008 bevat en niet valt aan te merken als een reactie op een nieuw verzoek om openbaarmaking, wordt geen verandering gebracht in de met het besluit van 21 november 2008 beoogde rechtsgevolgen.

De brief van 18 augustus 2009 kan, gelet op het bovenstaande, niet worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, waartegen ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van die wet beroep kan worden ingesteld. De rechtbank was niet bevoegd kennis te nemen van het tegen de brief van 18 augustus 2009 ingestelde beroep.

2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling de rechtbank alsnog onbevoegd verklaren kennis te nemen van het door Compaxo ingestelde beroep.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

2.6. Redelijke toepassing van artikel 54, eerste lid, van de Wet op de Raad van State brengt met zich dat het door Compaxo in hoger beroep betaalde griffierecht door de secretaris van de Raad van State aan haar wordt terugbetaald.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 9 september 2010 in zaak nr. 09/3883;

III. verklaart de rechtbank onbevoegd om van het bij haar ingestelde beroep kennis te nemen;

IV. verstaat dat de secretaris van de Raad van State aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Compaxo Vlees Zevenaar B.V. het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 448,00 (zegge: vierhonderdachtenveertig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. D. Roemers, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, ambtenaar van staat.

w.g. Van Dijk w.g. Van Tuyll van Serooskerken

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2011

290.