Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ8794

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-06-2011
Datum publicatie
22-06-2011
Zaaknummer
201101214/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 december 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom Megchelen 2010" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201101214/1/R2.

Datum uitspraak: 22 juni 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, wonend te Megchelen, gemeente Oude IJsselstreek,

en

de raad van de gemeente Oude IJsselstreek,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 december 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom Megchelen 2010" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 januari 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 mei 2011, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door I.J.M. Testroet-Schepers, werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord [belanghebbende], vertegenwoordigd door [gemachtigde].

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een juridisch-planologische regeling voor het dorp Megchelen. Het plan is hoofdzakelijk conserverend van aard.

2.2. [appellant] en anderen betogen dat zij geluids- en parkeeroverlast ondervinden ten gevolge van [belanghebbende], [locatie]. In dit verband voeren zij aan dat het parkeerterrein dat direct naast het bedrijfspand is gelegen ten onrechte mede is bestemd als evenemententerrein. Voorts betogen zij dat de nooddeur, die zich aan de kant van het parkeerterrein bevindt, ten onrechte als in- en uitgang wordt gebruikt en vrezen zij voor de mogelijkheid van 10% uitbreiding van het bedrijfspand aan de zijde van het parkeerterrein.

2.3. De raad stelt zich op het standpunt dat de inrichting voldoet aan de normen van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) en dat in de omgeving van de inrichting een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

2.4. Ingevolge artikel 6, lid 6.1 van de planregels, zijn de voor "Horeca" aangewezen gronden bestemd voor:

a. horecabedrijven tot en met categorie II van de Staat van Horeca-activiteiten;

(…)

c. evenementen ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein';

(…)

h. parkeer-, speel- en groenvoorzieningen en kunstwerken;

(…).

Ingevolge artikel 2.21 van het Activiteitenbesluit zijn de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 dan wel 6.12 voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van:

(…)

b. andere festiviteiten die plaatsvinden in de inrichting, waarbij het aantal bij of krachtens een gemeentelijke verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van inrichtingen kan verschillen en niet meer mag bedragen dan twaalf per kalenderjaar.

2.4.1. In opdracht van het gemeentebestuur van Oude IJsselstreek is door Munsterhuis Geluidsadvies B.V. in juli 2010 een onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de woningen van [appellant] en anderen ten gevolge van de activiteiten van het horecabedrijf. Uit de berekeningen volgt dat de geluidsbelasting de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit niet overschrijdt. Daarbij is het geluid van de koelwagen op het parkeerterrein mede in aanmerking genomen. [appellant] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat aan het desbetreffende rapport zodanige gebreken kleven dat de raad dit niet aan het plan ten grondslag heeft mogen leggen. De raad heeft zich dan ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de aanwezigheid van het horecabedrijf ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in zoverre niet in de weg staat.

Voor zover [appellant] en anderen betogen dat zij geluidsoverlast ondervinden vanwege het gebruik van de nooddeur als in- en uitgang, overweegt de Afdeling dat dit ziet op de handhaving van de ter zake geldende regels. Deze handhaving kan in deze procedure niet aan de orde komen. Dat geldt ook voor zover [appellant] en anderen betogen dat zij overlast ondervinden vanwege het niet naleven van de voor het horecabedrijf geldende regelgeving.

Ten aanzien van het betoog van [appellant] en anderen dat zij parkeeroverlast ten gevolge van het horecabedrijf ondervinden, overweegt de Afdeling als volgt. Uit pagina 12 van de plantoelichting blijkt dat voor het berekenen van de benodigde parkeerbehoefte de zogenaamde CROW-richtlijnen zijn gehanteerd. Het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen bedraagt 57 tot 73,6. Op eigen terrein kan worden voorzien in 35 parkeerplaatsen en voor het overige aantal benodigde plaatsen is een parkeerterrein op loopafstand, bij het sportterrein, beschikbaar. Gelet op de berekende parkeerbehoefte en de beschikbare parkeerplaatsen in de omgeving van het horecabedrijf, heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. Voor ernstige parkeeroverlast behoeft niet te worden gevreesd.

2.4.2. Met betrekking tot het betoog van [appellant] en anderen dat het parkeerterrein in het plan ten onrechte mede als evenemententerrein is bestemd, overweegt de Afdeling als volgt. Uit artikel 6, lid 6.1, aanhef en onder h, van de planregels, volgt dat de voor "Horeca" aangewezen gronden onder meer zijn bestemd voor evenementen ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein'. Blijkens de verbeelding heeft het bestaande parkeerterrein bij het horecabedrijf de bestemming "Horeca", met de aanduiding 'evenemententerrein'.

Hoewel niet kan worden ontkend dat de evenementen die op het evenemententerrein plaats mogen vinden enige geluids- en parkeeroverlast met zich zullen brengen, hebben [appellant] en anderen niet aannemelijk gemaakt dat de locatie van dit terrein in de kern van Megchelen uit planologisch oogpunt niet geschikt is voor het gebruik ten behoeve van evenementen. Hierbij is in aanmerking genomen dat blijkens de plantoelichting de Algemene Plaatselijke Verordening, in overeenstemming met het Activiteitenbesluit, het aantal evenementen limiteert tot twaalf per kalenderjaar en dat hieraan een meldingsplicht is verbonden. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad dan ook in redelijkheid een groter gewicht kunnen toekennen aan de belangen die zijn gediend met de aanwijzing van het parkeerterrein bij het horecabedrijf als evenemententerrein dan aan het belang van [appellant] en anderen bij het achterwege blijven van evenementen op het desbetreffende terrein.

2.4.3. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat in het plan ten onrechte de mogelijkheid wordt geboden om het bestaande bedrijfspand met 10% uit te breiden, wordt overwogen dat hierop in het bestreden besluit afdoende is ingegaan. [appellant] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Voor zover [appellant] en anderen met betrekking tot de mogelijke uitbreiding van het bedrijfspand vrezen voor overlast, overweegt de Afdeling dat deze uitbreidingsmogelijkheid niet een zodanige omvang heeft dat als gevolg hiervan te verwachten is dat zij niet langer een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kunnen hebben.

2.5. Hetgeen [appellant] en anderen inzake het plandeel met de bestemming "Horeca" ter plaatse van het Oranjeplein 1 hebben aangevoerd geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre niet strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Broekman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2011

12-704.