Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ7912

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-06-2011
Datum publicatie
15-06-2011
Zaaknummer
201007344/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 april 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan IJpelaar" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201007344/1/R3.

Datum uitspraak: 15 juni 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de stichting Stichting WSG, gevestigd te Geertruidenberg,

appellante,

en

de raad van de gemeente Breda,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 april 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan IJpelaar" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft WSG bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 juli 2010, beroep ingesteld. WSG heeft haar beroep aangevuld bij brief van 25 augustus 2010.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 mei 2011, waar WSG, vertegenwoordigd door mr. J.M. Sintermaartensdijk, en de raad, vertegenwoordigd door A.J.J. Neele, zijn verschenen.

2. Overwegingen

Ontvankelijkheid

2.1. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), voor zover hier van belang, kan door een belanghebbende bij de Afdeling beroep worden ingesteld tegen een besluit omtrent vaststelling van een bestemmingsplan.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

De wetgever heeft deze eis gesteld teneinde te voorkomen dat een ieder, in welke hoedanigheid dan ook, of een persoon met slechts een verwijderd of indirect belang als belanghebbende zou moeten worden beschouwd en beroep zou kunnen instellen. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een persoon een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.

2.1.1. WSG richt zich in beroep tegen het plandeel met de bestemming "Groen" op een deel van de gronden gelegen ten noorden en ten oosten van de zorgwoningen aan de Neubourgstraat 15.

2.1.2. Ter zitting is gebleken dat WSG geen eigenaar is van gronden waarop het in het geding zijnde plandeel betrekking heeft of van gronden in de omgeving daarvan. Ook anderszins is niet gebleken dat WSG ten tijde van de vaststelling van het plan een rechtstreeks belang bij dat plandeel bezat. De omstandigheid dat WSG een samenwerkingsverband was aangegaan met de eigenaar van de gronden van de Neubourgstraat 15, Sovak, om na aankoop van dat perceel en van aanliggende gronden van de gemeente ter plaatse nieuwe zorgwoningen te realiseren, en dat in dat verband een concept-overeenkomst met de gemeente is opgesteld, maakt niet dat er een rechtstreeks belang aanwezig is, nu deze plannen ten tijde van het bestreden besluit niet tot een koopovereenkomst hadden geleid. De door WSG gestelde schade als gevolg van het niet kunnen realiseren van de plannen, leidt niet tot het oordeel dat WSG rechtstreeks in haar belangen is geraakt nu deze door WSG gestelde schade, wat daar ook van zij, geen schade is als gevolg van het plan, maar mogelijke schade is die zijn basis vindt in de privaatrechtelijke verhouding tussen WSG en andere partijen.

Ook anderszins is niet gebleken van feiten of omstandigheden in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat desondanks een objectief en persoonlijk belang van WSG rechtstreeks door het besluit zou worden geraakt.

2.2. De conclusie is dat WSG geen belanghebbende is bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en dat zij daartegen ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wro, geen ontvankelijk beroep kan instellen. Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.

w.g. Kranenburg w.g. Matulewicz

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2011

45-715