Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ7896

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-06-2011
Datum publicatie
15-06-2011
Zaaknummer
201104350/2/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 februari 2011 heeft het college aan Chemelot een deelrevisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor de deelinrichting Nitraatfabriek 2 van de site Chemelot in de gemeenten Sittard-Geleen en Stein. Dit besluit is op 3 maart 2011 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201104350/2/M2.

Datum uitspraak: 6 juni 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Chemelot Site Permit B.V. en OCI Nitrogen B.V. (hierna tezamen en in enkelvoud: Chemelot), gevestigd te Geleen, gemeente Sittard-Geleen,

verzoeker,

en

het college van gedeputeerde staten van Limburg,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 februari 2011 heeft het college aan Chemelot een deelrevisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor de deelinrichting Nitraatfabriek 2 van de site Chemelot in de gemeenten Sittard-Geleen en Stein. Dit besluit is op 3 maart 2011 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft Chemelot bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 april 2011, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 april 2011, heeft Chemelot de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 mei 2011, waar Chemelot, vertegenwoordigd door mr. R.J.P. Schobben, advocaat te Heerlen, J.P.M. van Doorn en J.A.J. Linders, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.W.M. van der Heijden en ing. G.P.C. Jetten, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht, zoals dat is opgenomen in artikel 1.2, tweede lid van de Invoeringswet Wabo, volgt dat de wetswijzigingen niet van toepassing zijn op dit geding. In deze uitspraak worden dan ook de wetten aangehaald, zoals zij luidden voordat zij bij invoering van de Wabo werden gewijzigd.

2.3. Chemelot betoogt dat voorschrift 5.2 ten onrechte aan de vergunning is verbonden. In dit voorschrift is, voor zover van belang, bepaald dat vanaf 1 juli 2012 de emissieconcentratie van ammoniumnitraat bij emissiepunt 10 maximaal 5 mg/Nm3 mag bedragen. Chemelot stelt dat haar spoedeisend belang is gelegen in het feit dat indien de uitspraak in de hoofdzaak na 1 juli 2012 of korte tijd voor deze datum wordt gedaan en voorschrift 5.2 daarbij in stand wordt gelaten, het voor haar onmogelijk is om tijdig aan dat voorschrift te voldoen.

2.4. Chemelot dient op 1 juli 2012 aan de emissiewaarde van 5 mg/Nm3 te voldoen. Naar het oordeel van de voorzitter levert het gestelde geen spoedeisend belang op dat het treffen van de verzochte voorlopige voorziening rechtvaardigt. Thans is immers geen reden aanwezig om aan te nemen dat de Afdeling niet tijdig een uitspraak zal doen in de bodemprocedure.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Drouen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2011

375-687.