Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ7472

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-06-2011
Datum publicatie
08-06-2011
Zaaknummer
201011544/1/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 oktober 2010 heeft het college aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer (oud) verleend voor een varkens- en rundveebedrijf aan de [locatie] te Veghel. Dit besluit is op 20 oktober 2010 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201011544/1/M2.

Datum uitspraak: 8 juni 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Mariaheide, gemeente Veghel,

en

het college van burgemeester en wethouders van Veghel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 oktober 2010 heeft het college aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer (oud) verleend voor een varkens- en rundveebedrijf aan de [locatie] te Veghel. Dit besluit is op 20 oktober 2010 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2010, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[vergunninghouder] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 april 2011, waar het college, vertegenwoordigd door R.A.M. ter Heine en E. Reintjes, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 4 september 2007 is voor de inrichting een revisievergunning verleend. De bij het bestreden besluit verleende revisievergunning ziet op een uitbreiding van de inrichting met twee mengvoedersilo's.

2.2. [appellant] betoogt dat de uitbreiding van de inrichting op de aangevraagde locatie onwenselijk is. Hij stelt dat bedrijven als deze thuis horen in een landbouwontwikkelingsgebied.

2.2.1. Het college is gehouden op grondslag van de aanvraag te beoordelen of voor de in die aanvraag genoemde locatie vergunning kan worden verleend. Of een andere locatie meer geschikt is voor vestiging van de inrichting speelt hierbij geen rol. Het betoog faalt.

2.3. [appellant] stelt een voorkeur te hebben voor de plaatsing van de luchtwassers aan de voorzijde van de stal zodat de omgeving hiervan minder last ondervindt.

2.3.1. Het type en de situering van de luchtwassers zijn niet gewijzigd ten opzichte van de vergunning van 2007. In het bestreden besluit heeft het college de vergunningaanvraag voor de luchtwassers opnieuw getoetst aan de toen geldende regelgeving en geconcludeerd dat hiervoor opnieuw vergunning kan worden verleend. [appellant] heeft niet gesteld dat deze toetsing onjuist of onzorgvuldig is uitgevoerd of dat de daarop gebaseerde conclusie onjuist is. Het betoog faalt.

2.4. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W. Sorgdrager, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van staat.

w.g. Sorgdrager w.g. Van der Maesen de Sombreff

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2011

190-684.