Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ6825

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-06-2011
Datum publicatie
01-06-2011
Zaaknummer
201007987/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 juni 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Kometenlaan" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201007987/1/R2.

Datum uitspraak: 1 juni 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub1] en anderen, optredend onder de naam 'Actiegroep Behoud Kometenbos',

2. [appellant sub 2 A] en [appellante sub 2 B] (hierna tezamen in enkelvoud: [appellant sub 2]),

3. [appellant sub 3], allen wonend te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder,

en

de raad van de gemeente Noordoostpolder,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Kometenlaan" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub1] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 augustus 2010, [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 augustus 2010, en [appellant sub 3] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 augustus 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 april 2011, waar [appellant sub1] en anderen, in de persoon van [appellant sub1], [appellant sub 3], in persoon, en de raad vertegenwoordigd door mr. G. Volmer zijn verschenen. Voorts zijn Stichting Philadelphia Zorg, vertegenwoordigd door B. van Harten en Mercatus, vertegenwoordigd door ir. S. Eising verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Naar aanleiding van het beroep van [appellant sub1] en anderen en [appellant sub 3], zoals ter zitting nader toegelicht, stelt de Afdeling voorop dat in dit geding slechts het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan aan toetsing onderworpen is. Daarmee staat ter beoordeling of het plan geacht kan worden te strekken ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening en of het besluit tot vaststelling daarvan volgens de ter zake geldende regels van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht tot stand is gekomen en ook overigens rechtmatig is. Al hetgeen [appellant sub1] en anderen en [appellant sub 3] buiten dit kader hebben aangevoerd, zoals bezwaren tegen de wijze waarop in het verleden de renovatie van de wijk heeft plaatsgevonden, moeten in dit geding buiten beschouwing blijven.

2.2. Binnen voormeld kader hebben [appellant sub1] en anderen, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] aangevoerd zich niet te kunnen verenigen met het plan waar dat de bouw van een complex met negentien woonunits voor een zorginstelling en de aanleg van bijbehorende voorzieningen mogelijk maakt.

Zij achten het bezwaarlijk dat daardoor een deel van het aanwezige bos verloren gaat en hebben betoogd dat het plan daarom in strijd is met het gemeentelijke groenbeleidsplan. Voorts zullen de leefomgeving en het woongenot worden aangetast en zal de verkeershinder op de Kometenlaan volgens hen toenemen. [appellant sub1] en anderen hebben verder betoogd dat de bij de voorbereiding van het plan verrichte onderzoeken naar flora en fauna ondeugdelijk zijn en dat de voorziene bebouwing stedenbouwkundig en uit een oogpunt van welstand niet passend is. [appellant sub1] en anderen en [appellant sub 3] hebben aangevoerd dat ten onrechte geen onderzoek is gedaan naar alternatieve locaties voor het complex.

2.2.1. Uit de plantoelichting, het verweerschrift en het verhandelde ter zitting blijkt dat de raad in het kader van de herstructurering van de Sterrenbuurt heeft gekozen voor de bouw van het complex op deze plek, omdat dit bijdraagt aan een opwaardering van de buurt en de entree daarvan zal versterken. Tevens zal, aldus de raad, het complex hier gunstig zijn gesitueerd ten opzichte van het centrum van Emmeloord en van openbaar vervoervoorzieningen. Verder heeft de raad meegewogen dat de ontwikkelaar van het complex, Mercatus, heeft verzocht het complex op deze plek te mogen bouwen.

De Afdeling is van oordeel dat de raad aldus in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat de bouw van het complex op deze locatie uit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is. Aangaande het betoog van [appellant sub1] en anderen en [appellant sub 3] inzake alternatieve locaties, overweegt de Afdeling dat geen grond bestaat voor het oordeel dat de raad bij afweging van de voor- en nadelen daarvan, gegeven zijn beleidsvrijheid, niet in redelijkheid voor deze locatie heeft kunnen kiezen.

De bezwaren van [appellant sub1] en anderen, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] dat als gevolg van de bouw van het complex bos en ander groen zullen verdwijnen, zijn naar het oordeel van de Afdeling weliswaar feitelijk niet onjuist. In het plan zijn evenwel aan het grootste deel van het gebied de bestemmingen "Bos"en "Groen" gegeven. Dit in aanmerking genomen ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat aan deze bezwaren overwegende betekenis toegekend had moeten worden. Voor zover [appellant sub1] en anderen, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] bezwaren hebben aangevoerd tegen het kappen van bomen en het rooien van ander groen in het verleden, wordt overwogen dat deze stellingen niet het bestemmingsplan betreffen, zodat daaraan in dit geding voorbijgegaan moet worden.

Wat betreft de overige beroepsgronden ziet de Afdeling geen aanleiding om daarover anders te oordelen dan de voorzitter heeft gedaan in zijn uitspraak van 16 november 2010, nr. 201007987/2/R2, waarbij de verzoeken om voorlopige voorziening van [appellant sub1] en anderen en [appellant sub 3] tegen het bestreden besluit zijn afgewezen en waarbij is ingegaan op deze beroepsgronden. Ook voor zover deze beroepsgronden zijn aangevoerd door [appellant sub 2] kan bij dit oordeel worden aangesloten, aangezien deze beroepsgronden overeenkomen met die van [appellant sub 3] en niet aannemelijk is dat aan de belangen van [appellant sub 2] een wezenlijk ander gewicht toegekend zou moeten worden. Hierbedoelde beroepsgronden falen derhalve.

2.2.2. Gelet op het bovenstaande ziet de Afdeling in hetgeen [appellant sub1] en anderen, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan, voor zover bestreden, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

De beroepen zijn ongegrond.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. G.N. Roes en mr. E. Helder, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.P. de Rooy, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. De Rooy

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2011

59.