Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ6818

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-06-2011
Datum publicatie
01-06-2011
Zaaknummer
201010412/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 juli 2007 heeft het college op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer (hierna: de Subsidieregeling) de aan [appellante] verleende beheerssubsidie voor de periode van 1 november 2000 tot en met 31 oktober 2006 vastgesteld op € 153.999,19.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201010412/1/H2.

Datum uitspraak: 1 juni 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats], gemeente Boxmeer,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 20 september 2010 in zaak nr. 08/4498 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 juli 2007 heeft het college op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer (hierna: de Subsidieregeling) de aan [appellante] verleende beheerssubsidie voor de periode van 1 november 2000 tot en met 31 oktober 2006 vastgesteld op € 153.999,19.

Bij besluit van 14 november 2008 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 september 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 oktober 2010, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 april 2011, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. S.G.A. Peeters, werkzaam bij de Dienst Regelingen, van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 4:46, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) stelt het bestuursorgaan, indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Subsidieregeling, zoals dat luidde tot 27 september 2001, worden de beheersbijdragen van de beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 46 jaarlijks voor 1 januari van het jaar waarop de bijdragen betrekking hebben door de minister gecorrigeerd voor inflatie op basis van het consumentenprijsindexcijfer alle huishoudens zoals laatstelijk in het voorafgaande jaar gepubliceerd door het Centraal Bureau voor Statistiek.

Bij ministeriële regeling van 24 september 2001 (Stcrt. 25 september 2001, nr. 185) is artikel 7 van de Subsidieregeling gewijzigd. Ingevolge artikel IV werkt deze wijziging terug tot en met 1 januari 2000.

Ingevolge het gewijzigde artikel 7, eerste lid, van de Subsidieregeling worden de beheersbijdragen van de beheerspakketten en landschapspakketten opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 46 jaarlijks voor 1 januari van het jaar waarop de bijdragen betrekking hebben door de minister gecorrigeerd voor de werkelijke loon- en prijsontwikkeling, gebaseerd op de grondslagen, bedoeld in artikel 8, naar de situatie in het voorafgaande jaar.

Ingevolge het tweede lid geeft de minister in de Staatscourant kennis van de vaststelling van de overeenkomstig het eerste lid gecorrigeerde beheersbijdragen.

 

Bij ministeriële regeling van 21 december 2001 (Stcrt. 27 december 2001, nr. 249), is artikel 42, tweede lid, van de Subsidieregeling gewijzigd. Ingevolge artikel IV treedt deze wijziging in werking op 29 december 2001.

Ingevolge het gewijzigde artikel 42, tweede lid, van de Subsidieregeling wordt de beheerssubsidie vastgesteld overeenkomstig het bedrag dat bij de beschikking tot subsidieverlening is bepaald, zoals dat op grond van artikel 7, eerste lid, door de minister is gecorrigeerd in verband met de werkelijke loon- en prijsontwikkeling.

Ingevolge artikel 102, eerste lid, van de Subsidieregeling, zoals dit luidt sinds haar vaststelling, worden subsidies of voorschotten daarop verleend onder voorbehoud van goedkeuring van de commissie van de Europese Gemeenschappen (hierna: de commissie).

Ingevolge het tweede lid kan de beslissing tot verlening van een subsidie of een voorschot daarop worden ingetrokken of gewijzigd ter verkrijging van de goedkeurig van de commissie voor deze regeling, of wegens het uitblijven daarvan.

2.2. [appellante] heeft op 1 februari 2000 een aanvraag ingediend voor een beheerssubsidie voor onder meer de beheerspakketten "Faunarand", "Landbouw met natuurlijke handicaps" en "Bonte weiderand". De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (thans: Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) heeft bij besluit van 10 oktober 2000, een beheerssubsidie verleend voor de periode van 1 november 2000 tot 31 oktober 2006 van in totaal ƒ 322.946,40 (€ 146.546,69).

2.3. Bij besluit van 12 juli 2007, gehandhaafd bij het besluit op bezwaar van 14 november 2008, is de verleende beheerssubsidie vastgesteld op € 153.999,19. Dit bedrag is vastgesteld met toepassing van het gewijzigde artikel 7 van de Subsidieregeling op grond waarvan het subsidiebedrag ingevolge het eveneens gewijzigde artikel 42, tweede lid, van de Subsidieregeling, niet aan de hand van het consumentenprijsindexcijfer wordt vastgesteld, maar aan de hand van de werkelijke loon- en prijsontwikkeling.

2.4. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college terecht de beheerssubsidie niet heeft vastgesteld aan de hand van het consumentenprijsindexcijfer. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat uit de toelichting op de gewijzigde Subsidieregeling (Stcrt. 25 september 2001, nr. 185, pagina 5) volgt dat de commissie zich niet kan verenigen met indexatie op basis van het consumentenprijsindexcijfer.

2.5. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college niet aan de hand van de werkelijke loon- en prijsontwikkeling de verleende beheerssubsidie gewijzigd mocht vaststellen. Zij voert daartoe aan, dat niet is gebleken dat de commissie de Subsidieregeling, zoals die voorheen gold, niet heeft willen goedkeuren. In dit verband wijst zij er op dat op haar verzoek geen officieel document is overgelegd waaruit dit blijkt, maar dat slechts is volstaan met een verwijzing naar een gespreksverslag tussen ambtenaren. Dit verslag is volgens haar echter onvoldoende.

2.5.1. Tussen partijen bestaat geen verschil van inzicht dat bij de vaststelling van de beheerssubsidie artikel 42, tweede lid, van de Subsidieregeling, zoals dat luidde per 29 december 2001, van toepassing is.

2.5.2. De staatssecretaris heeft bij de verlening van de beheerssubsidie bij besluit van 10 oktober 2000 de Subsidieregeling, zoals die op dat moment gold, als bijlage meegezonden. [appellante] heeft daarmee kennis kunnen nemen van artikel 102 van die regeling, waarin is bepaald dat subsidie wordt verleend onder voorbehoud van goedkeuring door de commissie. Anders dan [appellante] heeft betoogd, hoefde het college geen officieel document van de commissie te overleggen waaruit blijkt dat de commissie de Subsidieregeling niet heeft goedgekeurd. Artikel 102 van de Subsidieregeling biedt hiervoor geen grondslag. Voldoende is, dat aannemelijk is dat de bezwaren van de commissie van zodanige aard zijn dat deze aan goedkeuring van de Subsidieregeling in de weg zouden staan. De rechtbank heeft in dit verband, onder verwijzing naar de toelichting op de wijziging van de Subsidieregeling (Stcrt. 25 september 2001, nr. 185), terecht overwogen dat dit hier het geval is, nu uit die toelichting volgt dat de wijze van bijstelling van de beheersbijdrage met terugwerkende kracht is aangepast teneinde goedkeuring van de commissie te verkrijgen. Het college heeft voorts ter zitting passages uit het hiervoor onder 2.5. genoemde gespreksverslag voorgedragen, die de juistheid van deze toelichting bevestigen.

Het betoog faalt.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, voorzitter, en mr. C.W. Mouton en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Bindels

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2011

85-680.