Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ6775

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-05-2011
Datum publicatie
01-06-2011
Zaaknummer
201004459/3/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 december 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Hollum 2009" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201004459/3/R3.

Datum uitspraak: 23 mei 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster], wonend te Hollum, gemeente Ameland,

en

de raad van de gemeente Ameland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Hollum 2009" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 mei 2010, beroep ingesteld. [verzoekster] heeft haar beroep aangevuld bij brief van 4 juni 2010.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 april 2011, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 12 mei 2011.

Ter zitting is de raad, vertegenwoordigd door R. Korvemaker, werkzaam bij de gemeente, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Met het plan wordt een actuele planologisch-juridische regeling gegeven voor de gehele bebouwde kom van Hollum. Verder voorziet het plan in de bouw van twee woningen op percelen aan de rand van het dorp Hollum.

2.3. Het verzoek richt zich tegen het plandeel met de bestemming "Wonen" ter plaatse van de twee percelen gelegen naast de woning van [verzoekster] aan de Badweg 17. [verzoekster] voert aan dat die bestemming in strijd is met de Structuurvisie Wonen 2002 (hierna: de structuurvisie) omdat bedoelde percelen niet zijn aangewezen als mogelijke dorpsuitbreiding. Woningbouw ter plaatse past dan ook niet binnen dat beleid.

2.3.1. De raad wijst erop dat de voorziene woningen zijn gesitueerd aan de kruising van de Molenweg en de Badweg. Volgens hem is het vanuit stedenbouwkundig en planologisch oogpunt bekeken acceptabel om aansluitend op de bestaande woningen ter plaatse twee woningen mogelijk te maken. Dit kan als afsluiting van de rand van het dorp worden aangemerkt. Verder wordt het beschermde dorpsgezicht niet aangetast, aldus de raad.

2.3.2. De structuurvisie, waarin zowel inbreidings- en uitbreidingslocaties als de restcapaciteit in beeld zijn gebracht, is gebaseerd op een prognose van de woonbehoefte tot aan 2010. Het plan ziet echter op de periode daarna. Niet in geschil is dat bedoelde percelen als locatie zijn aangewezen waar geen woningbouw wordt beoogd. De structuurvisie is volgens de raad echter gedateerd. Ter zitting is door de raad toegelicht dat door voortschrijdend inzicht, onder meer doordat gebleken is dat niet alle vigerende woonbestemmingen gerealiseerd zullen worden, behoefte is aan nieuwe woonbestemmingen. De raad heeft ter zitting toegelicht dat hij voor het opnemen van de bouwvlakken naast de woning van [verzoekster] in het plan eerst heeft onderzocht of nieuwbouw op een van de in de structuurvisie genoemde open plekken of op een locatie uit de restcapaciteit van een voorheen geldend bestemmingsplan binnen Hollum mogelijk was. Dat bleek niet het geval te zijn. Daarbij heeft de raad eveneens overwogen dat aan de behoefte aan woningen niet slechts kan worden voldaan door het gebruik van woningen als recreatiewoningen tegen te gaan. Nadat de raad tot de conclusie kwam dat het voorzien in de bestaande behoefte aan woningen slechts mogelijk is door uitbreiding van Hollum aan de westkant, heeft hij de beide bouwvlakken naast de woning van

[verzoekster] aan de rand van Hollum in het plan opgenomen.

Gelet op het bovenstaande is de voorzitter van oordeel dat de afwijking van de structuurvisie in zoverre voldoende is gemotiveerd door de raad.

2.4. Gezien het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Lap

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2011

288-661.