Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ5870

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-05-2011
Datum publicatie
25-05-2011
Zaaknummer
201008174/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 juni 2010 heeft het college het wijzigingsplan "[locatie 2] te Renesse" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201008174/1/R2.

Datum uitspraak: 25 mei 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Habo Hoveniers B.V. en [appellant] (hierna: Habo en [appellant]), gevestigd te Renesse, gemeente Schouwen-Duiveland,

en

het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2010 heeft het college het wijzigingsplan "[locatie 2] te Renesse" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben Habo en [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 augustus 2010, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 1 oktober 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Habo en [appellant] hebben een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 april 2011, waar Habo en [appellant], vertegenwoordigd door [gemachtigde] en mr. A.P. Cornelissen, advocaat te Middelharnis, en het college, vertegenwoordigd door V.J. Folmer, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het wijzigingsplan is gebaseerd op artikel 11a, lid 7.1, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan "8e herziening Buitengebied-Oost" (hierna: het bestemmingsplan) en voorziet in de wijziging van de subbestemming "tuincentrum en hoveniersbedrijf" in de subbestemming "handel in auto's, reparatie en service". Met het wijzigingsplan wordt beoogd de verplaatsing van [automobielbedrijf] van [locatie 1] te Burgh-Haamstede naar [locatie 2] te Renesse mogelijk te maken.

2.2. Habo en [appellant] betogen dat artikel 11a, lid 7.1, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan onverbindend is voor zover daarin is opgenomen dat het te verplaatsen bedrijf in de gemeente gevestigd moet zijn. Dit komt namelijk niet overeen met de Beschrijving in Hoofdlijnen, waarin is opgenomen dat het te verplaatsen bedrijf gevestigd moet zijn in de omgeving van Renesse.

Habo en [appellant] betogen voorts dat het wijzigingsplan niet voldoet aan de in artikel 11a, lid 7.1, opgenomen wijzigingsvoorwaarden. Zij voeren hiertoe aan dat [automobielbedrijf] in strijd met de wijzigingsvoorwaarden niet wordt verplaatst vanwege een milieuknelpunt. Dat [autobedrijf], dat zal worden verplaatst vanwege een milieuknelpunt, zich blijvend zal vestigen op het door [automobielbedrijf] te verlaten perceel [locatie 1], is onvoldoende gegarandeerd. Verder betogen zij dat in strijd met de wijzigingsvoorwaarden geen noodzaak bestaat voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid. Op het bedrijventerrein aan de Roterij zijn voldoende andere geschikte locaties voor de vestiging van een autobedrijf.

Het wijzigingsplan voldoet volgens Habo en [appellant] tevens niet aan de in de Beschrijving in Hoofdlijnen opgenomen voorwaarde dat het te verplaatsen bedrijf is gevestigd in Renesse of zijn directe omgeving. Voorts had de wijzigingsbevoegdheid niet mogen worden toegepast, omdat de bedrijfsactiviteiten van [automobielbedrijf] slechts voor een deel zijn gericht op Renesse. Bovendien leidt de invulling van de te verlaten locatie ten onrechte niet tot een structurele verbetering van de aanwezige ruimtelijke functionele structuur, aldus Habo en [appellant].

2.2.1. Het college stelt zich op het standpunt dat artikel 11a, lid 7.1, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan niet onverbindend is. Voorts is het wijzigingsplan volgens het college in overeenstemming met de in artikel 11a, lid 7.1, opgenomen wijzigingsvoorwaarden. Door de mogelijk gemaakte verplaatsing van [automobielbedrijf] naar [locatie 2], kan [autobedrijf] worden verplaatst van [locatie 3 en 4] naar [locatie 1] te Burgh-Haamstede. Deze verplaatsing is volgens het college noodzakelijk ter oplossing van een milieuknelpunt. De verplaatsingen zijn gegarandeerd door middel van een overeenkomst.

2.2.2. Ingevolge artikel 11a, lid 7.1, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan zijn burgemeester en wethouders bevoegd, met inachtneming van de Beschrijving in Hoofdlijnen, de in lid 1 genoemde subbestemmingen binnen de bestemming "Bedrijventerrein" te wijzigen met in achtneming van de volgende bepalingen:

- de wijzigingsbevoegdheid zal uitsluitend worden toegepast indien dit noodzakelijk is ter oplossing van een knelpunt van een lokaal georiënteerd bedrijf. Hieronder wordt een bestaand en in de gemeente gevestigd bedrijf verstaan dat vanwege de realisatie van een natuurontwikkelingsproject, een stads- of dorpsuitbreiding of het oplossen van een milieuknelpunt verplaatst dient te worden en waarvan de bedrijfsactiviteiten voorkomen op de Staat van Bedrijfsactiviteiten.

In de Beschrijving in Hoofdlijnen in artikel 11a, lid 2, is, voor zover van belang, het volgende bepaald.

a. Op enkele locaties in Schouwen-West, voornamelijk in de omgeving van de Hogezoom, is bedrijvigheid gelegen op een als niet passend ervaren locatie. Om verkeers- en milieutechnische redenen, maar ook vanwege bedrijfseconomische overwegingen verdient verplaatsing van deze bedrijven de aandacht. Teneinde deze bedrijven de mogelijkheid te geven zich te verplaatsen is binnen de ontwikkelingslocatie voor landschapsbouw aan weerszijde van de Kooijmansweg ruimte gereserveerd voor hervestiging.

b. Nieuwvestiging van bedrijvigheid is uitgesloten. Daar het oplossen van knelpunten in bovengenoemde kernen aanleiding van de aanleg van het bedrijventerrein is, zal dit ook bij mogelijk toekomstige mutaties van de bedrijfsactiviteiten op dit terrein een belangrijk vestigingscriterium zijn. Daarnaast is het van belang dat het bedrijven betreft, waarvan de bedrijfsactiviteiten zijn gericht op de omgeving van Renesse.

c. De andere invulling van de te verlaten locaties zal per saldo moeten leiden tot een structurele verbetering van de aanwezige ruimtelijk functionele structuur.

2.2.3. De Afdeling stelt voorop dat, nu het bestemmingsplan is vastgesteld op grond van de toen geldende Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Beschrijving in Hoofdlijnen deel uitmaakt van het bestemmingsplan en, afhankelijk van de bewoordingen, bindende bepalingen kan bevatten. Gezien de bewoordingen van artikel 11a, lid 7.1, in samenhang met artikel 11a, lid 2, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan moet de inhoud van de Beschrijving in Hoofdlijnen in beginsel bindend worden geacht.

2.2.4. De Beschrijving in Hoofdlijnen, voor zover daarin is opgenomen dat de wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast voor bedrijvigheid die is gelegen op een als niet passend ervaren locatie in Schouwen-West, is een nadere uitwerking van artikel 11a, lid 7.1, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan, waarin is bepaald dat het te verplaatsen bedrijf in de gemeente gevestigd moet zijn. De Afdeling ziet hierin geen aanleiding voor het oordeel dat artikel 11a, lid 7.1, in zoverre onverbindend is.

2.2.5. Voorts vereist artikel 11a, lid 7.1, in samenhang met artikel 11a, lid 2, niet dat het bedrijf dat wordt verplaatst ter oplossing van een milieuknelpunt het bedrijf dient te zijn dat zich zal vestigen op het bedrijventerrein aan de Duinzoom. Niet in geschil is dat [autobedrijf] in de kern van Burgh-Haamstede een milieuknelpunt vormt. Derhalve is de noodzaak om de wijzigingsbevoegdheid toe te passen gelegen in de omstandigheid dat [autobedrijf] moet worden verplaatst vanwege een milieuknelpunt. De aanwezigheid van eventuele alternatieve locaties doet aan de noodzaak om [autobedrijf] te verplaatsen niets af.

Verder zijn tussen [autobedrijf], [automobielbedrijf] en de gemeente overeenkomsten gesloten, waarin is vastgelegd dat [autobedrijf] zich zal vestigen op het perceel [locatie 1] en [automobielbedrijf] zich zal vestigen op het perceel [locatie 2]. Het college heeft zich derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat zodoende is gegarandeerd dat de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid dient ter oplossing van een milieuknelpunt.

2.2.6. Het betoog van Habo en [appellant] dat de wijzigingsbevoegdheid niet kan worden toegepast, omdat het te verplaatsen bedrijf niet is gevestigd in Renesse of zijn directe omgeving, kan niet worden gevolgd. De wijzigingsbevoegdheid kan ingevolge de Beschrijving in Hoofdlijnen worden toegepast voor bedrijvigheid die is gelegen op een als niet passend ervaren locatie in Schouwen-West. Nu [autobedrijf] is gevestigd in Burgh-Haamstede op een als niet passend ervaren locatie, is in zoverre aan de wijzigingsvoorwaarden voldaan.

De stelling van Habo en [appellant] dat een deel van de potentiële klanten van [automobielbedrijf] niet uit de omgeving van Renesse komt, kan, wat daar ook van zij, niet tot het oordeel leiden dat in zoverre niet aan de wijzigingsvoorwaarden wordt voldaan. Dat een deel van de klanten van [automobielbedrijf] niet uit de omgeving van Renesse komt, maakt nog niet dat zijn bedrijfsactiviteiten niet zijn gericht op de omgeving van Renesse.

In de reactie op de zienswijze van Habo en [appellant] is vermeld dat door de verplaatsing van het bedrijf van [autobedrijf] in de kern van Burgh-Haamstede woningbouw zal worden ontwikkeld. Het college heeft zich dan ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de andere invulling van de door [autobedrijf] te verlaten locatie per saldo zal leiden tot een structurele verbetering van de aanwezige ruimtelijk functionele structuur.

2.2.7. In hetgeen Habo Hoveniers en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Vogel-Carprieaux

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2011

458-683.