Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ2626

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-04-2011
Datum publicatie
27-04-2011
Zaaknummer
201006960/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 april 2010, kenmerk 2010-07944, heeft de raad het bestemmingsplan "Kulturhus Oene" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201006960/1/R2.

Datum uitspraak: 27 april 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Epe,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2010, kenmerk 2010-07944, heeft de raad het bestemmingsplan "Kulturhus Oene" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 juli 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De raad heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 maart 2011, waar [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door D. Scarse MSc en mr. M.J. Volkers-van der Wal, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens is daar gehoord Woonstichting Triada, vertegenwoordigd door mr. drs. R.S. Wertheim, advocaat te Zwolle.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in de bouw van het zogenoemde "Kulturhus". In het "Kulturhus" zal een school worden ondergebracht. Daarnaast biedt de locatie voorzieningen ten behoeve van cultuur, sport, zorg en kinderopvang. Het plangebied is gesitueerd achter de bestaande bebouwing aan de Dorpsstraat binnen de dorpskern van Oene.

2.2. [appellant] betoogt dat in het plan niet wordt voorzien in voldoende parkeervoorzieningen en dat de ten behoeve van het plan op de groenstrook naast zijn perceel voorziene parkeerplaatsen zullen leiden tot onaanvaardbare overlast.

Verder stelt [appellant] dat in het raadsvoorstel tot vaststelling van het plan een aantal onjuistheden staat, waardoor het plan mogelijk op verkeerde gronden steunt.

2.3. De raad stelt zich op het standpunt dat voldoende parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd ten behoeve van het plan. Voor parkeeroverlast en verkeersonveiligheid behoeft niet te worden gevreesd, aldus de raad.

2.4. Het is aannemelijk dat het plan een toename van de parkeerdruk in de directe omgeving van het plangebied met zich brengt. Blijkens de plantoelichting en de nadere stukken die de raad heeft ingediend zijn ten behoeve van het plan parkeerplaatsen voorzien op de groenstrook ten zuiden van het Kulturhus. Het perceel van [appellant] grenst aan deze groenstrook. Deze groenstrook is niet gelegen in het plangebied, maar maakt deel uit van het bestemmingsplan "Kern Oene". Niet in geschil is dat in het bestemmingsplan "Kern Oene" aan deze groenstrook de bestemming "Groenvoorzieningen" is toegekend en dat de aanleg van parkeerplaatsen binnen deze bestemming mogelijk is. Ter zitting is gebleken dat de raad na overleg met [appellant] de situering van een aantal van de ten behoeve van het plan voorziene parkeerplaatsen heeft gewijzigd. Hierdoor zijn er niet langer parkeerplaatsen voorzien direct naast het perceel van [appellant]. Voorts is een groenstrook voorzien naast het perceel van [appellant], waar een haag zal worden aangelegd. Ter zitting is gebleken dat [appellant] zich door voormelde aanpassingen kan verenigen met de ten behoeve van het plan voorziene parkeersituatie. Gelet op het vorenstaande acht de Afdeling het niet aannemelijk dat de ten behoeve van het plan voorziene parkeerplaatsen zullen leiden tot onaanvaardbare overlast.

2.4.1. Verder heeft [appellant] niet met concrete argumenten onderbouwd dat het raadsvoorstel tot vaststelling van het plan zodanige onjuiste feitelijke gegevens bevat dat dit voorstel niet aan de vaststelling van het plan ten grondslag mocht worden gelegd. Voor het overige heeft [appellant] zich in het beroepschrift beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

2.4.2. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Broekman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 april 2011

12-694.