Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ1063

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-04-2011
Datum publicatie
13-04-2011
Zaaknummer
201006715/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 mei 2010, kenmerk 2010-0082, heeft de raad het bestemmingsplan "Hart van de Wijk Waterkwartier" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201006715/1/R2.

Datum uitspraak: 13 april 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging Vereniging van Eigenaars gebouwencomplex Ruys de Beerenbrouckstraat, Troelstralaan en Tak van Poortvlietstraat te Zutphen, gevestigd te Zutphen,

appellante,

en

de raad van de gemeente Zutphen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 mei 2010, kenmerk 2010-0082, heeft de raad het bestemmingsplan "Hart van de Wijk Waterkwartier" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft de vereniging bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 juli 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft Woonbedrijf Ieder1 een nadere uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 maart 2011, waar de vereniging, vertegenwoordigd door ing. S. Veldhuis, en de raad, vertegenwoordigd door mr. F. Kuipers, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is Woonbedrijf Ieder1, vertegenwoordigd door T.W. de Vries en T.C. Wang, als partij gehoord.

2. Overwegingen

Ontvankelijkheid

2.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep van de vereniging niet-ontvankelijk is. Voorts is volgens de raad S. Veldhuis niet bevoegd om de vereniging te vertegenwoordigen.

2.1.1. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), voor zover hier van belang, kan een belanghebbende bij de Afdeling beroep instellen tegen een besluit omtrent vaststelling van een bestemmingsplan.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge het derde lid worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

2.1.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 5 maart 2008 in zaak nr. 200702359/1) komt een belangenorganisatie die voor het belang van haar leden opkomt, daarmee op voor een collectief belang, tenzij het tegendeel blijkt. In geval van een splitsing in appartementsrechten als bedoeld in titel 9 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is ingevolge artikel 112 voorzien in de verplichting tot oprichting van een vereniging van eigenaars die ten doel heeft het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de appartementseigenaars. Hieruit volgt dat, ook indien dit niet uitdrukkelijk in de statuten is vermeld, een vereniging van eigenaars uit haar aard in beginsel opkomt voor de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars. In voorliggend geval is niet gebleken dat de vereniging niet opkomt voor het gemeenschappelijk belang van haar leden. In aanmerking genomen dat in het plangebied het appartementencomplex dat de leden in eigendom hebben zich op een korte afstand van de bestreden plandelen bevinden, dient de vereniging daarom te worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb.

2.1.3. Ten aanzien van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van S. Veldhuis overweegt de Afdeling dat in een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van 10 december 2009 is vermeld dat Armeva B.V. bestuurder is van de vereniging. Uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van 13 december 2010 blijkt dat H.F.M. Meijer-Notermans bevoegd is Armeva B.V. te vertegenwoordigen. Bij de stukken bevindt zich een machtiging van 1 maart 2011 waarin H.F.M. Meijer-Nortermans, S. Veldhuis machtigt om op te treden als afgevaardigde van de vereniging. Het betoog van de raad dat S. Veldhuis niet is gemachtigd om de vereniging te vertegenwoordigen treft derhalve geen doel.

2.1.4. Gelet op het voorgaande bestaat er geen aanleiding het beroep van de vereniging niet-ontvankelijk te verklaren.

Het beroep inhoudelijk

2.2. Het plan voorziet in de ontwikkeling van winkelcentrum De Vijver en zijn omgeving in de wijk Waterkwartier te Zutphen.

2.3. De vereniging vreest voor overlast door het vrachtverkeer voor de bevoorrading van de in het plan mogelijk gemaakte detailhandel. De vereniging betoogt dat de in het stedenbouwkundig plan opgenomen transportroute voor het vrachtverkeer ten behoeve van de bevoorrading van de winkels in het plangebied niet realistisch is en is gebaseerd op onjuiste berekeningen. De raad heeft volgens de vereniging ten onrechte geen onderzoek verricht naar de invloed van het vrachtverkeer op de verkeersveiligheid. Tevens betoogt de vereniging dat het woon- en leefklimaat van de bewoners van het appartementencomplex onevenredig wordt aangetast door het vrachtverkeer. De raad heeft onvoldoende rekening gehouden met de geluidhinder, aldus de vereniging.

2.3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het stedenbouwkundig plan geen onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan. Volgens de raad is voldoende rekening gehouden met de belangen van omwonenden. Zo zijn maatregelen getroffen om de verkeersveiligheid te bevorderen. Tevens zal handhavend worden opgetreden als de maximale geluidsniveaus van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) ten gevolge van laad- en losactiviteiten worden overschreden. Het plan zal bovendien niet leiden tot een sterke toename van het vrachtverkeer, waardoor de overlast voor omwonenden beperkt is, aldus de raad.

2.3.2. Ten aanzien van de bezwaren van de vereniging tegen de in het stedenbouwkundig plan opgenomen transportroute stelt de Afdeling voorop dat het stedenbouwkundig plan in deze procedure niet ter beoordeling staat, omdat het geen deel uitmaakt van de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan.

Voor zover de vereniging betoogt dat het plandeel met de bestemming "Verkeer" voor de Tak van Poortvlietstraat en de Troelstralaan te smal is voor de afwikkeling van het vrachtverkeer overweegt de Afdeling dat het plandeel met de bestemming "Verkeer" voor de Troelstralaan ten minste veertien meter breed is en voor de Tak van Poortvlietstraat ten minste elf meter breed. Goudappel Coffeng heeft onderzoek verricht naar de bereikbaarheid van de voorziene winkels voor vrachtwagens. Uit de uitkomsten van dit onderzoek die zijn neergelegd in het rapport "Onderzoek bereikbaarheid expeditie Hart van de Wijk", gedateerd 8 april 2010, blijkt niet dat het plandeel met de bestemming "Verkeer" voor de Troelstralaan en de Tak van Poortvlietstraat te smal is. De raad heeft zich derhalve in zoverre in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plandeel met de bestemming "Verkeer" voor de Tak van Poortvlietstraat en de Troelstralaan geschikt is voor de afwikkeling van het vrachtverkeer.

2.3.3. Ten aanzien van de verkeersveiligheid overweegt de Afdeling dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat bij de inrichting van het plangebied maatregelen worden getroffen ten behoeve van de verkeersveiligheid. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de verkeersveiligheid in het plangebied onvoldoende in zijn afweging heeft betrokken.

2.3.4. Ten aanzien van de geluidsoverlast vanwege het vrachtverkeer voor de bevoorrading van de voorziene detailhandel overweegt de Afdeling het volgende.

Om de geluidsbelasting van de woningen in de situatie waarin het plan wordt gerealiseerd ten gevolge van het wegverkeer inzichtelijk te maken is akoestisch onderzoek verricht door het adviesbureau SAB. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport "Akoestisch onderzoek Hart van de Wijk", gedateerd 14 december 2009. Hieruit blijkt dat de gevelbelasting van het appartementencomplex ten gevolge van het wegverkeer op de overige 30 kilometerwegen ten hoogste 51 dB zal bedragen. Dit is meer dan de in de Wgh voor woningen opgenomen voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege wegen waarvoor een hogere maximumsnelheid geldt dan 30 kilometer per uur. De raad heeft in het bestreden besluit noch ter zitting redenen aangevoerd waarom desondanks voor de vrees van de vereniging voor een aantasting van het woon- en leefklimaat ten gevolge van het vrachtverkeer geen aanleiding bestaat.

Voorts heeft de raad onderzoek laten verrichten naar de geluidsbelasting voor de woningen ten gevolge van de winkelbevoorrading. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport "Akoestisch onderzoek winkelbevoorrading Hart van de Wijk Zutphen" van Adviesburo van der Boom, gedateerd 10 december 2009. Uit dit rapport blijkt dat het maximale geluidsniveau vanwege de winkelbevoorrading voor het appartementencomplex 66 dB(A) bedraagt. De maximaal toelaatbare geluidsniveaus van het Activiteitenbesluit ten gevolge van laad- en losactiviteiten worden hierdoor tussen 19:00 en 23:00 uur en tussen 23:00 en 07:00 uur met onderscheidenlijk 1 en 6 dB(A) overschreden. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het laden en lossen niet is beperkt tot de dagperiode tussen 07:00 en 19:00 uur. De enkele stelling van de raad dat bij overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidsniveaus handhavend zal worden opgetreden acht de Afdeling onvoldoende als onderbouwing voor het standpunt dat het woon- en leefklimaat voor de bewoners van het appartementencomplex niet door de winkelbevoorrading van de voorziene detailhandel ernstig wordt aangetast.

Gelet op het voorgaande berust het bestreden besluit, voor zover dat betrekking heeft op de plandelen met de bestemmingen "Centrum-Buurt", "Detailhandel" en "Gemengd", niet op een deugdelijke motivering.

2.3.5. In hetgeen de vereniging heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover dat betrekking heeft op de plandelen "Centrum-Buurt", "Detailhandel" en "Gemengd", niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

Proceskosten

2.4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Zutphen van 25 mei 2010, kenmerk 2010-0082, voor zover het betreft de plandelen met de bestemming "Centrum-Buurt", "Detailhandel" en "Gemengd";

III. gelast dat de raad van de gemeente Zutphen aan de vereniging Vereniging van Eigenaars gebouwencomplex Ruys de Beerenbrouckstraat, Troelstralaan en Tak van Poortvlietstraat te Zutphen het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Broekman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 april 2011

12-683.