Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ1062

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-04-2011
Datum publicatie
13-04-2011
Zaaknummer
201004588/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Oudwijk, Kromme Rijn e.o." vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201004588/1/R2.

Datum uitspraak: 13 april 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Utrecht,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Oudwijk, Kromme Rijn e.o." vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 mei 2010, en [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 mei 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 1] heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 maart 2011, waar [appellant sub 1], [appellant sub 2] en de raad, vertegenwoordigd door J.G.A. Stel, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

Het beroep van [appellant sub 1]

2.1. [appellant sub 1] heeft bezwaar tegen het plandeel met de bestemming "Gemengd - 2" voor zijn pand [locatie] te Utrecht. Hiertoe voert hij aan dat hij ten onrechte wordt beperkt in de gebruiksmogelijkheden van zijn pand ten opzichte van het vorige plan. Hij wenst het pand te gebruiken voor publieksgerichte dienstverlening, zoals een kunstgalerie, een makelaarskantoor of een kantoor voor een binnenhuisarchitect.

2.1.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de bestemming "Gemengd - 2" recht doet aan de gebruiksmogelijkheden ingevolge het vorige plan. Voor zover [appellant sub 1] in de gebruiksmogelijkheden van zijn pand wordt beperkt, is dit overeenkomstig het beleid dat de raad voert ten aanzien van kantoren.

2.1.2. Uit de plankaart van het vorige bestemmingsplan "Abstede" blijkt dat het plandeel voor het perceel van [appellant sub 1] de bestemming "Woondoeleinden: eensgezins- en meergezinshuizen" en de aanduiding "afwijkend gebruik als winkel, kleinbedrijf, kantoor of horecabedrijf" had.

Ingevolge artikel 15, vijfde lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan "Abstede" mocht, indien op de tekening een afwijkend gebruik was toegestaan, uitsluitend de begane grondverdieping of het daaronder gelegen souterrain worden gebruikt als kantoor, winkel, kleinbedrijf of horecabedrijf, met dien verstande dat dit afwijkend gebruik niet was toegestaan als de boven de begane grondverdieping gelegen bouwlaag uitsluitend bereikbaar zou zijn via het kantoor, het kleinbedrijf, de winkel of het horecabedrijf.

Ingevolge artikel 7.1 van de planregels van het bestemmingsplan "Oudwijk, Kromme Rijn e.o.", voor zover van belang, zijn de voor "Gemengd - 2" aangewezen gronden bestemd voor:

a. wonen en in samenhang daarmee het uitoefenen van aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven;

d. zakelijke dienstverlening, uitsluitend op de eerste bouwlaag;

e. cultuur en ontspanning, uitsluitend op de eerste bouwlaag.

Ingevolge artikel 1.40 van de planregels van het bestemmingsplan "Oudwijk, Kromme Rijn e.o." wordt in het plan verstaan onder dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij een onderscheid gemaakt kan worden in:

a. zakelijke dienstverlening: het verrichten van administratieve of daarmee gelijk te stellen werkzaamheden ten behoeve van derden, met daaraan ondergeschikte baliewerkzaamheden;

b. publieksgerichte dienstverlening: dienstverlening door een bedrijf of instelling dat in hoofdzaak baliewerkzaamheden verricht of andere diensten verleent, gericht op het publiek, zoals stomerijen, wasserettes, kappers, pedicures, makelaars, reis- en uitzendbureaus en dergelijke, met uitzondering van belhuizen.

2.1.3. Ten aanzien van het door [appellant sub 1] gewenste gebruik van zijn pand als kunstgalerie en kantoor voor een binnenhuisarchitect overweegt de Afdeling dat de raad ter zitting heeft aangegeven dat deze vormen van gebruik op grond van artikel 7.1 van de planregels zijn toegestaan. In zoverre wordt [appellant sub 1] door het plan niet beperkt in deze door hem gewenste gebruiksmogelijkheden van zijn pand.

Een makelaarskantoor is evenwel op grond van artikel 7.1 van de planregels, gelezen in samenhang met artikel 1.40 van de planregels, niet toegestaan in het pand van [appellant sub 1], terwijl artikel 15, vijfde lid, van de voorschriften van het vorige bestemmingsplan "Abstede" hieraan niet in de weg stond. In zoverre wordt [appellant sub 1] in zijn bestaande planologische rechten beperkt.

Volgens het beleid dat ten grondslag ligt aan het plan is voor kantoren aan de Maliesingel en de Tolsteegsingel een uitsterfregeling van kracht, indien het gebruik van de desbetreffende gronden ten behoeve van het kantoor feitelijk is beëindigd. Dit gemeentelijke beleid komt de Afdeling in zoverre niet onredelijk voor.

Gelet op het voorgaande heeft de raad in zoverre in redelijkheid aan het plandeel voor het perceel van [appellant sub 1] de bestemming "Gemengd - 2" kunnen geven, nu op het perceel van [appellant sub 1] ten tijde van de vaststelling van het plan geen makelaarskantoor was gevestigd.

2.2. Voorts heeft [appellant sub 1] bezwaar tegen de mogelijkheid om op de gronden met de bestemming "Wonen" ten zuiden van zijn pand een (half)verdiepte parkeergarage te realiseren. Hij betoogt dat het plan ten onrechte het gebruik van de parkeergarage niet beperkt tot de bewoners van het hoofdgebouw. Ook is ten onrechte de oppervlakte en de hoogte van een parkeergarage niet beperkt. [appellant sub 1] vreest daarom voor een grote parkeergarage op de gronden achter zijn woning, waardoor zijn woongenot ernstig wordt aangetast. Bovendien leidt het plan tot verkeersonveilige situaties.

2.2.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de parkeergarages ondergeschikt zijn aan de woonbestemming. De garages zijn alleen bedoeld om bewoners de mogelijkheid te geven te parkeren op eigen terrein.

2.2.2. Ingevolge artikel 16.1, aanhef en onder b, van de planregels zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor: (half)verdiepte parkeergarages.

Ingevolge artikel 1.62 van de planregels is een verdiepte parkeergarage een ondergronds gebouw dat maximaal 1,2 meter boven het (straat)peil is gelegen.

2.2.3. De in artikel 16.1, aanhef en onder b, van de planregels mogelijk gemaakte (half)verdiepte parkeergarage is uitdrukkelijk gekoppeld aan de bestemming "Wonen". Voorts heeft de raad ter zitting aangegeven dat de in artikel 1.62 van de planregels opgenomen maximale bouwhoogte van 1,2 meter ook geldt voor halfverdiepte parkeergarages. De vrees van [appellant sub 1] voor de totstandkoming van een grote, niet aan de woonbestemming ondergeschikte, parkeergarage op de gronden achter zijn woning is derhalve ongegrond. Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het woon- en leefklimaat van [appellant sub 1] ernstig wordt aangetast en het plan leidt tot verkeersonveilige situaties.

2.2.4. In hetgeen [appellant sub 1] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

Het beroep van [appellant sub 2]

2.3. [appellant sub 2] betoogt dat het plandeel ten zuiden van het perceel Marislaan 1 met de bestemming "Groen" ten onrechte niet de bestemming "Verkeer-Verblijfsgebied" heeft, nu zich op deze plek een voetpad bevindt. Voorts is het bouwvlak van het perceel Marislaan 1 niet overeenkomstig de feitelijke situatie weergegeven. In het plan is volgens [appellant sub 2] ten onrechte afgeweken van het dwarsprofiel van de plankaart van het vorige plan waar vier meter afstand was voorgeschreven tussen het bouwvlak en de erfgrens van het perceel om het groene karakter van de wijk te behouden.

Voorts voert [appellant sub 2] aan dat het plandeel met de bestemming "Maatschappelijk" en de aanduiding 'kantoor' voor het perceel Israëlslaan 118 ten onrechte niet de bestemming "Kantoor" heeft. Tevens is ten onrechte aan het plandeel voor het perceel Breitnerlaan 22 de bestemming "Gemengd - 2" toegekend, nu het perceel alleen voor woondoeleinden wordt gebruikt.

2.3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het bouwvlak voor het perceel Marislaan 1 niet is verschoven ten opzichte van het vorige plan. Verder is ook voor de bestemming van het plandeel voor het perceel Israëlslaan 118 aangesloten bij het vorige plan. Er zijn volgens de raad geen gewijzigde planologische inzichten die aanleiding geven om de bestaande rechten ter zake te wijzigen. Het plandeel voor het perceel Breitnerlaan 22 heeft de bestemming "Gemengd - 2", omdat ten tijde van de vaststelling van het plan de praktijkruimte op de eerste bouwlaag van het pand aan Breitnerlaan 22 werd verhuurd aan een derde.

2.3.2. Ingevolge artikel 8.1, eerste lid, onder b, van het bestemmingsplan "Oudwijk, Kromme Rijn e.o." zijn de voor "Groen" aangewezen gronden onder meer bestemd voor:

a. groenvoorzieningen, gazons en beplanting;

b. voet- en fietspaden.

Blijkens de plankaart van het bestemmingsplan "Eerste herziening uitbreidingsplan Krommerijn I" had het plandeel voor het perceel Israëlslaan 118 de bestemming "Bijzondere Bebouwing". Ingevolge artikel 18 van de planvoorschriften van dit bestemmingsplan mochten op de gronden bestemd voor "Bijzondere Bebouwing" uitsluitend gebouwen bestemd voor de openbare dienst, kerken, scholen, wijkgebouwen, theaters, kantoorgebouwen, ziekenhuizen, bejaardentehuizen en soortgelijke gebouwen met bijbehorende voorzieningen worden opgericht.

Ingevolge artikel 9.1 van de planregels van het bestemmingsplan "Oudwijk, Kromme Rijn e.o.", voor zover van belang, zijn de voor "Kantoor" aangewezen gronden bestemd voor:

a. kantoren.

2.3.3. Het betoog van [appellant sub 2] dat het plandeel ten zuiden van het perceel Marislaan 1 met de bestemming "Groen" de bestemming "Verkeer-Verblijfsgebied" moet krijgen treft naar het oordeel van de Afdeling geen doel, nu de voor "Groen" aangewezen gronden tevens zijn bestemd voor voetpaden.

Zoals de Afdeling reeds eerder heeft overwogen in de uitspraak van 15 december 2010 in zaak nr. 201004709/1/H1 komt aan de aanduiding van de dwarsprofielen op de plankaart van het vorige plan geen bindende betekenis toe, omdat de planvoorschriften geen bepaling bevatten omtrent deze aanduiding. Voorts heeft het bouwvlak voor het perceel Marislaan 1 in het te beoordelen plan dezelfde omvang als in het vorige plan. Het betoog van [appellant sub 2] dat het plan leidt tot aantasting van het groene karakter van de wijk kan dan ook niet slagen. Voor zover [appellant sub 2] ter zitting heeft betoogd dat om het groene karakter van de wijk te behouden de bestemming "Groen" moet grenzen aan het bouwvlak van het perceel Marislaan 1 treft dit betoog geen doel, omdat de voor "Groen" aangewezen gronden niet alleen zijn bestemd voor groenvoorzieningen.

2.3.4. Ten aanzien van het perceel Israëlslaan 118 wordt overwogen dat zowel in het bestemmingsplan "Eerste herziening uitbreidingsplan Krommerijn I" als in het te beoordelen plan op het plandeel voor het perceel Israëlslaan 118 onder meer scholen en kantoren zijn toegestaan. Het voldoen aan het verzoek van [appellant sub 2] om het plandeel voor het perceel Israëlslaan 118 de bestemming "Kantoor" te geven zou een inperking van de bestaande planologische rechten betekenen, nu de voor "Kantoor" aangewezen gronden niet zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, zoals scholen. [appellant sub 2] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de raad ten onrechte het plandeel voor het perceel Israëlslaan 118 de bestemming "Maatschappelijk" heeft gegeven.

2.3.5. De raad heeft aan de toekenning van de bestemming "Gemengd - 2" aan het plandeel voor het perceel Breitnerlaan 22 ten grondslag gelegd dat ten tijde van de vaststelling van het plan de praktijkruimte op de eerste bouwlaag van het pand aan Breitnerlaan 22 werd verhuurd aan een derde. [appellant sub 2] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Gelet hierop heeft de raad in redelijkheid aan het plandeel voor Breitnerlaan 22 de bestemming "Gemengd - 2" kunnen toekennen. Dat het pand aan Breitnerlaan 22 wellicht wordt gebruikt voor kamerverhuur geeft geen aanleiding voor een ander oordeel, omdat de voor "Gemengd 2" aangewezen gronden ook kamerverhuur toelaten.

2.3.6. In hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

Proceskosten

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Broekman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 april 2011

12-683.