Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ1054

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-04-2011
Datum publicatie
13-04-2011
Zaaknummer
201006957/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 april 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Glastuinbouwgebied Het Grootslag 2003, eerste partiële herziening 2009" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/670
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201006957/1/R1.

Datum uitspraak: 13 april 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Andijk, thans Medemblik,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Glastuinbouwgebied Het Grootslag 2003, eerste partiële herziening 2009" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 juli 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 februari 2011, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door mr. W. Smak, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar als partij gehoord de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Grootslag beheer B.V., vertegenwoordigd door mr. J. de Graaf, werkzaam bij Catch Legal, en [directeur].

2. Overwegingen

2.1. [appellant] richt zich in beroep tegen artikel 16, aanhef en onder b, van de planregels voor zover het hierdoor mogelijk wordt om sloten met 2 meter door demping te versmallen. Hij voert aan dat de ontheffingsbevoegdheid te verstrekkende mogelijkheden biedt mede door het ontbreken van een lengtelimiet. [appellant] betoogt voorts dat de watertoets ontoereikend is, omdat uit de waterparagraaf in de toelichting van het plan niet blijkt dat rekening is gehouden met de mogelijke demping van sloten. Verder voert hij aan dat ten onrechte een verplichting ontbreekt om een wateradvies te vragen en een voorwaarde waarmee de waterkwaliteit wordt gewaarborgd. Ten slotte betoogt [appellant] dat het versmallen van de sloot door demping ter plaatse van zijn perceel zal leiden tot aantasting van de kwaliteit van het slootwater, dat hij gebruikt als gietwater voor zijn gewassen.

2.2. De raad stelt zich op het standpunt dat het hier een algemene ontheffingsregel betreft, waarbij aan het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid is gegeven om voor een praktische uitvoering van het plan, onder voorwaarden en tot genoemde maten, van het plan af te wijken. Omdat vooraf niet bekend is in welke gevallen, waar, wanneer of in welke mate een dergelijke flexibiliteit in de toepassing van de planregels gewenst is, is het instrument van de algemene ontheffingsregel gebruikt. De ontheffing maakt het immers mogelijk om per concreet geval tot een op de betreffende situatie afgestemd besluit te komen.

Voorts stelt de raad zich op het standpunt dat de mogelijkheid om een sloot een aangepast beloop te geven altijd wordt vergezeld door de keurontheffing die de waterbeheerder dient af te geven. Hiermee zijn de waterstaatsbelangen afdoende gewaarborgd.

2.3. Blijkens de verbeelding van het plan heeft ter plaatse van de sloot langs de Kadijkweg 28 geen herziening van de bij het bestemmingsplan "Glastuinbouwgebied Het Grootslag 2003" toegekende bestemming plaatsgevonden. Wel is artikel 16 van de bij dit bestemmingsplan behorende voorschriften herzien.

2.4. Ingevolge artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro), zoals dit luidde ten tijde van belang, kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat het college van burgemeester en wethouders, met inachtneming van de bij het plan te geven regels, ontheffing kan verlenen van bij het plan aan te geven regels.

Ingevolge artikel 16, aanhef en onder b, van de planregels kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van het in het plan bepaalde voor het in geringe mate afwijken van een vastgesteld onderdeel van de grens, inrichting of het profiel van een sloot of een weg, of de vorm van een plein en van de dienovereenkomstig vastgestelde vorm van de voor bebouwing bestemde gronden, indien bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt dat deze afwijking in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan redelijk, gewenst of noodzakelijk is en de afwijking in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan redelijk, gewenst of noodzakelijk is en de afwijking ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer bedraagt dan 2 meter.

Aan de sloten in het gebied van het bestemmingsplan "Glastuinbouwgebied Het Grootslag 2003" en in het plangebied is de bestemming "Water (W)" toegekend.

Ingevolge artikel 10, eerste lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan zijn de voor "Water (W)" aangewezen gronden bestemd voor water met de voor de waterhuishouding en het verkeer in en over het water noodzakelijke bouwwerken.

2.5. Onder verwijzing naar de uitspraak van 26 januari 2011, in zaak nr. 201000105/1/R1, overweegt de Afdeling dat met artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wro wordt beoogd het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven op ondergeschikte onderdelen van het plan af te wijken.

Het voorgaande betekent dat de in een bestemmingsplan vervatte ontheffingsregeling er niet toe kan strekken dat het college van burgemeester en wethouders ontheffing kan verlenen van de in de verbeelding aangegeven bestemmingen. Een ontheffingsregeling mag evenmin tot effect hebben dat de bestemming van gronden wordt gewijzigd. Voor het wijzigen van een bestemming is toepassing van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro het geëigende instrument.

2.6. De Afdeling overweegt dat met de in artikel 16, aanhef en onder b, van de planregels opgenomen ontheffingsbevoegdheid wordt beoogd het college van burgemeester en wethouders een handvat te geven ter oplossing van gevallen waarin de feitelijke situatie afwijkt van onder meer de op de verbeelding aangegeven bestemmingsgrens voor zover het gaat om een geringe afwijking. Voorop staat derhalve een aanpassing aan de feitelijke situatie. De toepassing van de ontheffingsbevoegdheid heeft echter duidelijk de betekenis van een afwijking van de op de plankaart of de verbeelding aangegeven bestemming "Water (W)". Door toepassing van de ontheffingsbevoegdheid kan onder meer de aanleg van een berm door demping van het water worden toegestaan. Gelet op de totale lengte van de in het gebied van het bestemmingsplan "Glastuinbouwgebied Het Grootslag 2003" en in het plangebied aanwezige sloten en de afwijkingsmaat van 2 meter kan toepassing van de bevoegdheid niet als ondergeschikt worden aangemerkt.

2.7. Gelet op het vorenstaande is de zinsnede "een sloot of" in artikel 16, aanhef en onder b, van de planregels in strijd met artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wro. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit dient in zoverre te worden vernietigd. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer.

2.8. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Andijk van 22 april 2010, voor zover het betreft de zinsnede "een sloot of" in artikel 16, aanhef en onder b, van de planregels;

III. gelast dat de raad van de gemeente Andijk aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 april 2011

270-649.