Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BQ1026

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-04-2011
Datum publicatie
13-04-2011
Zaaknummer
201101194/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 november 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Gouweknoop" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201101194/2/R1.

Datum uitspraak: 5 april 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekers], wonend te Zevenhuizen, gemeente Zuidplas,

en

de raad van de gemeente Zuidplas,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Gouweknoop" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 januari 2011, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 januari 2011, hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 maart 2011, waar [verzoeker A], bijgestaan door mr. A.P. Cornelissen, advocaat te Middelharnis, en de raad, vertegenwoordigd door mr. R. van den Bosch en A. de Vries, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Ter zitting zijn buiten bezwaren van partijen nadere stukken in het geding gebracht.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in een infrastructurele verbinding tussen de nieuwe afritten van de snelweg A20 en de parallelle verbinding langs de A12, de zogenoemde Moordrechtboog, en maakt ten behoeve van het Boogpark landschaps- en natuurontwikkeling en waterberging mogelijk.

2.3. Ter zitting hebben [verzoekers] hun verzoek beperkt tot de gronden waarop hun varkenshouderij ligt.

2.4. [verzoekers] betogen dat hun varkenshouderij ten onrechte niet als zodanig is bestemd in het plan, zodat geen omgevingsvergunningen kunnen worden verleend. Dit klemt te meer nu met ingang van 1 januari 2013 op grond van het Varkensbesluit strengere huisvestingseisen zullen gaan gelden. Om te zijner tijd aan die eisen te kunnen voldoen, dienen de stallen te worden verbouwd, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Gelet hierop kan de uitspraak in de bodemprocedure niet worden afgewacht en is sprake van spoedeisend belang, aldus [verzoekers].

2.5. Aan de gronden voor de varkenshouderij is, voor zover hier van belang, de bestemming "Agrarisch met waarden" met een bouwvlak toegekend.

Ingevolge artikel 3, lid 3.1.1, van de planregels, voor zover hier van belang, zijn deze gronden bestemd voor agrarische bedrijfsvoering, waarbij, voor zover thans van belang, uitsluitend agrarische bedrijven zijn toegestaan als bedoeld in artikel 1, lid 1.6.2 (veehouderij).

Ingevolge artikel 1, lid 1.6.2, wordt onder veehouderij verstaan het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond.

2.6. [verzoekers] hebben ter zitting toegelicht dat hun varkens in stallen worden gehouden en geen buitenruimte hebben. Er is aldus geen sprake van het houden van vee geheel of nagenoeg geheel op open grond, zodat de varkenshouderij niet onder de begripsbepaling van artikel 1, lid 1.6.2 van de planregels valt en derhalve niet als zodanig is bestemd. Schorsing van het plandeel brengt daarin geen verandering, omdat ook onder het vorige plan de varkenshouderij niet als zodanig was bestemd.

2.7. Om aan de wens van [verzoekers] tegemoet te komen, dient een voorlopige voorziening te worden getroffen inhoudende dat vooruitlopend op de bodemprocedure dient te worden gehandeld als ware de varkenshouderij als zodanig bestemd. Een voorlopige voorziening die daarin voorziet acht de voorzitter te verstrekkend. De uitspraak van de Afdeling in de bodemprocedure zal doorgaans niet strekken tot het zelfvoorziend vaststellen van een plandeel zoals door [verzoekers] gewenst. Van uitzonderlijke omstandigheden welke nopen tot een andere conclusie is niet gebleken.

2.8. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Gerkema, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Gerkema

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 april 2011

472-655.