Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP9542

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-03-2011
Datum publicatie
30-03-2011
Zaaknummer
201007423/1/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 juni 2010 heeft het college hogere waarden als bedoeld in artikel 83 van de Wet geluidhinder en artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege onderscheidenlijk het wegverkeer en het railverkeer vastgesteld voor een aantal in het kader van het bouwproject Nijrees Noord te bouwen woningen aan de Nijreesweg en de Nijreesdwarsweg te Almelo.

Wetsverwijzingen
Wet geluidhinder
Wet geluidhinder 83
Besluit geluidhinder
Besluit geluidhinder 4.10
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/408
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201007423/1/M2.

Datum uitspraak: 30 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de stichting Stichting Nijreesweg?!, gevestigd te Almelo,

appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Almelo,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 juni 2010 heeft het college hogere waarden als bedoeld in artikel 83 van de Wet geluidhinder en artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege onderscheidenlijk het wegverkeer en het railverkeer vastgesteld voor een aantal in het kader van het bouwproject Nijrees Noord te bouwen woningen aan de Nijreesweg en de Nijreesdwarsweg te Almelo.

Tegen dit besluit heeft de Stichting Nijreesweg?! bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 juli 2010, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 februari 2011, waar de Stichting Nijreesweg?!, vertegenwoordigd door mr. F.F. Scheffer, advocaat te Deventer, en het college, vertegenwoordigd door J.T.M. Rouweler en L. Snellenberg, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. M.H. Blokvoort, advocaat te Enschede, als partij gehoord.

2. Overwegingen

Belanghebbendheid van de Stichting Nijreesweg?!

2.1. [belanghebbende] betoogt dat de Stichting Nijreesweg?! geen belanghebbende is bij het bestreden besluit en dat haar beroep om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

2.1.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder een belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge het derde lid worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

2.1.2. Bij bestreden besluit heeft het college hogere geluidgrenswaarden vastgesteld ten behoeve van het bouwproject Nijrees Noord dat onder meer voorziet in de bouw van een aantal woningen op percelen aan de Nijreesweg en de Nijreesdwarsweg in Almelo. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 27 mei 2009 in zaak nr. 200805817/1) zijn bij zo'n besluit rechtstreeks de belangen betrokken van iedere persoon die door de realisering van de voorgenomen activiteit rechtstreeks in zijn belangen wordt geraakt.

2.1.3. In de statuten van de Stichting Nijreesweg?! staat dat zij ten doel heeft het opkomen voor de belangen van burgers woonachtig in en rond het gebied Nijrees Noord te Almelo, het bevorderen van, het toezien op en de handhaving van de naleving van de regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, natuurwetgeving en milieuwetgeving, en de bescherming en het verbeteren van natuur, landschap, ruimtelijke ordening en milieu en het streven naar behoud van het cultureel en natuurlijk erfgoed en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

2.1.4. Ter zitting is de Stichting Nijreesweg?! ingegaan op haar feitelijke werkzaamheden. De activiteiten ter behartiging van de belangen van de burgers woonachtig in en rond het gebied Nijrees Noord te Almelo betreffen onder meer het - reeds gedurende elf jaar - meedenken en het daartoe voeren van overleg met de gemeente over de inrichting van de zogenoemde Weezebeekzone en de Nijreessingel, onder meer in het licht van het zogenoemde Masterplan voor het desbetreffende gebied. De Afdeling overweegt dat het hierbij ook gaat om werkzaamheden die los staan van juridische procedures of de voorbereiding daarvan.

2.1.5. De Afdeling is gezien de statutaire doelstelling en de feitelijke werkzaamheden van oordeel dat de Stichting Nijreesweg?! door het bestreden besluit rechtstreeks wordt getroffen in een belang - kort gezegd onder meer het bevorderen van het woon- en leefklimaat in en rond het gebied Nijrees Noord te Almelo - dat zij in het bijzonder behartigt. Gelet hierop kan de Stichting Nijreesweg?! worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb.

Wettelijk kader

2.2. Uit artikel 110a, eerste lid, van de Wet geluidhinder volgt dat burgemeester en wethouders binnen de grenzen van de gemeente bevoegd zijn tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.

Uit het vijfde lid volgt dat het college slechts toepassing kan geven aan de in het eerste lid van dit artikel toegekende bevoegdheid tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege de weg, van de gevel van de betrokken woningen tot de hoogste toelaatbare geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiƫle aard.

Grenzen van het geding

2.3. Bij het bestreden besluit heeft het college toepassing gegeven aan de hem op grond van artikel 110a, eerste lid, van de Wet geluidhinder toekomende bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting ter plaatse van woningen.

Voor zover de Stichting Nijreesweg?! zich in haar beroep richt op aspecten die de ruimtelijke ordening betreffen, zoals de zogenoemde "Handreiking en beoordeling ruimtelijke plannen" die is vastgesteld door het college van gedeputeerde staten van Overijssel, kunnen die niet aan de orde komen.

Representativiteit van het akoestisch onderzoek

2.4. De Stichting Nijreesweg?! betoogt dat het akoestisch onderzoek dat ten grondslag ligt aan het bestreden besluit niet representatief is. Zij voert hiertoe aan dat het akoestisch onderzoek dateert van 2007 en dat een recente aanvulling ontbreekt. Daarnaast stelt de Stichting Nijreesweg?! dat medio 2015 een verdubbeling van het goederenvervoer over het spoor wordt verwacht en dat deze ontwikkeling ten onrechte niet in het akoestisch onderzoek is meegenomen. Voorts voert de Stichting Nijreesweg?! aan dat onlangs is gebleken dat het stille asfalt van de Nijreessingel waarmee in het akoestisch onderzoek is gerekend in de praktijk ongeschikt is en zal moeten worden vervangen.

2.4.1. Wat betreft de toename van het goederenvervoer over het spoor en de akoestische effecten daarvan stelt het college zich op het standpunt dat daarover ten tijde van het nemen van het bestreden besluit geen duidelijkheid bestond, zodat daarmee geen rekening kon worden gehouden. De Afdeling ziet geen aanleiding om aan de juistheid van dit standpunt - en aan de juistheid van het akoestisch onderzoek op dit punt - te twijfelen.

Het college heeft ter zitting beaamd dat het stille asfalt van de Nijreessingel in de winter van 2009/2010 beschadigd is geraakt en zal moeten worden vervangen. Dat maakt op zichzelf niet dat het college niet heeft mogen uitgaan van het akoestisch onderzoek waarin rekening is gehouden met de geluidreducerende eigenschappen van het desbetreffende wegdek. Overigens heeft het college ter zitting verklaard dat het stille asfalt van de Nijreessingel zal worden vervangen door een wegdek met dezelfde kwaliteiten.

De Stichting Nijreesweg?! heeft verder haar stelling dat het akoestisch onderzoek vanwege het ontbreken van een recente aanvulling niet representatief is, niet nader geconcretiseerd. Er is dan ook geen aanleiding om haar in die stelling te volgen.

De beroepsgrond faalt.

Maatregelen in de zin van artikel 110a, vijfde lid, van de Wet geluidhinder

2.5. De Stichting Nijreesweg?! voert aan - zo begrijpt de Afdeling haar betoog - dat de afweging van het college over het toepassen van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer, ondeugdelijk is. De Stichting Nijreesweg?! voert hiertoe onder meer aan dat langs de Nijreessingel een geluidafschermende aarden wal moet worden aangelegd. De keuze voor de realisering van een stedelijke wand van bebouwing met dove gevels aan de Nijreessingel verdraagt zich volgens haar niet met het Masterplan Almelo. Het ligt volgens haar evenmin voor de hand om de bestaande geluidschermen te verwijderen.

2.5.1. Wat het toepassen van bronmaatregelen betreft heeft het college aan het vaststellen van de hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Nijreessingel ten grondslag gelegd dat op deze weg reeds stil asfalt is aangelegd. Het verminderen van de verkeersintensiteit op deze weg stuit volgens het college op bezwaren van verkeerskundige aard aangezien het een hoofdweg betreft.

Wat het toepassen van overdrachtsmaatregelen betreft heeft het college overwogen dat een geluidscherm langs de Nijreessingel stuit op bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het college beaamt dat in het Masterplan Almelo - een richtinggevend plan voor de stedelijke ontwikkeling - niet expliciet is voorzien in een zogenoemde stedelijke wand langs de Nijreessingel. Het college overweegt dat het Masterplan voor de Nijreessingel een statige stadssingel als eindbeeld heeft en dat daarin verder onder meer is opgenomen dat de infrastructuur minder dominant moet worden. Het past volgens het college in dit beeld om laanbeplanting en bebouwingswanden zonder geluidschermen en wallen te realiseren. Er is daarom voor gekozen om het bestaande geluidsscherm langs de Nijreessingel te verwijderen en de daar op te richten bebouwing te voorzien van dove gevels aan de zijde van de Nijreessingel. Daarbij is het uitgangspunt dat die nieuwe bebouwing de functie van het bestaande geluidscherm ter bescherming tegen geluidhinder vanwege het wegverkeer op de Nijreessingel van de achterliggende bestaande - en nieuw te bouwen - woningen overneemt. De bestaande geluidschermen zullen niet eerder verwijderd worden, dan nadat de desbetreffende bebouwing is gerealiseerd.

2.5.2. De Stichting Nijreesweg?! heeft naar het oordeel van de Afdeling niet aannemelijk gemaakt dat het college onvoldoende heeft onderzocht of toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer van de gevel van de betrokken woningen tot de hoogste toelaatbare geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiƫle aard. Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen aanleiding is voor toepassing van nadere maatregelen. Er is dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat het college in zoverre geen toepassing heeft mogen geven aan zijn bevoegdheid om hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vast te stellen.

Deze beroepsgrond faalt.

Slotoverwegingen

2.6. Het beroep is ongegrond.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter,en drs. W.J. Deetman en mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, leden,in tegenwoordigheid van mr. W.G. Timmerman, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Timmerman

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2011

431-684.