Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP9539

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-03-2011
Datum publicatie
30-03-2011
Zaaknummer
201002895/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 januari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Drakenburgergracht-Zorg" (hierna: het plan) vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2011/229 met annotatie van A.G.A. Nijmeijer
JOM 2011/360
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201002895/1/R2.

Datum uitspraak: 30 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de stichting Stichting Dudok Wonen, gevestigd te Hilversum,

appellante,

en

de raad van de gemeente Baarn,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 januari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Drakenburgergracht-Zorg" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Dudok Wonen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 maart 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Dudok Wonen heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 december 2010, waar Dudok Wonen, vertegenwoordigd door mr. C.A.H. van de Sanden, advocaat te Rotterdam, en de raad, vertegenwoordigd door mr. E.J. Zorgdrager en ing. M. Hepp-Jansen, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Dudok Wonen kan zich niet verenigen met het plandeel met de bestemming "Maatschappelijk-Zorg" voor de gronden waarop het project Namasté ziet.

Dudok Wonen voert hiertoe allereerst aan dat de bestemming "Maatschappelijk-Zorg" niet in overeenstemming is met het bestaand legale gebruik van de gronden en de in 2006 verleende vrijstelling en bouwvergunning. In dit kader wijst zij op de bouwaanvraag van 15 juli 2005 waarin staat dat de zogenoemde Namasté-gebouwen in de toekomst ook voor wonen zullen worden gebruikt.

Voorts betoogt Dudok Wonen dat voor de raad kenbaar was dat Dudok Wonen ten allen tijde heeft beoogd de appartementen ook voor niet zorggelieerde doeleinden te verhuren. Zij wijst daarbij op de brieven van 7 augustus 2008 en 17 maart 2009. Verder vreest zij voor leegstand indien de woningen niet worden opengesteld voor de vrije verhuur. Tevens voert Dudok Wonen aan dat het plan ten onrechte voorschrijft welke personen in de appartementen mogen wonen. Dudok Wonen acht een dergelijke planregel niet ruimtelijk aanvaardbaar.

Ten slotte doet Dudok Wonen een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Zij wijst in dit kader op het ontwerpbestemmingsplan "Drakenburgergracht" waarin aan vergelijkbare zorgwoningen de bestemming "Wonen" is toegekend.

2.2. De raad stelt zich op het standpunt dat de appartementen in het relevante deel van het plangebied uitsluitend voor zorggelieerd wonen mogen worden gebruikt. Aangezien het vorige bestemmingsplan ter plaatse ook slechts zorggelieerd wonen toestond is er geen sprake van legaal bestaand gebruik in de vorm van wonen, aldus de raad.

Uit de bij besluit van 29 maart 2006 verleende bouwvergunning en de daaraan ten grondslag liggende stukken blijkt volgens de raad dat de woningen uitsluitend zijn bedoeld voor zorggelieerd wonen. Derhalve stelt de raad zich op het standpunt dat voor Dudok Wonen kenbaar diende te zijn dat het gebruik van woningen ten behoeve van niet zorggelieerd wonen ter plaatse niet was toegestaan. Eventuele leegstand van de gebouwen wordt ondervangen doordat de planregels toestaan dat ook familieleden van cliënten gebruik kunnen maken van de zorggerelateerde woningen, aldus de raad.

2.3. Ingevolge artikel 6.1., aanhef en onder b tot en met d, van de planregels, zijn de voor "Maatschappelijk-Zorg" aangewezen gronden bestemd voor zorgwoningen, zorggerelateerde woningen en huisvesting van personeel.

Ingevolge artikel 1, onder 36, van de planregels is een zorggerelateerde woning een gebouw of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van familieleden van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven.

Ingevolge artikel 1, onder 37, is een zorgwoning een gebouw of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven.

2.3.1. Op 7 maart 2006 heeft het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht een verklaring van geen bezwaar afgegeven voor het bouwen van drie appartementengebouwen ten behoeve van gehandicapte cliënten en zorggerelateerde appartementen.

Bij besluit van 21 maart 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarn vrijstelling verleend voor de bouw van het appartementencomplex Namasté. De daaraan ten grondslag gelegde ruimtelijke onderbouwing van 9 maart 2005 vermeldt dat het bouwplan bestaat uit drie bouwblokken, elk in twee en drie bouwlagen. Op de begane grond is plaats voor twee groepen van zes ernstig en meervoudig gehandicapte cliënten. Daarnaast worden in elk bouwblok 18 appartementen gerealiseerd die zorggerelateerd zijn.

Bij besluit van 29 maart 2006 is een bouwvergunning verleend voor het plaatsen van drie appartementengebouwen. In genoemd besluit wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing van 9 maart 2005.

2.3.2. Uit de bouwvergunning van 29 maart 2006, in samenhang bezien met de daaraan ten grondslag liggende stukken, volgt naar het oordeel van de Afdeling dat een bouwvergunning is verleend voor de bouw van zorggelieerde woningen op de in het geding zijnde gronden. Voorts is niet gebleken dat de woningen thans in gebruik zijn voor niet zorggelieerde doeleinden. Derhalve heeft de raad zich naar het oordeel van de Afdeling terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van bestaand legaal gebruik van de woningen voor niet zorggelieerde doeleinden. Voorts merkt de Afdeling op dat blijkens het verhandelde ter zitting onder het vorige plan uitsluitend gebruik van de woningen door gehandicapte cliënten en hun professionele zorgverleners was toegestaan. Nu het onderhavige plan echter ook bewoning door familieleden van gehandicapte cliënten toelaat, biedt het onderhavige plan in zoverre reeds een verruiming ten opzichte van het vorige plan.

2.3.3. Ingevolge artikel 6.1, aanhef en onder b, in samenhang bezien met artikel 1, onder 37, van de planregels zijn de zorgwoningen bestemd voor personen die niet zelfstandig kunnen wonen en geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven. Gezien de onzelfstandige aard van deze woonvorm kan reeds hierom de ruimtelijke relevantie van deze planregels niet worden ontzegd.

Voor zover het plan ingevolge artikel 6.1., aanhef en onder d, van de planregels huisvesting van personeel ter plaatse mogelijk maakt, heeft de raad van belang kunnen achten dat het gaat om personen wier huisvesting functioneel is ten behoeve van de zorgwoningen. Deze woonvormen onderscheiden zich van een algemene woonbestemming. Voor zover de raad de gronden voor deze functie heeft willen bestemmen heeft hij dan ook niet tevens een algemene woonbestemming voor deze gronden hoeven opnemen.

Voor zover ingevolge artikel 6.1, aanhef en onder c, en artikel 1, onder 36, van de planregels de gronden tevens zijn bestemd voor zorggerelateerde woningen die uitsluitend bewoond mogen worden door familieleden van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven, overweegt de Afdeling als volgt. Gezien de ruimtelijke relevantie van de planregels inzake de zorgwoningen en in aanmerking genomen de nauwe relatie waarin familieleden staan tot de personen ten behoeve van wie de zorgwoningen dienen, heeft de raad de beperking van de bewoning van zorggerelateerde woningen in de hiervoor genoemde zin eveneens op goede gronden ruimtelijk relevant geacht.

2.3.4. Ten aanzien van de door Dudok Wonen gemaakte vergelijking met de in het ontwerpplan "Drakenburgergracht" toegekende bestemming aan de naastgelegen gronden wordt overwogen dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat deze situatie verschilt van de aan de orde zijnde situatie. Ter zitting heeft de raad nader toegelicht dat zowel het onderhavige plangebied als de gronden waarop het ontwerpplan "Drakenburgergracht" betrekking heeft buiten de rode contour zijn gelegen, zodat nieuwbouw slechts is toegestaan als andere reeds bestaande gebouwen worden afgebroken en hiervoor minder woonoppervlakte in de plaats komt. Hiervan is in het onderhavige geval, anders dan in het ontwerpplan "Drakenburgergracht", geen sprake. Voorts heeft de raad ter zitting naar voren gebracht dat de in het ontwerpbestemmingsplan "Drakenburgergracht" opgenomen ontwikkeling samenhangt met de verbinding en versterking van twee natuurgebieden.

In hetgeen Dudok Wonen heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de door Dudok Wonen genoemde situatie niet overeenkomt met de thans aan de orde zijnde situatie.

2.3.5. In hetgeen Dudok Wonen heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.F.W. Tuit, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Tuit

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2011

425-677.