Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP8737

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-03-2011
Datum publicatie
23-03-2011
Zaaknummer
201000557/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 oktober 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Noordwesttangent, gedeelte Dalem Zuid-Vossenberg West" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2012/4838
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201000557/1/R3.

Datum uitspraak: 23 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Tilburg,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 oktober 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Noordwesttangent, gedeelte Dalem Zuid-Vossenberg West" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 januari 2010, en [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 januari 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 januari 2010, waar [appellant sub 2], in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door mr. L van Grinsven en ir. W. Hoogveld, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellant sub 2] heeft ter zitting een pleitnota en een aantal bijlagen overgelegd. Zoals ter zitting is medegedeeld, zal de Afdeling deze bijlagen, mede gelet op artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht, wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing laten. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, gelet op de omvang en aard van de bijlagen, het voor de raad niet mogelijk was ter zitting op passende wijze te reageren en een zinvolle bespreking ter zitting niet mogelijk was.

2.2. Het plan biedt het planologisch-juridische kader om het deel Dalem Zuid-Vossenberg West van de zogenoemde rondweg Noordwesttangent aan te leggen. Dit deel wordt gedeeltelijk gerealiseerd binnen de groene hoofdstructuur (hierna: GHS) als bedoeld in de "Interimstructuurvisie Noord-Brabant, Brabant in ontwikkeling" (hierna: de Interimstructuurvisie).

2.3. [appellant sub 1] voert aan dat volgens het rijks- en provinciaal beleid natuurgebieden zoveel mogelijk dienen te worden ontzien en dat deze weg slechts kan worden gerealiseerd bij zwaarwegende belangen. Er bestaat volgens hem echter geen noodzaak om deze weg te realiseren. De wijk Reeshof is immers al in zuidelijke en noordelijke richting ontsloten, aldus [appellant sub 1].

2.3.1. De raad stelt dat de aan te leggen Noordwesttangent de voltooiing vormt van de ring rondom Tilburg. Door de beoogde weg zal volgens hem de bereikbaarheid van de bedrijventerreinen aan de noordzijde van Tilburg en van de woonwijk Reeshof en de bereikbaarheid van en de leefbaarheid in andere delen van de stad verbeteren en zal de druk op het bestaande ringbanenstelsel worden verminderd.

2.3.2. Volgens de Interimstructuurvisie is de aanleg van niet-recreatieve infrastructuur in het buitengebied in de GHS in beginsel niet toegestaan. Voor deze gebieden geldt voor een toename van het stedelijk ruimtebeslag het "nee, tenzij-principe". De "Paraplunota ruimtelijke ordening" (hierna: de Paraplunota) vormt een concretisering van de algemene uitgangspunten uit de Interimstructuurvisie. Volgens de Paraplunota is een uitbreiding van het stedelijk ruimtebeslag door de aanleg van niet-recreatieve infrastructuur toegestaan, indien daar zwaarwegende maatschappelijke belangen aan ten grondslag liggen. Onder zwaarwegende maatschappelijke belangen worden volgens de Paraplunota onder andere belangen verstaan die worden gediend door de aanleg van (inter)nationale provinciale en regionale infrastructuur.

2.3.3. Volgens de bij het plan behorende "Kadertoelichting Noordwesttangent" is er sprake van een sterke groei van het lokale en regionale autoverkeer, waardoor de bestaande hoofdbanen overvol raken. Om ruimte te creëren voor het verkeer in de stad dient het verkeer met een bovenlokale bestemming te worden verplaatst naar nieuwe wegen buiten de ringbanen, de tangenten. De Noordwesttangent is gericht op het vergroten van de bereikbaarheid en daarmee de leefbaarheid van Tilburg. [appellant sub 1] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de voorziene infrastructurele maatregelen niet noodzakelijk zijn. Gelet hierop bestaat er geen aanleiding voor het oordeel dat de voltooiing van de ringweg rondom Tilburg door middel van de beoogde weg niet noodzakelijk is en heeft de raad in redelijkheid een zwaarwegend belang kunnen aannemen. Het betoog faalt.

2.4. [appellant sub 2] stelt dat de natuurcompensatie had kunnen en derhalve moeten plaatsvinden in een aaneengesloten gebied binnen Lange Rekken. Het gemeentebestuur heeft volgens hem onvoldoende inspanning verricht om de hiervoor vereiste gronden te verwerven. Een eigen plan van de agrariërs binnen Lange Rekken is ten onrechte afgewezen.

Verder stellen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] dat de voorziene natuurcompensatiemaatregelen ontoereikend zijn. Het gebied Lange Rekken kan volgens [appellant sub 1] niet dienen als compensatie, omdat het gemeentebestuur van Gilze en Rijen niet voornemens is om het gebied te bestemmen als natuurgebied. Verder voeren zij aan dat het compensatiegebied ten noorden van het Wilhelminakanaal niet geschikt is als foerageergebied voor de Taigarietgans. Dit blijkt volgens [appellant sub 1] uit het in opdracht van het gemeentebestuur verrichte onderzoek van bureau Coördinaat.

Voorts stelt [appellant sub 2] dat niet gewaarborgd is dat de benodigde natuurcompensatie daadwerkelijk plaats zal vinden en hiermee een aanvang wordt gemaakt voor de aanleg van de weg. In verband hiermee voert hij aan dat de al eerder voor de realisering van het bestemmingsplan "Dalem Noord" benodigde natuurcompensatie nog niet is voltooid.

2.4.1. De raad stelt dat hij zich in eerste instantie richtte op het verwerven van alle gronden voor natuurcompensatie binnen Lange Rekken. Na onderhandelingen met de grondeigenaren is volgens de raad gebleken dat het niet mogelijk is om de benodigde gronden in een aaneengesloten gebied binnen Lange Rekken te verwerven.

De gronden in de gemeente Gilze en Rijen hebben volgens de raad al een passende bestemming. Verder stelt hij dat de gronden ten noorden van het kanaal niet bedoeld zijn voor de Taigarietgans.

De raad neemt het standpunt in dat de uitvoering van het compensatieplan na de voltooiing van de aanleg van de Noordwesttangent mag worden gestart.

2.4.2. Volgens de Paraplunota dient bij de aanleg van de Noordwesttangent binnen de GHS de aantasting van de natuurwaarden en de daarmee samenhangende landschapswaarden tot het minimum te worden beperkt en te worden gecompenseerd. Bij deze compensatiemaatregelen dient de op 22 november 2005 door het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant vastgestelde Beleidsregel natuurcompensatie te worden gevolgd, aldus de Paraplunota. Blijkens het verweerschrift heeft de raad bij de vaststelling van het plan het provinciaal beleid omtrent natuurcompensatie in de Beleidsregel natuurcompensatie toegepast als gemeentelijk beleid. Uit het "Natuurcompensatieplan Noordwesttangent" van april 2001 volgt dat voor de aanleg van het betreffende deel van de Noordwesttangent natuurcompensatie plaats dient te vinden voor een totale oppervlakte van 24 hectare aan gronden. Voor de eerder in het bestemmingsplan "Dalem Noord" voorziene woningbouw dient nog 9 hectare aan natuur gecompenseerd te worden.

Ter zitting heeft de raad verduidelijkt dat de voorkeur van het gemeentebestuur uit ging naar een aaneengesloten natuurcompensatiegebied in Lange Rekken. Dit bleek echter niet mogelijk, aangezien de agrariërs en het gemeentebestuur, na onderhandelingen, geen overeenstemming konden bereiken over het compensatievoorstel van de agrariërs. De financiële voorwaarden in het compensatievoorstel waren voor het gemeentebestuur niet acceptabel. Verder wilden de agrariërs de gronden in erfpacht houden, terwijl het gemeentebestuur als beleidsuitgangspunt hanteert dat de gronden die nodig zijn voor natuurcompensatie door de gemeente in eigendom worden verworven. Gelet op deze omstandigheden heeft de raad in redelijkheid kunnen kiezen voor compensatie in twee gebieden, namelijk het compensatiegebied in Lange Rekken met een oppervlakte van 19 ha en het gebied ten noorden van het Wilhelminakanaal met een oppervlakte van 14 ha. Bij dit oordeel wordt mede betrokken dat niet is vereist dat de gronden voor natuurcompensatie in een aaneengesloten gebied liggen. Het betoog faalt.

2.4.3. Het planologisch regime van de gronden in Lange Rekken is gewijzigd door het bestemmingsplan "Buitengebied" van de gemeente Gilze-Rijen. In dat bestemmingsplan hebben deze gronden de dubbelbestemming "Waarde- Landschap- 2". Uit artikel 33.1 van de planregels van dat bestemmingsplan volgt dat de gronden met deze dubbelbestemming bestemd zijn voor behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het leefgebied voor weidevogels en het foerageergebied voor ganzen. De raad heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hiermee de beoogde natuurcompensatie binnen Lange Rekken planologisch uitvoerbaar is. Het betoog dat het gebied Lange Rekken niet kan dienen als compensatie faalt.

Het gebied ten noorden van het Wilhelminakanaal is niet bedoeld als leefgebied voor de Taigarietgans. Dit gebied kan volgens het in opdracht van het gemeentebestuur door Buro Coördinaat opgestelde inrichtingsvoorstel "Natuurcompensatiegebied Lange Rekken" van januari 2008 fungeren als ecologische verbindingszone voor weidevogels tussen de natuurgebieden Huis ter Heide en boswachterij Dorst en is niet bedoeld als compensatiegebied voor de Taigarietgans. Ook dit betoog faalt.

2.4.4. Ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Beleidsregel natuurcompensatie dient de uitvoering van het compensatieplan uiterlijk gelijktijdig met de voltooiing van de verstorende ingreep gestart te zijn. [appellant sub 2] heeft niet onderbouwd waarom artikel 6 van de Beleidsregel natuurcompensatie ongeschikt is als beleidstoetsingskader. Verder heeft de raad ter zitting naar voren gebracht dat voor de compensatiegronden in Lange Rekken het normale agrarisch gebruik met ingang van 2010 is gestaakt, een aangepast gewassenplan is uitgevoerd en extensief beheer wordt toegepast. Voor het gebied ten noorden van het kanaal zal naar verwachting in de eerste helft van 2011 een inrichtingsplan worden opgesteld dat in de tweede helft van 2011 wordt uitgevoerd. Dat het gemeentebestuur de eerder in verband met het bestemmingsplan "Dalem Noord" benodigde natuurcompensatie niet tijdig heeft uitgevoerd speelt, wat daarvan ook zij, in deze procedure geen rol. Het betoog dat de natuurcompensatie niet is gegarandeerd faalt.

2.5. [appellant sub 1] komt voorts op tegen de aftakking op de verbinding van de Donge met het Wilhelminakanaal die volgens hem mogelijk wordt gemaakt door het plan.

2.5.1. Anders dan [appellant sub 1] kennelijk meent, maakt de door hem bestreden aftakking geen deel uit van het plan. Gelet hierop mist het betoog feitelijke grondslag.

2.6. In hetgeen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

De beroepen zijn ongegrond.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Pikart-van den Berg

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2011

350-656.