Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP8715

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-03-2011
Datum publicatie
23-03-2011
Zaaknummer
200906017/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 juni 2009, kenmerk 1145675, heeft het college opnieuw besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Son en Breugel bij besluit van 27 oktober 2005 vastgestelde bestemmingsplan "Bosgebied west, reparatieherziening Golfbaan".

Wetsverwijzingen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet op de Ruimtelijke Ordening 28
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:2
Algemene wet bestuursrecht 10:27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/403
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200906017/1/R3.

Datum uitspraak: 23 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Son en Breugel,

2. de vereniging IVN, Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie, Afdeling Son en Breugel, gevestigd te Son, gemeente Son en Breugel, en anderen (hierna in enkelvoud: IVN),

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 juni 2009, kenmerk 1145675, heeft het college opnieuw besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Son en Breugel bij besluit van 27 oktober 2005 vastgestelde bestemmingsplan "Bosgebied west, reparatieherziening Golfbaan".

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 augustus 2009, en IVN bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 augustus 2009, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

[appellant sub 1], IVN en het college hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

De raad van de gemeente Son en Breugel heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 februari 2011, waar [appellant sub 1], in persoon, bijgestaan door drs. R.F. Bergmans, IVN, vertegenwoordigd door J. Carp en H. de Beer, en het college, vertegenwoordigd door A.H.P. Bosmans, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.

Voorts is daar gehoord de raad, vertegenwoordigd door M.A.J.M. Schalkx, A.J.M. Spooren, drs. A.J.M. van Etten en mr. A.C. Groeneveld, allen werkzaam bij de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet, voor zover van belang, in de mogelijkheid om ten noorden van het Wilhelminakanaal en de Kanaaldijk Noord een golfbaan aan te leggen.

2.2. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO), gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient het college rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.3. Met betrekking tot het betoog van [appellant sub 1] en IVN dat aan het bestreden besluit ten onrechte hetzelfde kenmerk is toegekend als het kenmerk van het door de Afdeling in haar uitspraak van 24 oktober 2007, nr. 200604926/1 vernietigde besluit omtrent goedkeuring van het plan van 13 juni 2006 overweegt de Afdeling dat deze omstandigheid geen aanleiding kan geven tot een rechtsonzekere situatie, nu deze besluiten niet op dezelfde datum zijn genomen.

2.4. Bij het bestreden besluit heeft het college goedkeuring onthouden aan het plandeel met de bestemming "Golfbaan" en de aanduiding 'bouwvlak' en voor het overige goedkeuring verleend aan het plan.

2.5. [appellant sub 1] en IVN voeren onder meer aan dat het college heeft miskend dat de Afdeling in voornoemde uitspraak van 24 oktober 2007 het besluit omtrent goedkeuring van 13 juni 2006 geheel heeft vernietigd, met inbegrip van de bij dat besluit door het college gegeven aanlegvergunningvoorschriften voor de golfbaan. Door deze voorschriften niet wederom in het aanlegvergunningstelsel op te nemen, zijn bepaalde werkzaamheden uitgesloten van een aanlegvergunningplicht, terwijl het college dat bij zijn eerdere besluit omtrent goedkeuring ongewenst achtte, aldus [appellant sub 1] en IVN.

2.5.1. Bij zijn besluit omtrent goedkeuring van het plan van 13 juni 2006 heeft het college onder meer goedkeuring onthouden aan een deel van het ten behoeve van het plangebied opgenomen aanlegvergunningstelsel en heeft het college daarbij voorschriften gegeven ter uitbreiding van het aanlegvergunningstelsel. Bij het bestreden besluit heeft het college hiertoe niet wederom besloten.

2.5.2. Desgevraagd heeft het college ter zitting verklaard ervan uit te zijn gegaan slechts gehouden te zijn om het eerdere besluit omtrent goedkeuring van het plan te heroverwegen voor zover het betreft de aspecten die de Afdeling aanleiding hebben gegeven tot vernietiging van dat eerdere besluit.

In de beslissing van voornoemde uitspraak van de Afdeling van 24 oktober 2007 staat dat zij het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 13 juni 2006, kenmerk 1145675, vernietigt. Daarbij is geen uitzondering gemaakt voor zover bij dat besluit is besloten omtrent het aanlegvergunningstelsel. Anders dan het college veronderstelt en in strijd met zijn bedoeling heeft het college, door bij het thans in geding zijnde besluit niet opnieuw te besluiten omtrent het aanlegvergunningstelsel, goedkeuring verleend aan het aanlegvergunningstelsel zoals de raad daartoe heeft besloten bij de vaststelling van het plan.

2.6. Hetgeen [appellant sub 1] en IVN hebben aangevoerd geeft aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plan, is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. De beroepen zijn gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb te worden vernietigd.

2.6.1. Met betrekking tot de vraag of aanleiding bestaat om zelf in de zaak te voorzien, overweegt de Afdeling als volgt.

2.6.2. In de vergadering van de raad van 27 januari 2011 heeft de raad een motie aangenomen waarin is overwogen:

"- dat er geen draagvlak (meer) bestaat voor de aanleg van een golfbaan in het Bosgebied west (coalitieakkoord, collegeprogramma, meerjarenbegroting),

- dat de golfbaanfaciliteiten ook voor de langere termijn zijn gewaarborgd op de huidige locatie dan wel een nader te onderzoeken andere locatie niet zijnde het Bosgebied west."

Voorts heeft de raad in deze motie het college van burgemeester en wethouders verzocht een voorbereidingsbesluit op te stellen voor het plangebied zoals aangegeven in het bestemmingsplan "Bosgebied west, reparatieherziening Golfbaan", met het oogmerk de bestaande situatie te consolideren dan wel het gebied de bestemming natuur te geven en af te zien van het realiseren van een golfbaan aldaar.

2.6.3. Het college van burgemeester en wethouders heeft de Afdeling medegedeeld deze motie uit te voeren en het gevraagde voorbereidingsbesluit te zullen voorbereiden.

2.6.4. Onder deze omstandigheden ziet de Afdeling aanleiding om zelfvoorziend goedkeuring te onthouden aan het plan, voor zover het college daaraan goedkeuring heeft verleend. Hetgeen [appellant sub 1] en IVN voor het overige hebben aangevoerd, behoeft geen bespreking meer.

2.7. Het college dient op na te melden wijze te worden veroordeeld in de proceskosten.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart de beroepen gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 16 juni 2009, kenmerk 1145675, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plan;

III. onthoudt goedkeuring aan het plan, voor zover het college dat heeft goedgekeurd;

IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

V. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot vergoeding van bij [appellant sub 1] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 40,11 (zegge: veertig euro en elf cent);

veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot vergoeding van bij de vereniging IVN, Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie, Afdeling Son en Breugel, en anderen, in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 40,11 (zegge: veertig euro en elf cent), met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

VI. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht als volgt vergoedt:

a. € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) voor [appellant sub 1];

b. € 297,00 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) voor de vereniging IVN, Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie, Afdeling Son en Breugel, en anderen, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en mr. J.A. Hagen, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Van Steenbergen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2011

528.