Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP7820

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
16-03-2011
Zaaknummer
201005840/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 april 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "1e partiële herziening Hazerswoude-Dorp" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201005840/1/R1.

Datum uitspraak: 16 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid MultiEnergy B.V. en Markeur Beheer B.V., gevestigd te Delfgauw, gemeente Pijnacker-Nootdorp, onderscheidenlijk Leiden,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Rijnwoude,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "1e partiële herziening Hazerswoude-Dorp" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben MultiEnergy en Markeur Beheer bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 juni 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

MultiEnergy en Markeur Beheer hebben een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 januari 2011, waar MultiEnergy en Markeur Beheer, vertegenwoordigd door J.G.H. Boon, bijgestaan door mr. C.M.E. Verhaegh, advocaat te Leiden, en de raad, vertegenwoordigd door W.P. Kaandorp, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een aantal wijzigingen in het bestemmingsplan "Hazerswoude-Dorp". In het plan is een nieuwe bestemmingsregeling aan het perceel Provincialeweg 1 te Hazerswoude (hierna: het perceel) toegekend.

In de uitspraak van 15 oktober 2008 in zaak nr. 200709005/1 heeft de Afdeling onder meer geoordeeld dat ondeugdelijk is gemotiveerd waarom in het bestemmingsplan "Hazerswoude-Dorp" aan het perceel uitsluitend de bestemming "Bedrijf-Motorbrandstoffenverkoop" is toegekend en in het plan geen wijzigingsbevoegdheid is opgenomen ter verwezenlijking van woningbouw na verwijdering van het verkooppunt voor motorbrandstoffen.

2.2. MultiEnergy en Markeur Beheer hebben ter zitting de beroepsgrond ingetrokken dat de bestemming "Gemengde Doeleinden" voor het perceel Provincialeweg 1 had moeten worden gehandhaafd.

2.3. MultiEnergy en Markeur Beheer voeren aan dat aan het perceel ten onrechte de bestemmingen "Bedrijf-Motorbrandstoffenverkoop" en "Verkeer-Verblijf" zijn toegekend. De toelichting bij het onderhavige plan, alsmede de Nota beantwoording zienswijzen van 3 februari 2010, wekken volgens MultiEnergy en Markeur Beheer de indruk dat de raad de Afdeling zonder meer is gevolgd in de suggestie in haar uitspraak van 15 oktober 2008 om een wijzigingsbevoegdheid op te nemen. De raad had volgens MultiEnergy en Markeur Beheer bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan alle relevante omstandigheden in acht moeten nemen en moeten nagaan welke bestemming thans het meest passend is voor het perceel. MultiEnergy en Markeur Beheer betogen dat zij woningbouw willen realiseren op het perceel en dat zij daarover reeds sinds 2003 overleg met de gemeente voeren. Aangezien ook het gemeentebestuur woningbouw wil realiseren op deze locatie, valt volgens MultiEnergy en Markeur Beheer niet in te zien waarom een bestemming "Wonen" niet thans reeds passend zou zijn. In dit verband verwijzen MultiEnergy en Markeur Beheer naar de naastgelegen zogeheten locatie Timmermans, waar inmiddels is gestart met de bouw van een appartementencomplex. Hieruit blijkt volgens MultiEnergy en Markeur Beheer te meer dat aan hun perceel de bestemming "Wonen" kan worden toegekend.

2.3.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening en met inachtneming van voormelde uitspraak van de Afdeling van 15 oktober 2008, niet is gekozen voor een rechtstreekse bestemming "Wonen". Tussen het gemeentebestuur en MultiEnergy en Markeur Beheer is nog geen overeenstemming bereikt over de invulling van het perceel en er zijn nog geen concrete bouwplannen beschikbaar. Daarnaast bestaat nog onduidelijkheid over de aanleg van een ongelijkvloerse kruising dan wel tunnel ter hoogte van de Dorpsstraat, aldus de raad. Een positieve bestemming was dan ook naar de mening van de raad nog niet mogelijk. Uit het feit dat op de zogeheten nabijgelegen locatie Timmermans een positieve bestemming mogelijk was, kan, zo stelt de raad, wel worden afgeleid dat ervan uit kan worden gegaan dat van de wijzigingsbevoegdheid gebruik kan worden gemaakt.

2.3.2. Ter zitting is komen vast te staan dat het motorbrandstoffenverkooppunt op het perceel Provincialeweg 1 thans nog als zodanig in gebruik is. Zoals de Afdeling in meergenoemde uitspraak van 15 oktober 2008 heeft overwogen, zijn een bestemming voor de verkoop van motorbrandstoffen en een bestemming voor woondoeleinden ter plaatse niet tegelijk realiseerbaar. Reeds om die reden heeft de raad aan het perceel geen directe woonbestemming behoeven toe te kennen en kunnen volstaan met het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid in het plan.

Het betoog faalt.

2.4. MultiEnergy en Markeur Beheer voeren verder aan dat zij zich niet kunnen verenigen met de keuze van de raad voor artikel 14 van de planvoorschriften, de bestemming "Wonen", voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid.

2.4.1. Reeds omdat MultiEnergy en Markeur Beheer hun betoog dat er meer vrijheid moet worden geboden ter zake van de bebouwingsvorm, dat het gehanteerde bebouwingspercentage te laag is en dat de oppervlakte van bij- en aanbouwen dient te worden verruimd, niet nader hebben onderbouwd, bestaat geen grond voor het oordeel dat de raad artikel 14 niet in redelijkheid onverkort van toepassing heeft kunnen achten.

De Afdeling ziet voorts geen reden om in te gaan op de vraag of artikel 14, sub 14.7.4. en sub 14.7.5. van de planvoorschriften in strijd met de rechtszekerheid zijn vastgesteld, reeds omdat deze bepalingen niet zien op het perceel van MultiEnergy en Markeur Beheer.

2.5. MultiEnergy en Markeur Beheer voeren ten slotte aan dat de onder a, c, d en e in artikel 5, sub 5.6.1, en 12, sub 12.6.1, van de planregels vermelde criteria subjectief en vaag zijn. Verder mogen de voorwaarden onder a en b volgens MultiEnergy en Markeur Beheer niet bij een wijzigingsbevoegdheid worden opgenomen, omdat bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet worden bezien of hetgeen door de wijzigingsbevoegdheid mogelijk wordt gemaakt, op zichzelf in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. MultiEnergy en Markeur Beheer betogen verder dat reeds onderzoek had moeten worden gedaan naar geluidhinderaspecten bij de vaststelling van het plan. Verder is het in verband met de rechtszekerheid niet geoorloofd om de wijziging afhankelijk te stellen van een onzekere gebeurtenis. Volgens MultiEnergy en Markeur Beheer wordt hun bouwvoornemen afhankelijk gemaakt van de besluitvorming omtrent de aanpassing van de kruising Gemeneweg en Dorpsstraat. De wijzigingsbevoegdheid wordt ten onrechte volledig afhankelijk gemaakt van de bestuurlijke inzet van het college van burgemeester en wethouders, aldus MultiEnergy en Markeur Beheer.

2.5.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat de aan de wijzigingsbevoegdheid verbonden voorwaarden voldoende objectief zijn begrensd. De voorwaarden onder a, b, c, d en e van de artikelen 5, sub 5.6.1, en 12, sub 12.6.1, van de planregels vragen een zekere mate van onderzoek. Ter zitting heeft de raad opgemerkt dat in dit verband van belang is dat een concreet bouwplan nog steeds niet bekend is en dat evenmin zekerheid bestaat omtrent de verkeersafwikkeling ter plaatse. Hieruit vloeit voort dat het thans niet mogelijk is om een nader akoestisch onderzoek uit te voeren in verband met het wegverkeerslawaai op de Provincialeweg, aldus de raad.

2.5.2. Ingevolge de artikelen 5, sub 5.6.1, en 12, sub 12.6.1, van de planregels is het college van burgemeester en wethouders bevoegd het plan ter plaatse van wijzigingsbevoegdheid VII te wijzigen in de bestemming "Wonen" (artikel 14), met dien verstande dat:

a. de milieukwaliteit niet onevenredig wordt aangetast. Onder milieukwaliteit wordt in ieder geval verstaan de gevolgen voor de externe veiligheid, flora en fauna, bodem- en grondwaterkwaliteit en de mate van hinder voor de omliggende functies;

b. voorafgaand aan het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid middels een akoestisch onderzoek aangetoond dient te worden dat de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen de 48 dB niet overschrijdt, dan wel een hogere waarde als bedoeld in de Wet geluidhinder is vastgesteld;

c. de functionele en ruimtelijke structuur niet onevenredig wordt aangetast;

d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast;

e. de verkeersveiligheid en brandveiligheid zijn gewaarborgd:

f. de parkeergelegenheid geregeld wordt;

g. de goothoogte niet meer bedraagt dan negen meter.

2.5.3. Ingevolge artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat het college van burgemeester en wethouders binnen bij het plan te bepalen grenzen het plan kan wijzigen.

Mede gelet op de rechtszekerheid van belanghebbenden dient in een wijzigingsbepaling in voldoende mate te worden bepaald in welke gevallen en op welke wijze hiervan gebruik mag worden gemaakt. Een op artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro berustende wijzigingsbevoegdheid dient derhalve in deze beide opzichten door voldoende objectieve normen te worden begrensd.

De vraag of een wijzigingsbepaling door voldoende objectieve normen wordt begrensd hangt af van de omstandigheden van het geval. Hierbij kan onder meer belang worden gehecht aan de aard van de wijziging, de omvang van het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid ziet en de aanleiding voor het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid.

2.5.4. Met de wijzigingsbevoegdheid wordt beoogd te voorzien in een mogelijkheid het plan op soepele wijze aan te passen aan zich wijzigende omstandigheden, die bij de totstandkoming nog niet bekend waren of konden zijn.

Volgens de stukken en het verhandelde ter zitting heeft bij het vaststellen van het plan de beoordeling van de milieuhygiënische aanvaardbaarheid van het realiseren van woningen op deze locatie nog niet volledig plaatsgevonden. De raad stelt zich op het standpunt dat, nu uit de beoordeling van de toelaatbaarheid van de bestemming "Wonen" op de nabijgelegen locatie Timmermans kan worden afgeleid dat een woonbestemming op het perceel Provincialeweg 1 in enige vorm mogelijk moet worden geacht, deze aspecten in dit geval eerst bij de concrete toepassing van deze bevoegdheid volledig behoeven te worden bezien. De raad heeft zich, onder deze omstandigheden en in aanmerking genomen dat het gaat om een bevoegdheid en niet om een plicht, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid uitvoerbaar zal zijn en dat bij het opnemen van de in de artikelen 5.6.1 en 12.6.1 van de planvoorschriften opgenomen wijzigingsbevoegdheid geen verder onderzoek naar de geluidhinderaspecten behoefde te worden uitgevoerd. Daarbij heeft de raad in redelijkheid van belang kunnen achten dat het, aangezien nog geen sprake is van een concreet bouwplan en evenmin volledige zekerheid bestaat omtrent de verkeersafwikkeling ter plaatse, niet vaststaat dat een nader akoestisch onderzoek op dit moment representatieve informatie biedt met betrekking tot de aanvaardbaarheid van de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid op het moment dat van die bevoegdheid gebruik zal worden gemaakt.

2.6. In hetgeen MultiEnergy en Markeur Beheer hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep van ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Melenhorst, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Melenhorst

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2011

490.