Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP7816

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
16-03-2011
Zaaknummer
201005763/2/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 november 2009 heeft het college het verzoek van C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot een bakkerij aan de Baronieweg 15 te Hedel afgewezen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 7:9
Algemene wet bestuursrecht 7:11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Milieurecht Totaal 2011/5594
JB 2011/117
JOM 2011/395
JM 2011/57 met annotatie van Arents
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201005763/2/M2.

Datum uitspraak: 16 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid C&C Kartonnage B.V. en [appellant sub 1 A], gevestigd onderscheidenlijk wonend te Hedel, gemeente Maasdriel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bakkersland Hedel B.V., gevestigd te Hedel, gemeente Maasdriel,

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 november 2009 heeft het college het verzoek van C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot een bakkerij aan de Baronieweg 15 te Hedel afgewezen.

Bij besluit van 18 mei 2010, verzonden op 21 mei 2010, heeft het college het door C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] hiertegen gemaakte bezwaar, voor zover het betrekking heeft op overschrijding van de geluidgrenswaarden, gegrond verklaard en het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard. Verder heeft het college het bezwaar van C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] tegen het uitblijven van een besluit op hun verzoek om handhaving niet-ontvankelijk verklaard. Tevens heeft het college een last onder dwangsom opgelegd aan Bakkersland.

Tegen dit besluit hebben C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 juli 2010 beroep ingesteld. Tegen dit besluit heeft Bakkersland bij brief, bij het college ingekomen op 14 juni 2010, bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaarschrift doorgezonden naar de Raad van State ter behandeling als beroepschrift.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 februari 2011, waar C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A], vertegenwoordigd onderscheidenlijk bijgestaan door mr. M. de Jong, advocaat te 's-Hertogenbosch, Bakkersland, vertegenwoordigd door mr. H.M.F.F. Verbeet en ing. P.W. de Waard, bijgestaan door J.J.M. de Bruijn, en het college, vertegenwoordigd door J.J.W.G. van den Oetelaar, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

Overgangsrecht

2.1. Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht, zoals dat is opgenomen in artikel 1.6, eerste lid, van de Invoeringswet Wabo, volgt dat de wetswijzigingen niet van toepassing zijn op dit geding, omdat het besluit tot afwijzing van de verzoeken om handhaving voor de inwerkingtreding van de Wabo is genomen. In deze uitspraak worden dan ook de wetten aangehaald, zoals zij luidden voordat zij bij invoering van de Wabo werden gewijzigd.

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring

2.2. Ter zitting hebben C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] hun beroep ingetrokken, voor zover het is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het uitblijven van een besluit op hun verzoek om handhaving.

Bestreden besluit

2.3. C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] voeren aan dat het college in strijd met artikel 7:11 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) geen volledig besluit op bezwaar heeft genomen, aangezien de last onder dwangsom die is opgelegd aan Bakkersland geen onderdeel uitmaakt van het besluit op bezwaar.

2.3.1. Ingevolge artikel 7:11, eerste lid, van de Awb dient, indien een bezwaar ontvankelijk is, op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats te vinden.

Ingevolge het tweede lid, moet, voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, het bestuursorgaan het bestreden besluit herroepen en voor zover nodig in plaats daarvan een nieuw besluit nemen.

2.3.2. Artikel 7:11 van de Awb brengt met zich dat als het bestuursorgaan op grond van de heroverweging van een besluit, inhoudende de afwijzing van een verzoek om handhaving, alsnog tot het oordeel komt dat moet worden gehandhaafd, het niet kan volstaan met een herroeping van het primaire besluit, maar gelijktijdig een besluit strekkende tot handhaving neemt.

De aan Bakkersland bij afzonderlijke brief opgelegde last onder dwangsom kan niet worden aangemerkt als een los van het bezwaar genomen primair besluit, maar moet worden aangemerkt als deel van de beslissing op het bezwaarschrift. Tussen het besluit op het bezwaar van C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] van 18 mei 2010 en de aan Bakkersland opgelegde last onder dwangsom, bestaat een onverbrekelijke samenhang, zodat ze dienen te worden opgevat als de samenstellende delen van de in heroverweging gegeven beslissing op het bezwaar van C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A]. Beide tezamen vormen dan ook het besluit waarbij op het bezwaar van C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] is beslist.

Gelet op het voorgaande worden de besluiten van 18 mei 2010 hierna tezamen aangeduid als het bestreden besluit.

De beroepsgrond faalt.

Bekendmaking bestreden besluit

2.4. Voor zover C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] aanvoeren dat het bestreden besluit niet op een juiste wijze is bekendgemaakt, overweegt de Afdeling dat dit een onregelmatigheid betreft die dateert van na het nemen van het bestreden besluit. Een dergelijke onregelmatigheid kan de rechtmatigheid van het besluit niet aantasten.

De beroepsgrond faalt.

Last onder dwangsom

2.5. Bij besluit van 1 september 1998 is voor de inrichting een vergunning krachtens de Wet milieubeheer verleend voor een broodbakkerij. Aan de vergunning is onder meer voorschrift E.1.1 verbonden. In dit voorschrift is bepaald dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau veroorzaakt door geluidbronnen binnen de inrichting ter plaatse van woningen van derden niet meer mag bedragen dan onderscheidenlijk 50, 45 en 40 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Bij het bestreden besluit is een last onder dwangsom opgelegd in verband met de overtreding van dit voorschrift. De last strekt ertoe de geluidoverschrijding van 40 dB(A) gedurende de nachtperiode (23.00 tot 07.00 uur) ten opzichte van de naastgelegen woning aan de [locatie] te Hedel op te heffen.

Heroverweging

2.6. C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] betogen dat in het bestreden besluit in strijd met artikel 7:11 van de Awb niet is ingegaan op de bezwaren omtrent muziekgeluid, zwerfafval en de aanslag van roet op de gevel van de bedrijfswoning van [appellant sub 1 A] aan de [locatie] en de overtredingen die zich hierbij voordoen. Verder voeren C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] aan dat de last ten onrechte alleen ziet op overschrijding van de geluidgrenswaarden in de nachtperiode, terwijl hun verzoek om handhaving ook betrekking heeft op de geluidhinder die in de dag- en avondperiode wordt ondervonden.

2.6.1. De heroverweging dient gebaseerd te zijn op de grondslag van het bezwaar. Nu het college niet is ingegaan op de bezwaren omtrent de hinder van het muziekgeluid in zowel de dag-, avond- en nachtperiode en niet is ingegaan op de aanslag van roet op de gevel van de bedrijfswoning aan de [locatie] heeft er geen volledige heroverweging plaatsgevonden. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 7:11 van de Awb genomen.

De beroepsgrond slaagt.

Horen

2.7. Bakkersland betoogt dat zij ten onrechte voorafgaand aan het bestreden besluit niet is gehoord over het voornemen een last onder dwangsom op te leggen aan Bakkersland. Zij voert aan dat wat betreft het telefoongesprek dat zij op 4 mei 2010 voerde met een ambtenaar van de gemeente niet kan worden gesteld dat zij is gehoord over de resultaten van de geluidmetingen, die zijn uitgevoerd op 29 april 2010 en die ten grondslag hebben gelegen aan de aan haar opgelegde last onder dwangsom.

2.7.1. Ingevolge artikel 7:9 van de Awb wordt, wanneer na het horen aan het bestuursorgaan feiten of omstandigheden bekend worden die voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden meegedeeld en worden zij in de gelegenheid gesteld daarover te worden gehoord.

2.7.2. Op 27 januari 2010 heeft een hoorzitting bij de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Maasdriel plaatsgevonden, waarbij de bezwaren van C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] tegen het besluit van 9 november 2009 zijn behandeld. Bakkersland was als belanghebbende bij deze hoorzitting aanwezig. Na deze hoorzitting heeft het college op 29 april 2010 geluidmetingen verricht. Op basis van deze geluidmetingen, waarbij gebleken is dat de gestelde geluidgrenswaarde in de nachtperiode wordt overschreden, heeft het college aanleiding gezien handhavend op te treden. De geluidmetingen zijn aan te merken als na het horen hangende bezwaar aan het college bekend geworden feiten of omstandigheden die voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang zijn. Bakkersland is over de resultaten van de geluidmetingen niet gehoord. In het eerdergenoemde telefoongesprek van 4 mei 2010, zo begrijpt de Afdeling, zijn alleen de resultaten van de geluidmeting meegedeeld aan Bakkersland. Dit telefoongesprek kan niet worden aangemerkt als horen als bedoeld in artikel 7:9 van de Awb.

Gelet op het voorgaande had het college Bakkersland in de gelegenheid moeten stellen te worden gehoord over de geluidmetingen. Nu Bakkersland niet opnieuw is gehoord, is het bestreden besluit in strijd met artikel 7:9 van de Awb tot stand gekomen.

Slotoverwegingen

2.8. De beroepen van Bakkersland en C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] zijn gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met de artikelen 7:9 en 7:11 van de Awb te worden vernietigd, voor zover daarbij is beslist op de bezwaren van C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] gericht tegen het besluit van 9 november 2009 en daarbij een last onder dwangsom is opgelegd aan Bakkersland. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking. Het college dient een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van C&C Kartonnage en [appellant sub 1 A] gericht tegen het besluit van 9 november 2009. Daartoe zal de Afdeling een termijn stellen.

2.9. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart de beroepen gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel van 18 mei 2010, voor zover daarbij is beslist op het door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid C&C Kartonnage B.V. en [appellant sub 1 A] ingediende bezwaar tegen het besluit van 9 november 2009 en daarbij een last onder dwangsom is opgelegd aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bakkersland Hedel B.V.;

III. draagt het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel op om binnen acht weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen;

IV. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid C&C Kartonnage B.V. en [appellant sub 1 A] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 910,11 (zegge: negenhonderdtien euro en elf cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bakkersland Hedel B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 910,11 (zegge: negenhonderdtien euro en elf cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid C&C Kartonnage B.V. en R.H.T [appellant sub 1 A] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bakkersland Hedel B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, voorzitter, en drs. H. Borstlap en mr. F.C.M.A. Michiels, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.G. Timmerman, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Timmerman

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2011

431-590.