Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP7797

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
16-03-2011
Zaaknummer
201006187/3/H1 en 201010012/3/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 maart 2011, heeft de Stichting verzocht om wraking van de staatsraden mr. R.W.L. Loeb, mr. S.F. Wortmann en mr. J.C. Kranenburg als voorzitter respectievelijk leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaken nrs. 201006187/1/H1 en 201010012/1/H1.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201006187/3/H1 en 201010012/3/H1.

Datum uitspraak: 16 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op het verzoek van:

de stichting Stichting Belangenbehartiging Bewoners en Ondernemers Oud Zuid en anderen, gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht

1. Procesverloop

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 maart 2011, heeft de Stichting verzocht om wraking van de staatsraden mr. R.W.L. Loeb, mr. S.F. Wortmann en mr. J.C. Kranenburg als voorzitter respectievelijk leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaken nrs. 201006187/1/H1 en 201010012/1/H1.

De staatsraden hebben niet in de wraking berust.

Bij die brief heeft de Stichting tevens verzocht om wraking van de staatsraden mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, mr. G.N. Roes en mr. C.J. Borman, voorzitter respectievelijk leden van de wrakingskamer van de Afdeling (hierna: de eerste wrakingskamer) die een eerder door haar ingediend verzoek om wraking van staatsraad mr. R.W.L. Loeb (hierna: het eerste wrakingsverzoek) bij beslissing van 1 maart 2011, in zaken nrs. 201006187/2/H1 en 201010012/2/H1 heeft afgewezen.

De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op 3 maart 2011 ter openbare zitting aan de orde gesteld, waar de Stichting, vertegenwoordigd door [gemachtigden], is gehoord. De staatsraden hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Ingevolge artikel 49, eerste lid, van de Wet op de Raad van State is dit artikel van overeenkomstige toepassing indien bij de Afdeling hoger beroep is ingesteld.

Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Wrakingsregeling Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Wrakingsregeling) kan een wrakingsverzoek niet worden ingediend na het tijdstip waarop de uitspraak openbaar is gemaakt.

2.2. Het verzoek om wraking van de voorzitter en leden van de eerste wrakingskamer is ingediend nadat die kamer heeft beslist op het eerste wrakingsverzoek. Gelet op artikel 1, tweede lid, van de Wrakingsregeling dient dit verzoek buiten behandeling te blijven.

2.3. Aan het verzoek om wraking van de voorzitter respectievelijk leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaken nrs. 201006187/1/H1 en 201010012/1/H1, heeft de Stichting, samengevat weergegeven, ten grondslag gelegd dat op de voorzitter van die kamer de schijn van partijdigheid rust nu bij een namens deze ondertekende brief stukken aan haar zijn teruggezonden terwijl het eerste wrakingsverzoek reeds bij de Afdeling was ingediend. Voorts heeft die voorzitter ten onrechte besloten tot het terugzenden van die stukken. Aangezien de leden van die kamer die voorzitter daarvan niet hebben weerhouden, rust ook op hen de schijn van partijdigheid, aldus de Stichting.

2.3.1. Volgens vaste jurisprudentie is het instrument van wraking niet bedoeld om als rechtsmiddel tegen processuele beslissingen te worden aangewend. Zodanige beslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, indien deze op zich dan wel in onderlinge samenhang bezien een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat daaruit blijkt van partijdigheid van de staatsraad die de betrokken beslissing of beslissingen heeft genomen. Hetgeen de stichting heeft aangevoerd over het terugzenden van stukken is daartoe onvoldoende. Voor het oordeel dat de voorzitter of leden van voormelde meervoudige kamer bij de beoordeling van het hoger beroep jegens de Stichting partijdig zijn, dan wel dat de vrees van de Stichting voor partijdigheid van die voorzitter of leden objectief gerechtvaardigd is, bestaat geen grond.

2.4. Het verzoek om wraking van de staatsraden mr. R.W.L. Loeb, mr. S.F. Wortmann en mr. J.C. Kranenburg dient te worden afgewezen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek om wraking van de staatsraden mr. R.W.L. Loeb, mr. S.F. Wortmann en mr. J.C. Kranenburg af.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. J.H. van Kreveld, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos w.g. Willems

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2011

412.