Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP7790

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
16-03-2011
Zaaknummer
201006064/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 november 2008 heeft het college geweigerd aan [wederpartij] ontheffing en bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een pergola met zonwering op het perceel [locatie] te Den Haag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201006064/1/H1.

Datum uitspraak: 16 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 mei 2010 in zaak nr. 09/3075 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats]

en

het college.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 november 2008 heeft het college geweigerd aan [wederpartij] ontheffing en bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een pergola met zonwering op het perceel [locatie] te Den Haag.

Bij besluit van 17 maart 2009 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 mei 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 17 maart 2009 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 juni 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 21 juli 2010.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft [belanghebbende] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[wederpartij] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 januari 2011, waar het college, vertegenwoordigd door R. Vingerling, werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts zijn ter zitting [wederpartij] en [belanghebbende] gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Duinlaan" rust op het perceel de bestemming "Woondoeleinden".

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de planvoorschriften zijn aan de als zodanig aangewezen gronden onder meer de doeleinden "Woondoeleinden met bijbehorende voorzieningen" toegekend. Ten behoeve van deze bestemming mogen eengezinshuizen, meergezinshuizen, bijgebouwen, kunstwerken en in de bestemming passende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Ingevolge het derde lid, onder e, zijn bij eengezinshuizen achter de achtergevelrooilijn aanbouwen toegestaan met een maximale bouwdiepte van 2,5 m en een maximale hoogte van 3,2 m.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder c, wordt in de voorschriften onder bouwwerk verstaan elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder d, wordt in de voorschriften onder gebouw verstaan elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk door wanden omsloten ruimte vormt.

2.2. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen sprake is van een aanbouw, zodat het het bouwplan ten onrechte in strijd met artikel 4, derde lid, onder e, van de planvoorschriften heeft geacht. Het college heeft daartoe aangevoerd dat de pergola moet worden aangemerkt als een aanbouw, nu deze in functioneel opzicht onderdeel uitmaakt van het hoofdgebouw. Het wijst er in dit verband op dat door de aanwezigheid van terrasverwarmers, verlichting, een televisie en geluidsinstallatie, de pergola wordt gebruikt als zijnde een verlengstuk van het hoofdgebouw. Nu de aanbouw de maximale bouwdiepte overschrijdt, is deze in strijd met het bestemmingsplan, aldus het college.

2.2.1. Het bouwplan voorziet in een inmiddels geplaatste pergola met zonwering, die wordt gevormd door aluminium staanders en liggers. De drie staanders zijn elk voorzien van een ligger die bevestigd is aan de achtergevel van de woning. Voorts voorziet het bouwplan in een niet-waterdicht zonwerend doek, dat is bevestigd aan de achtergevel en kan worden uitgerold over de constructie van aluminium staanders. De pergola is 2,83 m hoog en heeft een diepte die varieert van 4 m tot 5,2 m. Blijkens de bouwtekeningen is de constructie van de pergola aan drie zijden open en niet door wanden omgeven. Gelet op de constructie van de pergola, moet deze worden aangemerkt als een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zodat reeds daarom geen sprake is van een aanbouw. De rechtbank is, zij het op andere gronden, tot dezelfde conclusie gekomen. Het betoog faalt.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, met verbetering van de gronden waarop het berust, te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van staat.

w.g. Offers w.g. Van Driel

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2011

414-604.