Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP7760

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
16-03-2011
Zaaknummer
201002355/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 februari 2009 heeft het college een verzoek van [appellant] om handhavend tegen het gasverdeelstation aan de mr. C.P.M. Rommestraat te Sneek op te treden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201002355/1/H1.

Datum uitspraak: 16 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend te [woonplaats] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) van 15 januari 2010 in zaak nr. 09/417 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Sneek, thans: gemeente Súdwest Fryslân (hierna het college).

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 februari 2009 heeft het college een verzoek van [appellant] om handhavend tegen het gasverdeelstation aan de mr. C.P.M. Rommestraat te Sneek op te treden afgewezen.

Bij uitspraak van 15 januari 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij faxbericht, bij de Raad van State ingekomen op 10 maart 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 8 april 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 22 februari 2011.

2. Overwegingen

2.1. Blijkens het desbetreffende verzendbewijs van TNT Post is de aangevallen uitspraak op 15 januari 2010 aangetekend verzonden, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:7 en artikel 6:8, eerste lid, gelezen in verbinding met artikel 6:24, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is begonnen op 16 januari 2010 en geëindigd op 26 februari 2010.

2.2. Het hoger beroepschrift is derhalve niet tijdig ingediend. De Afdeling heeft bij uitspraak van 26 juli 2010 in zaak nr. 201002355/2/H1, na vereenvoudigde behandeling, het hoger beroep om deze reden niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 15 oktober 2010 heeft zij het daartegen gedane verzet gegrond verklaard.

2.3. In verzet is uitsluitend onderzocht of het hoger beroep terecht na vereenvoudigde behandeling kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. De vraag of de te late indiening van het hoger beroepschrift verschoonbaar is, als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb, is derhalve thans opnieuw in volle omvang aan de orde.

2.4. Indien een poststuk aangetekend wordt verzonden, pleegt TNT Post te trachten dat stuk aan de geadresseerde aan te bieden. Vaste praktijk van TNT Post is dat, indien uitreiking van een aangetekend stuk aan de geadresseerde niet mogelijk is, in de brievenbus van de geadresseerde bericht wordt achtergelaten dat het stuk gedurende een vermelde termijn op het postkantoor kan worden afgehaald.

2.4.1. [appellant] heeft gesteld dat hij geen afhaalbericht heeft ontvangen. Volgens de door TNT Post overgelegde gegevens in de zogeheten "detailpagina zending" heeft op 19 januari 2010 aanbieding van het betrokken poststuk plaats gevonden om 5:37 uur en om 7:59 uur. Dit is volgens hem niet aannemelijk, zodat in dit geval niet kan worden aangenomen dat verzending van de uitspraak op juiste wijze heeft plaats gevonden. Omdat de uitspraak hem niet tijdig heeft bereikt, mag hem de omstandigheid dat hij het hoger beroep niet binnen de termijn heeft ingesteld niet worden tegengeworpen, aldus [appellant].

2.4.2. Daargelaten of aanbieding van het poststuk op 19 januari 2010 als vermeld om 5:37 uur heeft plaats gevonden, geeft het gestelde geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de mededeling van TNT Post dat de besteller op 19 januari 2010 om 7:59 uur een poging tot aanbieding van het poststuk op het aangegeven adres heeft gedaan. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de besteller van TNT Post geen kennisgeving heeft achtergelaten dat op het postkantoor een aangetekend poststuk kan worden afgehaald. Dat de door TNT Post aan de rechtbank geretourneerde envelop, waarin de uitspraak is verzonden en waarop de besteller van TNT Post met een sticker en een paraaf te kennen geeft dat hij een poging tot aanbieding heeft gedaan, niet in het van de rechtbank ontvangen dossier is aangetroffen, is daartoe onvoldoende.

Gelet op vorenoverwogene, moet het er voor worden gehouden dat [appellant] een afhaalbericht heeft ontvangen. Gevolgen van het niet afhalen van de aangetekend verzonden uitspraak komen derhalve voor zijn risico. Niet is gebleken van bijzondere feiten of omstandigheden, in verband waarmee redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat [appellant] door het indienen van het hoger beroepschrift buiten de termijn in verzuim is geweest.

2.5. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. V. van Dorst, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Van Dorst

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2011

357-604.