Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP7758

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-03-2011
Datum publicatie
16-03-2011
Zaaknummer
201012080/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Leerdam" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201012080/2/R1.

Datum uitspraak: 9 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Leerdam,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Leerdam" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 december 2010, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 december 2010, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 februari 2011, waar de raad, vertegenwoordigd door H.K.I. Schefferlie en A. Siesling, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek van [verzoeker] is gericht op het niet in werking treden van het plandeel dat betrekking heeft op het perceel Hooglandse Tiendweg 5, waaraan de bestemming "Agrarisch - Bouwvlak" is toegekend. Hij betoogt dat aan het opnemen van een bouwmogelijkheid voor een bedrijfswoning op dat perceel geen toereikende motivering ten grondslag is gelegd. [verzoeker] verzoekt om schorsing van dit plandeel omdat hij vreest voor onomkeerbare gevolgen.

2.3. Op 17 augustus 2010 is op verzoek van [belanghebbende] de door het college van burgemeester en wethouders van Leerdam aan hem verleende bouwvergunning voor het realiseren van een bedrijfswoning op het perceel ingetrokken. Voorts is op 19 oktober 2010 het daartoe genomen projectbesluit ingetrokken. Door de raad is ter zitting aangegeven dat voor het perceel geen nieuwe aanvraag is gedaan om verlening van een bouwvergunning, dan wel een omgevingsvergunning voor bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Voor zover sprake is van verkoop van het perceel door [belanghebbende], is niet gebleken dat bij de toekomstige eigenaar reeds een concreet bouwplan voor het perceel bestaat. Onder deze omstandigheden is de voorzitter van oordeel dat met het verzoek geen spoedeisend belang is gemoeid. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. Daarbij gaat de voorzitter ervan uit dat, indien hangende de bodemprocedure niettemin een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen wordt ingediend, hiervan onverwijld mededeling wordt gedaan aan [verzoeker] opdat hij desgewenst opnieuw een verzoek om voorlopige voorziening kan indienen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Wijers

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2011

444.