Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP7134

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-03-2011
Datum publicatie
09-03-2011
Zaaknummer
201012626/2/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 november 2010 heeft het college aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een manege en vakantieboerderij aan de [locatie] te Elst. Dit besluit is op 10 november 2010 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201012626/2/M2.

Datum uitspraak: 4 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2010 heeft het college aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een manege en vakantieboerderij aan de [locatie] te Elst. Dit besluit is op 10 november 2010 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 december 2010, beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker] heeft een nader stuk ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 februari 2011, waar [verzoeker], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door mr. E. Karman, werkzaam bij de gemeente Overbetuwe, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoeker] stelt ernstige geluidoverlast te ondervinden van spelende kinderen in en bij het van de vakantieboerderij deel uitmakende zwembad. Hij voert aan dat vanwege het geluid van gillende kinderen in en bij het zwembad niet voldaan kan worden aan de bij het bestreden besluit gestelde geluidgrenswaarden. Volgens hem is het geluidonderzoek aan de hand waarvan is vastgesteld dat vanwege stemgeluid in en bij het zwembad geen overschrijding van de gestelde geluidgrenswaarden plaatsvindt, niet representatief, onder meer omdat ten tijde van dit geluidonderzoek de kinderen minder rumoerig waren dan doorgaans het geval is.

2.2.1. De beantwoording van de vraag of het desbetreffende geluidonderzoek representatief is behoeft nader onderzoek waarvoor de onderhavige procedure zich niet leent.

2.2.2. Voor het zwembad is reeds geruime tijd geleden, namelijk bij besluit van 19 mei 1992, een vergunning verleend. Ter zitting is gebleken dat het zwembad alleen in de vakantieperiode, die steeds omstreeks 1 juli aanvangt, is geopend. De voorzitter ziet onder deze omstandigheden en na afweging van de betrokken belangen niet voldoende spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

2.3. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Drouen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2011

375-578.