Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP7129

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-03-2011
Datum publicatie
09-03-2011
Zaaknummer
201007470/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 maart 2009 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rodamco Nederland Winkels BV (hierna: Rodamco) reguliere bouwvergunning verleend voor het legaliseren van een luchtbehandelingsinstallatie op het dak van het pand op het perceel Oude Markt 1 te Stadskanaal (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201007470/1/H1.

Datum uitspraak: 9 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellante B], wonend te [woonplaats],

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 8 juli 2010 in zaken nrs. 10/138 en 10/158 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Stadskanaal.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 maart 2009 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rodamco Nederland Winkels BV (hierna: Rodamco) reguliere bouwvergunning verleend voor het legaliseren van een luchtbehandelingsinstallatie op het dak van het pand op het perceel Oude Markt 1 te Stadskanaal (hierna: het perceel).

Bij besluit van 11 januari 2010 heeft het college het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 juli 2010, verzonden op 12 juli 2010, heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 augustus 2010, hoger beroep ingesteld.

Rodamco heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellanten] hebben een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 februari 2011, waar het college, vertegenwoordigd door S.M.H. Kerckhoffs, werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Tevens is daar Rodamco, vertegenwoordigd door mr. G.E. Creijghton-Sluijk, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in de vervanging van de bestaande, gasgestookte en verouderde luchtbehandelingsintstallatie door een elektrisch gevoede installatie.

2.2. Ingevolge artikel 44, eerste lid, van de Woningwet, zoals deze luidde ten tijde van belang, moet de reguliere bouwvergunning worden geweigerd, indien:

(…)

(…)

c. het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld;

d. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk of de standplaats, waarop de aanvraag betrekking heeft, in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a.

2.3. [appellanten] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat niet alleen de aanzienlijke schaalvergroting van de installatie op zichzelf, maar ook de aanzienlijke toename van de geluidsoverlast en de waardedaling van hun woning die deze vergroting met zich brengt, voor het college aanleiding had behoren te zijn de gevraagde bouwvergunning te weigeren of hun technische dan wel financiële compensatie te bieden.

2.3.1. Voor zover [appellanten] hiermee beogen te stellen dat het bouwplan niet voldoet aan het bestemmingsplan dan wel in strijd is met redelijke eisen van welstand, overweegt de Afdeling dat zij deze gronden voor het eerst in hoger beroep hebben aangevoerd. Nu gesteld noch gebleken is dat zij deze niet eerder naar voren hebben kunnen brengen, dient het aldus aangevoerde ter bescherming van de goede procesorde bij de beoordeling van het hoger beroep buiten beschouwing te worden gelaten.

2.3.2. Gelet op artikel 44 van de Woningwet dient het college uitsluitend te beoordelen of zich voor de bouwvergunning een van de in dat artikel opgenomen weigeringsgronden voordoet. Als dat niet het geval is, moet de bouwvergunning worden verleend; als dat wel zo is, moet deze worden geweigerd. Hetgeen [appellanten] betogen ten aanzien van door hen ondervonden geluidhinder en de gestelde waardedaling van hun woning, heeft geen betrekking op een weigeringsgrond als vermeld in voormeld artikel. Daarom kon het college de vergunning niet weigeren vanwege die bezwaren en was het gehouden de gevraagde bouwvergunning te verlenen. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen. Het betoog faalt.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Montagne

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2011

374-619.