Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BP7122

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-03-2011
Datum publicatie
09-03-2011
Zaaknummer
201000938/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 november 2009 heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Apeldoorn bij besluit van 9 juli 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Stadsdeel Noord-Oost".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201000938/1/R2.

Datum uitspraak: 9 maart 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 november 2009 heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Apeldoorn bij besluit van 9 juli 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Stadsdeel Noord-Oost".

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 januari 2010, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 19 februari 2010.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de raad een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 februari 2011, waar I.P. [appellant], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Evers, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting de raad, vertegenwoordig door M.G.J. Beimer, werkzaam bij de gemeente, en [bestuurder] van de stichting Passarel, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bestemmingsplan maakt het onder meer mogelijk om per bouwvlak maximaal twee woningen te benutten voor begeleid wonen.

2.2. [appellant] kan zich niet verenigen met de in het plan geboden mogelijkheid tot het aanwenden van twee woningen per bouwvlak voor begeleid wonen. Het begeleid wonen in zijn directe omgeving leidt volgens [appellant] onder meer tot geluidsoverlast en waardevermindering van zijn woning.

2.3. De raad stelt zich op het standpunt dat het binnen het gemeentelijk beleid past om in maximaal twee woningen per bouwvlak begeleid wonen mogelijk te maken. Het college onderschrijft dit.

2.4. Ingevolge artikel 2.2 van de planvoorschriften, voor zover thans relevant, zijn de op de plankaart voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor:

a. woningen, waaronder woningen ten behoeve van begeleid wonen tot maximaal 2 woningen per bebouwingsvlak.

Ingevolge artikel 1.1, aanhef en onder 14, wordt onder begeleid wonen verstaan: vormen van wonen waarbij de begeleiding door externen plaatsvindt, zodat zelfstandig wonen mogelijk wordt of blijft.

Ingevolge artikel 2.3, voor zover thans relevant, zijn de op de plankaart voor "Bijzonder wonen" aangewezen gronden bestemd voor:

a. woningen;

b. (een complex van) zorgwoningen met bijbehorende voorzieningen ten behoeve van zorg en verpleging.

Ingevolge artikel 1.1, aanhef en onder 56, wordt onder een zorgwoning verstaan: een gebouw of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven.

2.4.1. De woning aan de Ratelaar 21 die naast de woning van [appellant] staat, is thans in gebruik als woning voor begeleid wonen. De stichting Passarel benut deze woning voor jong volwassenen met een beperkte verstandelijke beperking, opdat zij onder begeleiding kunnen integreren in de woonomgeving. Tegenover de woning van [appellant] liggen verder drie zorgwoningen.

Voor zover [appellant] betoogt dat niet twee woningen per bouwvlak voor begeleid wonen hadden mogen worden toegestaan, overweegt de Afdeling dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de mogelijke verslechtering van het woon- en leefklimaat door de combinatie van woningen bestemd voor begeleid wonen en zorgwoningen naast en tegenover de woning van [appellant] niet zodanig ernstig zal zijn dat het college bij de afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid een groter gewicht heeft kunnen toekennen aan de behoefte binnen de gemeente Apeldoorn aan woningen voor begeleid wonen en zorgwoningen. Voor zover [appellant] betoogt dat de woningen voor begeleid wonen tot waardevermindering van de naastgelegen woningen kunnen leiden, overweegt de Afdeling dat geen grond bestaat voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat het college bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die in zoverre met de realisering van het plan aan de orde zijn. Voor zover [appellant] klaagt over geluidsoverlast als gevolg van het begeleid wonen, staat dit hier niet ter beoordeling en kan dit, zo nodig, in een daartoe geƫigende procedure aan de orde komen.

Ten aanzien van de door [appellant] aangevoerde bezwaren dat de woning aan de Ratelaar 21 leidt tot een vermindering van sociale contacten met directe buren, er bij deze woning vrijwel geen onderhoud aan de tuinen gepleegd wordt, hij waterschade heeft opgelopen als gevolg van lekkage in deze woning, en hij geen afspraken kan maken met de stichting Passarel, wordt overwogen dat dit geen bezwaren zijn die in het kader van de toetsing van het besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan aan de orde kunnen komen, zodat ook hieraan in deze procedure moet worden voorbijgegaan.

2.4.2. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Klein Nulent, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Klein Nulent

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2011

218-677.